Pearl Harbor, het scenario



Een defensieve oorlog is een oorlog die verklaard kan worden als reactie na een daad van agressie van een vijand, zoals de aanval op Pearl Harbor in december van 1941. Deze methode, een defensieve oorlog, is vaak gebuikt om een oorlog te beginnen of om een oorlog voort te zetten. Dat is duidelijk geworden uit de “Pentagon Papers”: een artikelenserie over uitgelekte geheime stukken van het Amerikaanse ministerie van Defensie, waaruit bleek dat de betrokkenheid van de VS bij de Vietnam-oorlog anders was geweest dan de Amerikaanse regering had willen doen voorkomen.

In 1940 wilde de overgrote meerderheid van de Amerikaanse senaat het Briand-Kellogg-pact nakomen. De senaat wilde geen oorlog voeren. Het Briand-Kellogg-pact was een internationaal rechtsverdrag dat op 27 augustus 1928 in Parijs werd gesloten tussen 23 landen. 

De Britse premier Churchill hoopte dat Japan de VS zou aanvallen. Dat zou een politieke rechtvaardiging zijn om zich met de oorlog in Europa te gaan bemoeien. De Amerikaanse president Roosevelt wilde wel.  Op  28 april 1941 schreef Winston Churchill aan zijn ministers: “Wanneer Japan partij wordt in de oorlog, dan zal Amerika waarschijnlijk onmiddellijk aan onze kant gaan meevechten”.

Op 11 mei 1941 merkte de Australische premier Robert Menzies op dat Roosevelt ietwat jaloers was op de centrale rol die Churchill speelde. Roosevelt kon niet eerder de oorlog verklaren vooraleer een agressieve daad van Japan zou plaatsvinden. Pas dan zou hij onder zijn verkiezingsbelofte (“ik zal de VS uit de oorlog houden”) kunnen uitkomen. 

Op 18 augustus 1941 kwam Churchill bijeen met zijn ministers op Downingstreet nummer 10. De bijeenkomst leek erg op de bijeenkomst die plaatsvond op 23 juli 2002. De notulen van deze vergadering kregen de naam de “Downing Street Minutes”. In 1941 bleek uit de notulen dat volgens Churchill alles moest worden gedaan om een incident te forceren, zodat Amerika betrokken zou raken bij WOII.

Toen Roosevelt zeven jaar voor de aanval op Pearl Harbour Hawaii bezocht, maakte de Japanse Generaal Kunishiga Tanaka opmerkingen over de groeiende aanwezigheid van de Amerikaanse vloot in Hawaii. Het getuigde volgens Tanaka van onbeschaamd gedrag: “Het laat ons denken dat een belangrijke verstoring in de Stille oceaan opzettelijk wordt aangemoedigd. Dit betreuren wij zeer". 

George Seldes, een “unembedded” journalist uit die tijd, vertrouwde het ook al niet. In oktober 1934 schreef hij in Harper’s Magazine: Naties bewapenen zich niet tegen een oorlog, maar voor een oorlog.

Brigadier General Smedley D. Butler, menigmaal gedecoreerd Amerikaans generaal waarschuwde het Amerikaanse volk. “Bij iedere bijeenkomst van de senaat word meer geld gevraagd en gegeven voor slagschepen. De marine zegt geld nodig te hebben omdat de vijand een grote vloot heeft en in staat is plotseling Amerika aan te vallen. Daarom moeten we een grotere vloot hebben. Waarom? Alleen ter verdediging? En dan horen we dat we “oefeningen” houden in de Stille oceaan. Ja, ja. Niet net voor de kust van Amerika, maar 6000 kilometer naar het Westen, net voor de kust van Japan. Dat zullen ze daar leuk vinden!”

Roosevelt gaf toestemming in 1935 om landingsbanen te maken op de van Amerika afhankelijke eilanden Wake en Guam. Japan beschouwde dit als een provocatie. Amerikaanse vredesactivisten ook. De Amerikaanse marine werkte hierna aan een plan voor langdurige oorlog met Japan. In de versie van 8 maart 1939 werd de Japanse defensie vernietigd en de economie verstoord.

In januari 1941, elf maanden voor de aanval op Pearl Harbour, schreef de Amerikaanse ambassadeur in zijn dagboek: “Er wordt gepraat over een verrassingsaanval op Pearl Harbour, in het geval van een breuk tussen Amerika en Japan. Ik heb de Amerikaanse regering gewaarschuwd”. Op 5 februari 1941 schreef admiraal Richmond Kelly Turner aan de minister van defensie Henry Stimson dat er een verrassingsaanval op Pearl Harbour mogelijk was.

