Bankiers zijn betrokken bij alle oorlogen en alle partijen


Nomi Prins, voormalig partner en managing director bij Goldman Sachs, leidde de groep van internationale analisten bij Bear Stearns in Londen en is tegenwoordig ook actief voor de progressieve denktank Demos. Zij schrijft (notes): Ik heb onderzoek gedaan naar de eeuw die startte met de Paniek van 1907 (Panic of 1907), een economische crisis die in het najaar van 1907 in de Verenigde Staten uitbrak.  Uit de archieven van presidenten werd mij duidelijk dat bij veel gebeurtenissen bepaalde bankiers in constante communicatie met het Witte Huis waren. Ze hadden het niet alleen over het financiële, economische of handelsbeleid, maar ook over aspecten van de Eerste wereld-, de Tweede wereld- of de Koude Oorlog, over de politieke expansie die Amerika als supermacht onderging, die werd gesteund door de financiële expansie van het bankwezen.

In het begin van de Eerste Wereldoorlog verklaarde Amerika o.l.v. Woodrow Wilson zich direct neutraal. Het was de Morgan Bank, de machtigste bank van dat moment, die voor meer dan 75 procent van de financiering voor de geallieerden zou zorgen, die Wilson stimuleerde in de oorlog toe te treden. 

In diezelfde oorlog was het de National City Bank, hoewel deze samenwerkte met de Morgan Bank in de financiering van de Fransen en de Britten, geen probleem had met de financiering van een aantal zaken aan de Duitse kant, zoals ook de Chase Bank... 

De VS steunde buitenlandse mogendheden om de dreiging van het communisme tegen te gaan. Bankiers openden vervolgens kantoren in landen zoals Cuba, Beiroet en Libanon. Landen waarin de VS ook een voet tussen de deur probeerde te krijgen. De financiële wereld en buitenlandse politiek waren dus op elkaar afgestemd. 

In de jaren '70 raakte de VS minder uitgelijnd. Het buitenlandbeleid van Amerika richtte zich op expansie. Bankiers vonden olie en zij deden extreme pogingen om relaties met het Midden-Oosten te activeren. De Amerikaanse regering vólgde. In gebieden zoals Saoedi-Arabië kregen de banken toegang tot olie-geld, zij recycleden het vervolgens in Latijns-Amerika, leenden overal geld en maakten andere landen in de hele wereld schuldplichtig. Deze situatie leidde de Amerikaanse regering. Het was niet andersom. 

Om de publieke opinie over deelname aan WO I te sturen kocht JP Morgan de 25 meest gelezen kranten in de VS.

Vele grote banken sponsorden de Nazi’s. 

De BBC rapporteerde in 1998:
De Barclays Bank heeft besloten $3.6 miljoen te betalen aan erfgenamen van joden van wie de bezittingen tijdens WO II door de Franse tak van de Britse bank werden ingenomen. 

De Chase Manhattan Bank heeft toegegeven in 1940 samengewerkt te hebben met de Duitse autoriteiten. De rekeningen van joden werden bevroren. Het geld werd afgepakt. 

In het New York Daily News werd in datzelfde jaar het volgende gepubliceerd:

De relatie tussen Chase en de Nazi’s is blijkbaar zo goed dat de baas van Chase Manhattan in Parijs Carlos Niedermann naar zijn supervisor in Manhattan schrijft dat de bank geniet van de speciale relatie met hoge officials uit de Nazi Partij en dat de bank vele extra stortingen kent. 

Niedermann’s brief werd geschreven in mei 1942, vijf maanden nadat de Japanners Pearl Harbor hebben gebombardeerd en de VS actief toetreedt tot WO I. 

De BBC rapporteerde in 1999:
Een door de Franse overheid ingestelde commissie heeft de overname van joodse geldtegoeden tijdens de Tweede wereldoorlog onderzocht. Vijf Amerikaanse banken: Chase Manhattan, J.P Morgan, Guaranty Trust Co. of New York, Bank of the City of New York en American Express worden schuldig bevonden. 

De Britse krant De Guardian schreef in 2004:
De grootvader van George Bush, senator Prescott Bush, was directeur en aandeelhouder van bedrijven die profiteerden van hun bemoeienis met Nazi Duitsland. 

De Guardian heeft confirmatie dat Prescott Bush direct betrokken was bij de financiële architecten van het Nazisme. Zijn deals gingen door tot zijn bedrijf werd bevroren in 1942, door de Trading with the Enemy Act (wet op zaken doen met de vijand). 

De documenten maken duidelijk dat grootvader Bush werkte bij Brown Brothers Harriman (BBH). BBH was de Amerikaanse uitval post voor de Duitse industrieel Fritz Thyssen, die Hitler in de dertiger jaren had gefinancierd. The Guardian heeft bewijzen dat Prescott Bush directeur was van de Union Banking Corporation (UBC), die zorgde voor de Amerikaanse belangen van Thyssen. Dat ging lang door, ook nadat Amerika was toegetreden tot de oorlog. 

 Bush was een van de oprichting partners van de UBC. De bank werd opgezet door Harriman en de schoonvader van Bush om de Duitse machtigste fabrikanten familie Thyssen vaste voet op Amerikaanse grond te geven. 

Eind dertiger jaren beweerde Brown Brothers Harriman de grootste investeringsbank ter wereld te zijn, UBC had voor miljoenen aan goud, benzine, staal en kolen en Amerikaanse treasury bonds verkocht aan Duitsland. Daarmee werd de oorlog gevoed en gefinancierd. 

