Congo - Hart van de westerse duisternis

 

Sinds de Conferentie van Berlijn van 1885 zijn genocide en plundering het Westerse beleid geweest ten aanzien van het mineraalrijke Congo, toen de Europese landen Afrika tussen hen en koning Leopold II van België verdeelde en hij de Congo kreeg als zijn persoonlijk eigendom. Onder de Belgische heerschappij, die duurde tot 1960, werden 10 miljoen Congolezen vermoord. De Congolese bevolking werd gehalveerd. De Belgische overheersing werd gekenmerkt door slavernij, dwangarbeid en martelingen die gericht waren op de ontginning van de maximale hoeveelheid ivoor en rubber uit het Centraal-Afrikaanse land. De mensen van de Congo ‘hebben waarschijnlijk meer geleden dan enige andere gekoloniseerde groep'. Hun handen werden afgesneden als ze niet hard genoeg werkten, en op een dag werden aan een ambtenaar 1000 afgehakte handen in manden afgeleverd. Vrouwen werden ontvoerd om hun mannen te dwingen rubbersap te verzamelen en Congolezen werden als sport doodgeschoten. Dergelijke wreedheden werden gedocumenteerd door George Washington Williams, een Afrikaans-Amerikaanse die Congo bezocht, hij vond de term 'misdaden tegen de menselijkheid' uit om ze te beschrijven. De VS nam, in een bloederige coup, de Congo van België over in 1960-1961, nadat de CIA de moord op Patrice Lumumba, de eerste gekozen leider, had geregeld. In zijn plaats installeerde het Agentschap zijn betaalde agent kolonel Mobutu Sese Seko, die de plunderingen en moorden die gestart waren door Leopold nog eens 37 jaar verderzette. De VS beschouwde de socialistische Lumumba te pro-Sovjet-Unie en President Eisenhower zelf keurde zijn moord goed. De CIA stuurde Sidney Gottlieb, de top wetenschapper (onder de codenaam 'Joe from Paris’), naar de Congo met dodelijke biologische toxines om op Lumumba te gebruiken. Dit bepaalde moordcomplot was niet succesvol, maar Lumumba werd door de troepen van Mobutu vermoord op 17 januari 1961. Tot zijn afzetting in 1997 was Mobutu Afrika’s meest wrede en corrupte heerser, die duizenden mensen afgeslachte en martelde en met Amerikaanse steun zijn land plunderde. Zaïre (zoals Mobutu Congo noemde), kreeg van 1965 tot 1991 meer dan 1,5 miljard US Dollar aan Amerikaanse economische en militaire hulp. In ruil daarvoor kregen Amerikaanse multinationals hun aandeel van de overvloedige mineralen van Zaïre. Washington gerechtvaardigde zijn greep op de Congo onder het voorwendsel van anti-communisme, maar de echte belangen waren strategisch en economisch. De Congo grenst aan negen Afrikaanse landen en in termen van minerale rijkdommen is het het rijkste land in Afrika, in het bezit van de grootste koper-, kobalt- en cadmiumafzettingen ter wereld. De Congo bevat 80 procent van 's werelds kobalt (essentieel voor Jet Aviation, defensie en andere high-tech productie), 10 procent van zijn koper, en een-derde van zijn diamanten in aanvulling op het bezit van aanzienlijke reserves aan goud, uranium en mangaan. Andere grondstoffen zijn onder andere coltan (gebruikt in mobiele telefoons, straalmotoren en glasvezel), hout, olie, koffie, tin, zink en palmolie. De voormalige Amerikaanse president George Bush, die 20 jaar Mobutu's vriend was, heeft belangen in de mijnbouw bedrijven in de Congo. In aanvulling op het krijgen van een deel van de Congolese rijkdom, gebruikte de VS het land als uitvalsbasis om de linkse MPLA-regering in Angola aan te vallen, nadat het de macht overnam in 1975. Volgens de Wereldbank (een lange tijd voorstander van Mobutu), was 64,7 procent van de begroting van Zaïre gereserveerd voor Mobutu's 'discretionaire uitgaven' in 1992. Officiële Zaïrese cijfers zeggen 95 procent. Dergelijke verbazingwekkende plundering gemaakt Mobutu (volgens hemzelf) één van de drie rijkste mannen ter wereld, terwijl hij de Zaïresen verarmde en de infrastructuur van het land vernietigde. Eén-derde van Zaïrese burgers stierf aan ondervoeding onder Mobutu met 'talloze anderen’ die al sinds hun jeugd lijden aan blijvende hersenschade.