Al in 1932 besprak Amerika met China dat vliegtuigen, piloten en training nodig waren voor een oorlog tegen Japan. In november 1940 gaf Roosevelt China een lening van 100 miljoen dollars voor de oorlog tegen Japan.

Op 24 mei 1941 stond in de Amerikaanse kranten dat de VS de Chinese luchtmacht had getraind en oorlogsvliegtuigen had verzorgd. Het bombarderen van Japanse steden werd verwacht. In juli werd plan “JB 355” goedgekeurd. Een corporatie zou Amerikaanse vliegtuigen (150 Lockheed-Hudson bommenwerpers en 350 Curtis P-40 vechtvliegtuigen) aanschaffen, die door vrijwilligers zouden worden bestuurd. Vanuit China zouden deze vervolgens Japan aanvallen.

De China deskundige van Amerika, Lauchlin Currie, stuurde een telegram naar China, dat erom vroeg om onderschept te worden door Japan. De tekst was als volgt, “Ik ben verheugd te kunnen melden dat de president vandaag heeft toegestemd in de zending van 66 bommenwerpers, waarvan 24 per direct. Hij heeft ook toegestemd in een trainingprogramma voor (Chinese) piloten. De details volgen. Met vriendelijke groeten.”

De Amerikaanse ambassadeur had geschreven: ”in het geval van een breuk tussen Amerika en Japan”… zou dit telegram daarvoor zorg hebben kunnen dragen?

De 1ste groep van Amerikaanse vrijwilligers (AVG) voor de Chinese luchtmacht werd bekend als “de vliegende tijgers”. Op 20 december 1941, 12 dagen na de Japanse verrassingsaanval op Pearl Harbour, konden ze echt aan de bak. 

Op 31 mei 1941 waarschuwde vredesactivist William Henry Chamberlin dat een economische boycot Japan in de armen van Duitsland zou drijven. Op 25 juli 1941 gaf Roosevelt de order dat de oliehandel en metaalhandel met Japan moest worden opgeschort. Een provocatie en een doodsteek!

Eerst werd een superbasis gecreëerd in Singapore, verzwaard met Britse troepen. Hiervandaan werd een link gelegd naar Amerikaanse bases naar het Zuidoosten en westwaarts naar de Filippijnen, Maleisië en Birma. 

Daarna werd Japan geprovoceerd door olie naar Rusland te vervoeren en Japan droog te leggen. In de Japanse kranten werd dit omschreven als “een langzame dood door een economische oorlog”. Wat hoopte Amerika te bereiken door een wanhopig Japan olie te ontzeggen?

In oktober 1941 liet Ernest Johnson, een lid van de maritieme commissie in Manilla weten aan Edgar Mower, spion voor Roosevelt, dat de Japanse vloot oostwaarts ging, om waarschijnlijk Pearl Harbour aan te vallen.

In november 1941 waarschuwde de Amerikaanse ambassadeur in Japan dat de economische sancties Japan tot een nationale hara-kiri dreven. Hij schreef dat een conflict tussen Amerika en Japan plots en gevaarlijk zou zijn.

Waarom moet ik steeds denken aan de titel van een memo aan George Bush dat net voor de aanval op de Twin Towers op 11 september 2001 werd gegeven? “Bin Laden wil de VS aanvallen”. Blijkbaar wilde ook niemand luisteren in 1941.

Op 25 november 1941 schreef de Amerikaanse minister van defensie Stimson dat hij een vergadering had bijgewoond met de president en Marshall en enkele ministers en admiraals. Het was bekend dat de Japanners waarschijnlijk binnen korte tijd zouden aanvallen. “Hoogstwaarschijnlijk 1 december”. Dat zou 6 dagen later worden. Het was de kunst om een eerste schot te ontvangen en zelf zo min mogelijk verliezen te lijden. 

De dag na de “verrassingsaanval” stemde de senaat in met oorlogsdeelname.
 
Eén vrouw in de senaat, Jeanette Rankin, de eerst gekozen vrouw in het Congres, stemde tegen. Net zoals Barbara Lee alleen stond in het stemmen tegen de oorlog met Afghanistan. Jeanette Rankin kon bewijzen dat Roosevelt in augustus 1941 aan Churchill had beloofd dat Amerika Japan economisch onder druk gezet zou worden. 

De mythe dat de Tweede Wereldoorlog een defensieve oorlog was kan hierbij worden begraven.  



Door David Swanson  http://warisalie.org en http://davidswanson.org

Bron: http://globalresearch.ca/index.php?context=va&aid=22305

"t Vertalerscollectief