Tussen 1931 en 1933 kocht UBC meer dan $8 miljoen aan goud, $3 miljoen werd naar het buitenland gebracht. Nadat de UBC werd opgericht werd $2 miljoen overgemaakt naar rekeningen van de BBH. 

De positie van UBC  als stroman voor de Thyssen familie kwam 8 maanden na aanvang van de VS aan WO II aan het licht. 

Banken financierden vaak  beide zijden van de oorlog.
De San Francisco Chronicle heeft bewijzen dat Rockefeller, Carnegie en Harriman ook Nazi eugenics programmas sponsorden, maar dat is een verhaal voor een andere keer. 

De Federal Reserve Bank en andere banken werken ook mee om oorlogen te starten en financieren. Grote banken werken mee aan witwassen van geld voor terroristen. Een bankemployé die uit de school klapte zegt dat de bank nog steeds (terroristen helpt: Mensen moeten weten dat HSBC-geld wordt besteed aan geweren en kogels, die onze soldaten doden. En: het is afschuwelijk dat onze banken op 9/11 2013 NOG STEEDS terreur sponsoren


En kijk hier eens naar. Prescott Bush, JP Morgan en andere bankiers betaalden voor een (mislukte) coupe tegen president Franklin Roosevelt in de poging fascisme in Amerika te implementeren. Zie hierhierhier and hier

Kevin Zeese schrijft:
Mensen doorzien de relatie tussen het militaire-industriële complex en de oligarchen van Wall Street steeds beter. Banken hebben altijd van oorlog geprofiteerd. Banken profiteren enorm van de schuld die regeringen oplopen. Ook worden oorlogen gebruikt om een weg te banen voor het bedrijfsleven en de financiële wereld. 

Minister van Defensie William Jennings Bryan schreef: “the large banking interests were deeply interested in the world war because of the wide opportunities for large profits”; bankiers waren enorm geïnteresseerd in een wereldoorlog omdat het veel mogelijkheden bood om grote winsten te behalen. Veel geschiedkundigen zien nu in dat er een verborgen agenda speelde ten tijde van WO I. 

In 1915 ontstond veel kritiek op de neutrale positie van de VS. Bankiers en handelaren leenden geld aan beide strijdende partijen. De Geallieerden ontvingen meer dan 85 maal van wat de Duitsers konden lenen. Aan de Geallieerden werd $ 2.581.300.000 uitgeleend. Bankiers zagen in dat als Duitsland zou winnen veel van hun leningen nooit zouden worden terugbetaald. 

De grootste bankier van zijn tijd, J.P. Morgan en zijn collega’s deden er alles voor om te zorgen dat Amerika bij de oorlog betrokken zou worden. President Wilson en de Democraten hadden in 1916 campagne gevoerd met als thema dat zij de VS neutraal zouden houden en beloofden de vrede te handhaven. Door druk uit de bancaire wereld moest hij bakzeil halen en de Amerikaanse investeringen in Europa beschermen.  

De meest gedecoreerde marinier uit de Amerikaanse geschiedenis, Smedley Butler, heeft geschreven over zijn oorlogsdaden: ik heb 33 jaar gevochten voor Big Business, voor Wall Street en de bankiers. Kortom, ik was een gangster voor het kapitalisme. Ik heb Mexico en Tampico in 1914 helpen vrijmaken voor Amerikaanse oliebedrijven, Haiti en Cuba voor de National City Bank. Een half dozijn republieken in Midden Amerika heb ik helpen verkrachten voor Wall Street. Ik heb Nicaragua van 1902 tot 1912 helpen opruimen voor het International Banking House van de Brown Brothers. Ik heb ervoor gezorgd dat in 1916 de Amerikaanse suikerindustrie terecht kon in de Dominicaanse Republiek. Ik heb Honduras in 1903 helpen ontginnen voor de Amerikaanse fruitindustrie. In China heb ik in 1927 meegeholpen om te zorgen dat Standard Oil niet werd aangevallen. Terugkijkend heb ik waarschijnlijk Al Capone zelf een paar hints gegeven. Het beste wat hij deed was zorgen voor ellende in drie districten, ik heb op drie continenten hetzelfde gedaan.


 In Confessions of an Economic Hit Man beschrijft John Perkins hoe de Wereldbank en het IMF leningen misbruiken om winsten te genereren voor Amerikaanse  bedrijfsleven. Landen worden met grote schulden opgezadeld en zitten daarna in de tang van de VS. Het is niet voor niets dat ex-militairen zoals Robert McNamara en Paul Wolfowitz bankdirecteur worden. 

De schuld aan internationale banken zorgt ervoor dat landen door de VS gecontroleerd kunnen worden, dat ze zich “vrijwillig” aansluiten bij een multinationale troepenmacht, de zogenoemde Coalition of the Willing, die het bewind van Saddam Hoessein in Irak verdreef.  Als landen weigeren de 'eer' van hun schulden af te betalen aan de VS zal de CIA of het Departement van Defensie hen dwingen de Amerikaanse politieke wil uit te voeren door een interne staatsgreep of militaire actie.  

 

Door Washington's Blog,  Copyright © april 2014 Global Research

Bron: http://www.globalresearch.ca/bankers-are-behind-the-wars/5378240