Een gebalkaniseerd Congo

Mobutu’s onbegrensde hebzucht was zijn ondergang. Zolang hij de plundering deelde met de Amerikaanse, Belgische, Franse, Britse, Nederlandse en andere Westerse bedrijven die de Zaïrese economie domineerden, steunde de Verenigde Staten hem. Maar, zoals een waarnemer zei, “toen hij te veel voor zichzelf hield, en een belemmering werd, was de VS klaar om hem ten val te brengen”. In oktober 1996 vielen het Rwandese leger samen met de Oegandese troepen Zaïre binnen en namen ze het land over en dwongen Mobutu te vluchten in mei 1997. Om de invasie de dekking te geven van een locale opstand, noemden de Tutsi-Rwandese troepen zichzelf de Alliance of Democratic Forces for the Liberation of Congo-Zaïre (ADFL) en ze worven Laurent Kabila, een verbannen Congolese marxistische tegenstander van Mobutu, aan als boegbeeld leider. Zoals de Wall Street Journal zegt, "Veel Afrikanen (kwamen tot de conclusie dat) de Zaïrese opstand het geesteskind van Washington was vanaf het begin.” Rwanda en Uganda zijn de VS zijn 'trouwste bondgenoten in de regio'. Paul Kagame, de Rwandese leider, werd opgeleid aan de US Army Command and General Staff College in Fort Leavenworth, Kansas. De Amerikaanse Special Forces trainden sinds 1994 het Rwandese leger in verzetsbestrijding, gevechten en psychologische operaties. Dit omhelsde ook instructies over gevechten in Zaïre. Rwandese soldaten werden in juli-augustus 1996 (vlak voor de invasie) ook opgeleid in landnavigatie, geweerschietvaardigheid, patrouilleren en leiderschap over kleine eenheden in Fort Bragg, North Carolina (VS). In augustus 1996 bezocht Kagame ook Washington om zijn bezorgdheid over de Hutu-vluchtelingenkampen in Oost-Zaïre met Amerikaanse functionarissen te bespreken. De Hutu's zijn de grootste etnische groep in Rwanda (85 procent), terwijl Tutsi's de minderheid (15 procent) vormen. In april 1994 ontketende de Hutu-regering een genocide die in 89 dagen 800000 Tutsi's en 50000 Hutu's doodde. De Tutsi rebellenstrijdmacht van Kagame en het Rwanda Patriotic Army (RPA) vielen vervolgens, vanuit Oeganda, Rwanda binnen en namen de macht over. Eén miljoen Hutu's vluchtten naar het oosten van Zaïre. Kagame beschouwde de Hutu-vluchtelingenkampen een 'gevaarlijke bedreiging voor zijn regime' omdat Hutu-milities die de genocide hadden uitgevoerd, tot de burgers behoorden. Zoals een waarnemer zei, “Het was duidelijk voor de VS ... dat Kagame bereid was te handelen en dat dit zeker in het belang was van de Amerikaanse overheid." Nadat de Rwandezen Kabila aan de macht hadden gezet, verslechterde zijn relatie met hem snel. In juli 1998 verdreef Kabila de Rwandese en Oegandese troepen uit de Congo. Als redenen gaf hij een mislukte moordaanslag tegen zijn persoon en de moorden van het Rwandese leger op Hutu-vluchtelingen. Op 2 augustus vielen Rwanda en Uganda de Congo binnen en bezette de oostelijke helft, waar ze ... surrogaat 'rebel' legers opzette met de naam ‘Congolese Rally for