Wat is er echt aan de hand in Syrië?

In de laatste twee maanden hebben veel bloedige terreuraanvallen plaatsgevonden. De daders zijn vaak niet bekend. Doelwit waren werknemers van het Syrische regime, militaire piloten, legerposten, oliepijplijnen, treinrails, wetenschappers, onschuldige kinderen en burgers. Verder zijn er 900 scholen in brand gestoken en 30 leraren vermoord.  

Het leven in Damascus wordt met de dag ernstiger. Veiligheidsofficieren checken paspoorten van mensen die op weg zijn naar het vliegveld, vragen van welk land zij afkomstig zijn. De entrees van overheidsgebouwen zijn met cementen wegversperringen beveiligd. Buiten de politiebureaus zijn checkpunten, straten worden door hekken afgesloten en bewaakt door jonge vrijwilligers met machinegeweren. 

Tegelijkertijd is het leven van alle dag niet echt veranderd. De mensen hebben het druk, ze worden niet op straat staande gehouden, er rijden geen politiewagens of tanks door de stad, de internetcafés zitten vol en in het weekend is het druk in de stad met shoppende families en flanerende jongelui.

Na terroristische aanvallen in Damascus wordt er door tienduizenden steun betuigd aan het regime van Bashar al-Assad. Ook in andere grote steden worden zulke demonstraties georganiseerd, zoals in Aleppo, Homs, Hama, Daraa en Deir az Zor. We  hebben vrijelijk met deze mensen kunnen praten en hebben geen enkele demonstratie gezien tégen het regime.



Op 1 januari j.l. sprak Bashar al-Assad tienduizenden mensen toe. Hij sprak over de steun die terroristen ontvangen vanuit het buitenland. De speech werd buitengewoon enthousiast ontvangen. Ik heb niet kunnen ontdekken dat dit niet spontaan gebeurde.

Op 8 januari 2012 vond een ceremonie plaats in de St. Cross Kathedraal in Damascus. De leiders van de islamitische Ahmad Badr Al-Din Hassoun, de Syrische orthodoxe kerk en de katholieke kerk spraken gezamenlijk. Zij veroordeelden de bandieten en moordenaars en diegenen die de wapens in hun handen hadden gelegd en naar Syrië hadden gestuurd. De zoon van de mufti werd vermoord toen zijn vader weigerde de terroristische oppositie te steunen.

De Syrische regering heeft als onderdeel van de hervormingen een decreet uitgevaardigd voor de oprichting van meerdere politieke partijen. In de constitutie van Syrië wordt formeel al gesproken over een systeem met meerdere partijen, in de praktijk kreeg de regerende Baathpartij door “clausule 8” een monopoliepositie. Op dit moment is er een brede discussie gaande over deze clausule. In februari 2012 wordt een volksreferendum gehouden over een nieuwe constitutie. De meerderheid van het volk en de politici zouden deze clausule zeker willen afschaffen.   

De nieuwe constitutie moet in maart 2012 worden goedgekeurd. In mei of juni moeten nieuwe vrije verkiezingen worden georganiseerd. Te samen met de nieuwe wet over de vrijheid voor politieke partijen werden al eerder nieuwe wetten aangenomen over verkiezingen, democratisch gekozen lokale bestuurders en media: de komst van 20 televisiekanalen, 15 radiokanalen en 30 kranten zijn inmiddels goedgekeurd.

Op dit moment kent de Syrische oppositie drie richtingen: de democratische, de liberale en de links/communistische partijen. De Syrische Nationalistische Partij is de meest invloedrijke partij onder de democratische partijen. Deze partij is al in 1932 opgericht en vergeleken met de Baath partij conservatief te noemen.

Volgens Iliah Saman, lid van de Syrische Nationalistische Partij, is het internationale beleid van Amerika, Frankrijk en Engeland de grootste destabiliserende factor in Syrië. Deze landen steunen het belang van Israel, dat Syrië zou willen opdelen in vijf staten, gebaseerd op interne religieuze en etnische verschillen. 

De liberale oppositie wordt gerepresenteerd door een democratische partij die wordt geleid door Nabil Feysal, een van de intellectuelen van Syrië. Hij staat recht tegenover de moslim fundamentalisten en kiest voor Syrië de lijn van het nieuwe “Denemarken van het Midden Oosten.”

  Qadri Jamil, partijvoorzitter van de Popular Will Party.

Het Nationale Comité voor de Eenheid van Syrië is de meest invloedrijke partij van de linkse partijen. Ze hebben onlangs hun naam veranderd in de “Popular Will Party”. Deze wordt geleid door Qadri Jamil, een econoom en professor aan de universiteit van Damascus. Hij is de enige representant van de oppositie die in het comité voor de nieuwe constitutie heeft deelgenomen.  

