Het laatste applaus


Vorige week zondag, op 14 juli, gaf het Radio Kamer Filharmonie Orkest zijn laatste concert. Dat gebeurde in het Concertgebouw te Amsterdam. De dirigent was Frans Brüggen, de wereldberoemde expert op het gebied van barokmuziek en de oprichter en artistiek leider van het wondermooie Orkest van de Achttiende Eeuw, waarvan de meeste musici spelen op originele oude instrumenten.
Het concert was niet alleen een artistiek hoogtepunt, maar ook het definitieve afscheid van het Radio Filharmonisch Orkest. Het wordt opgeheven als gevolg van de drastische bezuinigingen in verband met de huidige crisis. De Nederlandse kunstwereld moet met 200 miljoen euro gekort worden. Dat betreft niet alleen de muziek, maar ook andere kunstvormen zoals ballet, toneel, opera en kunstopleidingen.
De politicus die de sloperstaak bij kunst moest uitvoeren, was de vorige staatssecretaris van Cultuur en Onderwijs Halbe Zijlstra (VVD). Hij heeft op nietsontziende wijze zijn opdracht vervuld en draaide hoogstpersoonlijk meer dan 66 culturele instellingen de nek om waaronder achttien musea, negen orkesten, drie operagezelschappen, drie muziekensembles, twaalf toneelgezelschappen, vier balletgroepen en enige muziekbibliotheken.
Zo dreigt de muziekbibliotheek van het Muziekcentrum van de Omroep, dat 85 jaar omroepgeschiedenis bevat, in de papiercontainer te verdwijnen. Nooit eerder is zó meedogenloos op onze cultuur ingehakt.
De eerste vraag die bij cultuurbewuste Nederlanders opkomt, is: wat voor een persoon is die Halbe Zijlstra eigenlijk? Wat is zijn affiniteit met het hoogste cultuurgoed van ons land? Had hij er eigenlijk verstand van?
Zoals gebruikelijk in de politiek worden altijd voor belangrijke taken mensen uitgezocht die bewezen hebben geen enkel benul van de materie te hebben. Dat schijnt zelfs een aanbeveling te zijn. Zo hebben wij ministers van Volksgezondheid gehad die niets wisten van geneeskunde en ministers van Defensie die antimilitarist waren.

Heavy metal
Halbe Zijlstra, zoon van een Friese politieman, heeft sociologie en marketing gestudeerd en is in allerlei organisaties financieel projectmanager geweest, totdat hij in 2006 als VVD-lid in de Tweede Kamer terechtkwam. Zijn muzikaal niveau wordt bepaald door zijn voorliefde voor heavy metal popmuziek. En thuis draait hij bij voorkeur nummers van de Amerikaanse popgroep Metallica. Zijn meest geliefde schrijver is Dan Brown (van de Da Vinci Code en het Bernini Mysterie).
Zijlstra is thans fractievoorzitter van de VVD in de Tweede Kamer. Hij is als staatssecretaris van Onderwijs en Cultuur in 2012 opgevolgd door Jet Bussemaker (PvdA). Wat hij heeft aangericht in het culturele leven van ons land is veel ernstiger dan de meeste mensen wel denken. Cultuur, en in het bijzonder muziek en toneel, bepaalt in hoge mate de mentaliteit en de geestelijke weerbaarheid van een volk.
Het is dan ook niet voor niets dat sinds mensenheugenis veroveraars en dictators als eerste trachten de cultuur van een overwonnen volk onder controle te krijgen. Dat gebeurde al in Bijbelse tijden. Ook in onze tijd zijn daar sprekende voorbeelden van. Het eerste wat de Duitse nazi’s deden was zich met de nationale cultuur bemoeien via het instellen van een zogenaamde Kulturkammer. Wie geen lid van die Kultuurkamer was, mocht niet schrijven of optreden. Hetzelfde gebeurde in de Sovjet-Unie onder de terreur van het communisme.
Iedere geslepen politicus weet dat artiesten, zoals toneelspelers, tekenaars, schilders en musici, een ‘taal’ spreken waarmee ze grote groepen mensen kunnen beïnvloeden. En dus ook een sfeer van verzet kunnen creëren tegen politieke onderdrukkers. In het bijzonder geldt dat voor musici wier muzikale taal universeel is over de hele wereld. Het muziekschrift zelf kan door iedereen die muziekonderwijs heeft gehad, gelezen worden.                          

Cellist
In de Tweede Wereldoorlog speelde onder meer de befaamde cellist Rostropovitsj in het door de Duitsers bedreigde Moskou. Met zijn muziek (de Cello Suites van Bach) wist hij zijn Russische landgenoten weer moed en vertrouwen te schenken. Zijn kwetsbare cello bleek sterker dan het geschut van de Duitse Wehrmacht.
De zwarte slaven in de Verenigde Staten van Amerika hielden destijds zichzelf op de been door het zingen van hun thans befaamde ‘negro spirituals’, en bij de verschrikkelijke ondergang van het stoomschip Titanic in 1912 schonk de dappere scheepskapel de doodsbange passagiers troost door tot het laatst toe door te spelen.
Iets dergelijks gebeurde een week geleden in het Concertgebouw te Amsterdam waar het voortreffelijke Radio Kamer Filharmonie Orkest zijn eigen afscheidsmuziek mocht spelen. Zeer bijzonder was de morele kracht van al die topmusici, die na het laatste applaus zich maar in de maatschappij moeten zien te redden.
Bij de Bach Cantate ‘Ein Feste Burg ist unser Gott’ liepen bij vele musici de tranen over de wangen. De cantate is een bewerking van een door Maarten Luther in 1533 geschreven lied, dat nog heden ten dage als gezang 401 in het Liedboek voor de Kerken is opgenomen met de woorden:
‘Een vaste burcht is onze God, een toevlucht voor de Zijnen. Al drukt het leed, al dreigt het lot, Hij doet Zijn hulp verschijnen…’
Het publiek applaudisseerde tot de laatste musicus (een bassist) het concertpodium verlaten had.

Kortzichtig
Alleen muzikanten beseffen in volle omvang wat kortzichtige politici hebben aangericht om slechts 200 miljoen euro te besparen. Niemand heeft erbij nagedacht dat er tientallen miljarden Nederlandse euro’s in de bodemloze putten van de EU verdwijnen. Dat onze immigratiepolitiek steevast meer dan 7 miljard (!!) euro per jaar kost. Maar voor een betrekkelijk gering bedrag wordt een culturele schade aangericht die in geen jaren is te herstellen. Het duurt namelijk vele decennia voordat een symfonieorkest op topniveau functioneert. Maar dat leer je natuurlijk niet in een paar jaar sociologie en marketing of door het luisteren naar heavy metal.
*

Bob Smalhout
Wij danken Prof. dr. Bob Smalhout en de krant De Telegraaf voor de toestemming tot overname van deze colums.