Democracy (RCD-Goma-opgericht door Rwanda) en de Movement for the Liberation of the Congo (MLC-opgericht door Uganda). Angola, Zimbabwe en Namibië stuurden hun legers om Kabila te ondersteunen en Burundi verenigde zich met de Rwandezen en de Oegandezen. Zo begon 'Afrika’s Eerste Wereldoorlog' met zeven legers die 2,5 miljoen mensen doodde en een land, dat al meer dan een eeuw vernietigd werd door Westerse overheersing, verder verwoestte. Deze overheersing wordt voortgezet door Washington’s gebruik van Rwanda en Oeganda om de Congo te verdelen en leeg te roven van zijn grondstoffen. De VS steunde de Rwandese-Oegandese invasie van Congo en verdedigde dit blijkbaar volgens Human Rights Watch. De Washington Post meldde dat de Amerikaanse soldaten werden waargenomen in het gezelschap van de Rwandese troepen in Congo op 23 en 24 juli 1998. Aan het begin van de vijandelijkheden reageerde de Verenigde Staten met 'een opmerkelijke stilte'. Wanneer er een verklaring werd afgegeven, legde deze uit dat de invasie bedoeld was om een genocide tegen te gaan en beschuldigde ze de Congolese overheid van het mislukken van het veilig stellen van de grenzen. Susan Rice, de Amerikaanse adjunct-staatssecretaris voor Afrikaanse Zaken, vertelde het Congres dat de VS 'volledig begrip kon opbrengen voor hun (Rwanda en Oeganda’s) legitieme veiligheidsbelangen bij het tegengaan van opstandige aanvallen van Congolese bodem.’ Rice voegde eraan toe dat buitenlandse interventie in de Congo 'onacceptabel' was, maar Washington weigerde de oproeping tot onmiddellijke terugtrekking van zijn naaste bondgenoten, de Rwandese en Oegandese troepen, die zij hadden opgeleid, bewapend en gefinancierd. Als buitenlandse interventie echt onaanvaardbaar was, kon de VS het hebben beëindigd door het afsnijden van zijn grote militaire en economische steun aan Rwanda en Oeganda en de landen te sanctioneren. In plaats daarvan drong Rice aan op een wapenstilstand en oefende ze druk uit op Kabila om het Lusaka Akkoord, die het conflict als een burgeroorlog behandelde, te ondertekenen en riep ze op tot een stap-voor-stap terugtrekking van de buitenlandse troepen (in 180 dagen) in plaats van een onmiddelijke terugtrekking ... Kabila stemde alleen in met het Lukase Akkoord omwille van de impliciete VS dreiging dat ‘een weigering zou leiden door een nog grotere steun aan de rebellen en de potentiële ontmanteling van het hele land.’ Dit bericht werd drastisch versterkt op 17 januari 2001, toen Laurent Kabila zelf werd vermoord op dezelfde dag als Lumumba 40 jaar eerder. Joseph Kabila, de zoon van Laurent, nam het presidentschap over. Op deze manier heeft de VS gezorgd voor voortdurende Westerse dominantie van de Congo door het land zelf te vernietigen zoals het bestond toen Mobutu werd omvergeworpen. Net als in de Conferentie van Berlijn in 1885, hertekent het Westen opnieuw de Congolese grenzen en dit proces gaat opnieuw gepaard met plunderingen en grootschalige moordpartijen.