Jamil is van mening dat de nationale dialoog en vorming van een regering met ministers van allerlei partijen, linkse én patriottische, de enige manier is om uit de crisis te raken. Hij vindt dat politici die niet zijn geïnteresseerd in hervormingen moeten verdwijnen uit de politiek. Destructieve en radicale leden die vaak reden vormen voor geweld, moeten eveneens aftreden. 

De coördinerende comités zijn ook een invloedrijke politieke kracht waarmee rekening moet worden gehouden. Zij organiseren aan de ene kant prodemocratie demonstraties en ze eisen betere leefomstandigheden. Aan de andere kant vormen zij gewapende verdedigingseenheden, die de mensen moeten beschermen tegen blinde terreuraanvallen van verschillende groepen terroristen. Vooral tegen de aanvallen van de terreurgroep die zich Free Syrian Army noemt.

In het begin van het protest tegen Bashar al-Assad kozen veel mensen partij voor de demonstranten van de oppositie, ook de intellectuelen. Nu steeds meer groepen terroristen zorgen dat vele kinderen en burgers die in Syrië worden gemarteld, verminkt en gedood, neigen ze naar support voor de president, die samen met de regering hervormingen wil gaan doorvoeren. Mensen die niet willen deelnemen aan protestmarsen tegen de Syrische president moeten het vaak ontgelden.


Abdel Hakim Belhaj, leider van de  ’Al-Qaida in Libië’ en commandant van het "Free Syrian Army.”

De situatie in Syrië is erg troebel. Niemand weet precies wie wat doet. Op 11 januari 2012 vond de Franse journalist Giles Jacquier de dood bij een aanslag in de Syrische stad Homs. Kort voor zijn dood spraken wij met hem. Hij was overtuigd van het feit dat demonstraties door het autoritaire regime werden onderdrukt. Hij was overal op zoek naar de oppositie om een verhaal te kunnen maken. In Damascus vond hij niets, daarom vertrok hij met een groep Nederlandse en Zwitserse journalisten naar Homs. 

In Homs trof hij ook enkel mensen die supporters waren van Bashar en vroegen om bescherming tegen de terroristen. Een groep lokale inwoners en Jacquier, die toevallig dichtbij hen stond, werden geraakt door een enkele granaten. Dat gebeurde daar wel vaker. Moeder Agnes Myriam, leidster van Mar Yakub, het oudste klooster in Syrië, gaf hierna het volgende commentaar: “Syrië kent geen oppositie, alleen groepen terroristen en bandieten die mensen blind vermoorden.”

Veel mensen die wij hebben gesproken in Syrië, waaronder onafhankelijke buitenlandse journalisten, hebben mij verteld dat er een informatieoorlog gaande is tegen Syrië. Televisiekanalen (zoals bijvoorbeeld Al Jazeera) die berichten willen uitzenden over anti-regeringsdemonstraties editen en gebruiken computerprogramma’s om decoratiebeelden van straten van Damascus te “plakken” als een soort van Hollywood film.   

De Syrische oppositie wordt in het buitenland gerepresenteerd door Ghalioun, een Frans-Syrische politicoloog in Parijs. De heterogene groep bestaat uit de leden van de Moslim Broederschap, meerdere Soennitische organisaties, Koerden en liberaal-democratische dissidenten die in Europa of Amerika wonen. 

De bewapende oppositie bestaat uit een aantal groepen van de militaire vleugel van de Moslim Broederschap, radicale islamieten en Al Qaida elementen. Er zijn voor hen trainingskampen opgericht in Libanon en Turkije. Officieren van veiligheidsdiensten van de NAVO, Turkije en Arabische Staten zijn verantwoordelijk voor de wapens en de training van de deelnemers. De koninkrijkjes aan de Perzische Golf financieren ze. 

De toekomst van de situatie in Syrië hangt af van het huidige regime, of zij de krachten van het volk kunnen consolideren en de aangekondigde hervormingen daadwerkelijk zullen doorvoeren.  Prioriteit heeft het stoppen van de terreurgroepen. Het land moet weer stabiel worden. Dat zal ook afhangen van de keuzes en internationale politiek van de NAVO, Turkije, de Arabische Liga, Rusland en China.

Rusland heeft aangekondigd een herhaling van Libië zeker niet te zullen pikken.  



Door: Boris Dolgov 
Bron: http://www.globalresearch.ca/index.php?context=va&aid=29014