Legers van Bedrijven

Volgens een in 2001 vrijgegeven VN-rapport roven en plunderen Rwanda en Oeganda de grondstoffen van Oostelijk Congo en exporteren ze ze illegaal naar het Westen. Het oosten van Congo bevat de meeste mineralen van het land. Het rapport getiteld 'Report of the Panel of Experts on the Illegal Exploitation of Natural Resources and Other Forms of Wealth of the Democratic Republic of Congo’ (vert: Rapport van het Deskundigenpanel over de Illegale Exploitatie van Natuurlijke Grondstoffen en Andere Vormen van Rijkdom van de Democratische Republiek Congo) somt 'plunderingen op grote schaal' en ontginningen in de bezette zones op, uitgevoerd door Rwanda, Oeganda en Burundi tussen september 1998 en augustus 1999. In die tijdspanne werd het Oosten van Congo “ontdaan van zijn bestaande voorraden, waaronder mineralen, landbouw-en bosproducten en dieren". Rwandese, Oegandese en Burundese soldaten bezochten banken, fabrieken, boerderijen en opslagfaciliteiten om hun inhoud te verwijderen en te laden in voertuigen. In november 1998 vervoerde het Rwandese leger een waarde van zeven jaar aan coltan-voorraad (ongeveer 1500 ton) naar Kigali (de hoofdstad van Rwanda). Na de plundering van de voorraden, hebben Rwanda en Uganda diamanten, goud, coltan, hout en koffie ontgonnen uit het oosten van Congo en illegaal naar het Westen geexporteerd. Rwanda kreeg in 18 maanden, alleen al van de coltan export, 250 miljoen US Dollar. Volgens de 'Christian Science Monitor’ verlieten elke dag cargovluchten vol met diamanten, goud en palmolie de Congo naar Kigali en Kampala (hoofdstad van Oeganda). Zeven tot tien van dergelijke dagelijkse vluchten komen aan in Kigali. Het grootste deel van hun lading werd in vliegtuigen richting Europa geladen. Sinds 1998 steeg de diamantexport van Rwanda en Oeganda naar het westen, maar geen van beide landen heeft diamantmijnen. Tijdens de periode 1999-2000 exporteerde Uganda diamanten ter waarde van 3 miljoen US Dollar. Elk jaar geven diamantairs in de Congo 2 miljoen US dollar aan het Rwandese leger. De plunderingen en winning van grondstoffen ging gepaard met de 'oprichting van criminele kartels' in de bezette gebieden, gecreëerd of beschermd door top militaire bevelhebbers. Het VN-rapport beschuldigt presidenten Kagame en Museveni (van Oeganda) van het geven van 'indirecte' unieke kansen aan 'criminele kartels om zich te organiseren en te werken in dit kwetsbare en gevoelige gebied'. Het document waarschuwde dat deze kartels die 'vertakkingen en verbindingen hebben over de hele wereld ... het volgende ernstige beveiligingsprobleem in de regio vertegenwoordigen'. Veelbetekenend wijst het VN-rapport erop dat de illegale exploitatie van Oost-Congo was opgehitst door Westerse bedrijven, overheden, multilaterale instellingen en diplomaten. De Rwandese coltan-export werd vervoerd door Sabena, de Belgische nationale luchtvaartmaatschappij, terwijl Citibank de nodige financiële transacties uitgevoerde. Ramnik Kotecha, de VS ere-consul in het Oosten van Congo, promote transacties tussen Rwandese coltan-verkopers en Amerikaanse bedrijven. Kotecha zelf handelde ook in coltan. Niet-gecertificeerd hout uit het bezette Congo werd geïmporteerd door bedrijven in België, Denemarken, Japan, Zwitserland en de VS. Westerse regeringen beloonde Rwanda voor het binnenvallen van de Congo door verdubbeling van de steun aan het land van 26,1 miljoen US Dollar in 1997 tot 51,5 miljoen US Dollar in 1999. De VS, Groot-Brittannië, Denemarken en Duitsland waren de bilaterale donoren. Hierdoor kon Rwanda dus meer geld steken in de oorlog. Ook de Wereldbank promote beloningen voor Rwanda en Uganda, die de economische prestaties van de laatstgenoemde prees voor zijn Congolese diamant- en goud export. De Bank legde het geval van beide landen voor het Highly Indebted Poor Countries Initiative (een programma voor schuldenverlichting) en verwierp het feit dat de verbeterde economische statistieken van Uganda voortkwamen uit de illegale exploitatie van Congo. Het VN-rapport catalogiseerde ook 35 bedrijven die via Rwanda illegaal mineralen invoerden uit het oosten van Congo, maar toont niet de nationale herkomst van deze bedrijven. In plaats daarvan toont het rapport de bestemming van het materiaal. Zesentwintig van de bestemmingen van de bedrijven waren in het Westen. De bedrijven omvatten Cogem, Transintra, Issa, Finconcorde, Cogecom, Tradement, MDW, Sogem, Soger, COGEA, Finiming, Cicle, Eagleswing, Union-Transport en Banro Resources, een Canadees bedrijf. Tien van de 35 bedrijven importeren coltan naar België, drie voeren dezelfde grondstof naar Nederland, drie naar Duitsland, twee naar Groot-Brittannië en één naar Zwitserland. Samen met de plundering van het Oosten van Congo pleegden Rwanda en Oeganda 'verwoestende mensenrechtenschendingen', aldus Human Rights Watch (HRW). Het Rwandese leger en RCD Goma ‘hebben regelmatig burgers afgeslacht in bloedbaden en buitengerechtelijke executies', evenals martelingen en verkrachtingen van dorpelingen. Zoals Alison Des Forges van HRW zegt in april 2001, “Terwijl Oegandese commandanten plunderden, hout stalen, koffie exporteerde en illegale handelsmonopolies controleerde in het Ituri district, waren hun troepen de lokale bevolking aan het uitmoorden of op andere wijze aan het misbruiken." Oeganda’s aanmoediging van (en participatie in) de gevechten tussen de etnische Hema en Lendu groepen resulteerde in 7400 doden. Schendingen van de mensenrechten waren wijdverbreid, ook aan de kant van de Congolese regering, inclusief 'willekeurige aanvallen op burgers, buitengerechtelijke executies (en) verkrachting'. Ook Kabila’s bondgenoten, Zimbabwe, Angola en Namibië, profiteerden van de oorlog. Toch kan het Kabila-regime niet worden beschuldigd van een buitenlandse militaire bezetter te zijn, noch heeft zij de oorlog gestart.

Canadese bedrijven

Tien Canades mijnbouwbedrijven profiteerden ook van de oorlog met investeringen in de Congo. Dit waren: Barrick Gold, American Mineral Fields (AMF), Tenke Mining, Banro Resource, Geconsolideerde Trillion, First Quantum Minerals, International Panorama Resource, Melkior Resources, Samax Gold en Starpoint Goldfields. Deze bedrijven kregen waardevolle concessies toegekend in de mijnbouw van koper-, kobalt-, goud-, platina- en zinkafzettingen. Zelfs nog voordat Laurent Kabila aan de macht kwam, had hij contracten ondertekend met AMF en Tenke Mining. In maart 1997 tekende Jean Raymond Boulle, oprichter van AMF, een 1 miljard US Dollar-overeenkomst met het rebellenleger van Kabila om een zinkmijn in Kipushi te ontginnen en een kobalt-onderneming in Kolwezi. Boulle kreeg ook toestemming om in de provincie Shaba diamanten te verkopen. Als onderdeel van deze overeenkomsten leende Boulle een gehuurd vliegtuig aan Kabila. In het begin van 1997 stuurde Kabila een vertegenwoordiger naar Toronto om de mijnbouwbedrijven aan te spreken over 'investeringsmogelijkheden'. Volgens Dale Grant, redacteur van 'Defence Policy Review,' kan deze reis “maar liefst 50 miljoen US Dollar opgebracht hebben om Kabila’s mars naar de hoofdstad Kinshasa te ondersteunen”. Op 12 mei 1997 kondigde Tenke Mining aan dat ze een overeenkomst hadden gesloten met Kabila, ter bevestiging van een een contract dat de firma eerder had gesloten in november 1996 met de Mobutu-regering. Op dit moment was Kabila nog niet aan de macht. De dringende noodzaak om de oorlog te financieren dwong de Congolese regering om snel exploitatierecht-akkoorden te sluiten met mijnbouwbedrijven. Zo kregen de bedrijven grondstoffen voor minder dan ze zouden krijgen in vredevolle omstandigheden. Volgens de 'Christian Science Monitor’ heeft “Laurent Kabila een kring van de Canadese adviseurs”. Joe Clark, leider van de Progressieve Conservatieve Partij en de voormalige Canadese Premier en Minister van Buitenlandse Zaken, maakte deel uit van deze ‘Congo inner cirle’. In het midden van de jaren 1990 werd Clark de speciale adviseur voor First Quantum Mineral voor Afrika. Hij verklaarde: "De regering van Congo weet dat als het snel vooruitgang wil boeken op het gebied van het gebruik van activa die banen creërt, de kans dit te verwezelijken in de mijnbouw groter is dan in andere sectoren.” Barrick Gold en Banro hadden, onder Rwandeze-Ugandese controle, de ontginningsrechten in het Oosten van Congo. Banro had 47 mijnconcessies in de provincies Sud-Kivu en Maniema, terwijl Barrick de exploitatie en ontginningsrechten kreeg over een ‘enorme stuk land' (82000 vierkante km) in de provincie Orientale. Zoals gemeld in 'Le Monde Diplomatique’, werden Barrick en Banro beschuldigd van “het financieren van militaire operaties in ruil voor lucratieve contracten.” Banro werd ook opgenomen in de VN-lijst van bedrijven die betrokken zijn bij de illegale exploitatie van de Oost-Congo. De firma importeerde kassiteriet (tinertsen) van het opstandige gebied in Canada.

Het hart van de duisternis

De vernietiging van de Congo zegt veel meer over het Westen dan over het Centraal-Afrikaanse land. Het onthult zeer duidelijk dat het Westen grotendeels een criminele onderneming is, waarvan de welvaart is gebaseerd op de genocide van de mensen uit de Derde Wereld en de diefstal van hun grondstoffen. De Congo is misschien wel het slechtste voorbeeld hiervan, maar het Westen heeft al eeuwen hetzelfde beleid gevolgd in Azië, Afrika en Latijns-Amerika. In die zin kunnen Westerse landen gezien worden als een moordende maffia onder leiding van hun peetvader, de regering van de Verenigde Staten, voor wie geen hoeveelheid bloed en rijkdom genoeg is. De daders van de genocide in Rwanda worden ... Het is tijd om de verantwoordelijken in de VS en ook België te berechten voor meer dan een eeuw genocide en plundering in Congo. En dat zal alleen maar het begin zijn van komaf te maken met de gruwelijke misdaden van het Westen. - Canadian Centre for Policy Alternatives Monitor • Dit artikel is opgedragen aan Patrice Lumumba.


Bron: Asad Ismi voor Southern Times Africa - 9 september 2011

Vertaald door ’t Vertalerscollectief

Aanbevolen:

Congo, het boek van David van Reybrouck

 

Er is aan het begin van de eenentwintigste eeuw nauwelijks een roeriger natie dan Congo, het reusachtige land in het hart van Afrika, dat barst van de grondstoffen die onontbeerlijk zijn in onze moderne tijd – én van de gruwelijke conflicten. Hoe kon de vroegere, relatief rustige kolonie van België, sinds 1960 onafhankelijk, zo veranderen? David Van Reybrouck beschrijft voor het eerst de verbijsterende geschiedenis van Congo, van ruim voor de komst van de ontdekkingsreiziger Stanley tot en met de invloed van China in de laatste tien jaar en de recente economische crisis. Van 1885 tot 1908 werd het land bestierd door koning Leopold ii, die een fortuin verdiende met de exploitatie van rubber.

De kolonisatie door België in de periode van 1908 tot 1960 zorgde voor industrialisatie en infrastructuur, maar werd ook gekenmerkt door paternalisme, zo niet betutteling. De onverhoedse overgang van kolonie naar onafhankelijke staat rond 1960 is een adembenemend verhaal vol idealisme en gekonkel. Het nieuwe land stortte zich in een turbulent avontuur dat steeds wilder en chaotischer werd en na tweeëndertig jaar dictatuur onder Mobutu leidde tot een van de dodelijkste conflicten sinds de Tweede Wereldoorlog. Van Reybrouck baseert zich niet alleen op zeldzaam archiefmateriaal en baanbrekend onderzoek, maar vooral ook op honderden gesprekken die hij met Congolezen voerde.

Zijn ooggetuigen gaan van eeuwlingen tot kindsoldaten, van rebellenleiders tot smokkelaars, van ministers tot maniokverkoopsters. Hun verhalen heeft de auteur in zijn grote geschiedenis.

En:

Schrijver Daniel Vangroenweghe was met Rood rubber in 1985 een van de eersten die in ons land een diepgravend verslag schreef over de gruwelijke handel en wandel van Leopolds bezetting in het hart van Afrika. Zich baserend op tien jaar onderzoek, twintig verschillende archieven in binnen- en buitenland, nooit eerder gepubliceerde documenten van de onderzoekscommissie en getuigenissen schetst de auteur de structuur, opzet en reikwijdte van de rubberontginning. Dwangarbeid, verwoestingen, honger, epidemieën en uitbuiting decimeerden de plaatselijke bevolking en zorgden voor een ongeziene menselijke tragedie die tot op de dag van vandaag doorloopt.

Rood rubber confronteert ons me t het feit dat vele evenwichtige en beschaafde landgenoten betrokken waren bij een gewelddadige en mensonwaardige kolonisatie ter verrijking van een monarch die nooit de moeite nam Kongo-Vrijstaat te bezoeken.