Goud voorbij de $ 1.500 grens



Door de tijden heen heeft goud een grote aantrekkingskracht op de mens uitgeoefend.

In Mesopotamië, het oude China, Egypte en Griekenland was goud een belangrijk metaal waaraan buitengewone eigenschappen werden toegekend. De Romeinen gebruikten  gemunt goud als betaalmiddel. In hun veroveringsdrang was dit volk in het bijzonder geïnteresseerd in gebieden, waar goud kon worden gedolven.

Cortez zocht naar de goudschat van de Maya’s in Mexico, Pizarro naar het goud van de Inca’s in Peru. Op een barbaarse manier hielden deze goldraiders uit naam van de Koning van Spanje en de Paus van Rome huis. De verovering van de gebieden in midden en het westen van Zuid Amerika leverde Spanje grote rijkdommen in goud en zilver op.

De goudkoorts heeft veel mensen door de eeuwen heen te pakken gehad. Recent was dat  in de Verenigde Staten, Canada, Australië en Brazilië. Op zoek naar het grote geluk door het bezit van goud leden de goudzoekers zware ontberingen. Ook moord en doodslag waren aan de orde van de dag in de gebieden waar goud werd gevonden. En in de meeste gevallen werden niet de vinders van het goud rijk, maar zij die erin handelden.

Jaarlijks wordt ongeveer 2.600.000 kilo goud gedolven, voor een belangrijk deel  in Zuid Afrika. Het raffineren van goud uit het erts gebeurt op een zeer milieu onvriendelijke manier, met cyanide en kwikzilver. De vraag naar goud overtreft het aanbod. Deze wordt geschat op 3.800.000 kg per jaar. Goud wordt gekocht voor beleggingsdoeleinden, om er juwelen van te maken, voor diverse industriële toepassingen en in de geneeskunde.

De Alchemisten waren ook op zoek naar goud. Het is echter de vraag of het een experimentele zoektocht was naar het kunnen vervaardigen van stoffelijk goud. Een grote alchemist, Paracelsus, kende bijvoorbeeld aan colloïdale oplossingen van goud in water belangrijke geneeskundige eigenschappen toe. Hij noemde het Aurum Potable, waarmee veel klachten van fysieke en psychische aard zouden kunnen worden genezen. “Goud ontvangt zijn kracht van de Zon, die als het ware het hart van de wereld is. Door deze energie door te geven aan het menselijke hart wordt de ontvanger ervan genezen van zijn kwalen.”

In het financiële stelsel dat we in de afgelopen drie eeuwen hebben gehad was goud steeds in tijden van crisis een veilige vluchthaven. Door de bezittingen in geld tijdig om te zetten in goud ontkwam men aan de grote verliezen die tijdens een crisis werden geleden.

Toch zijn er relatief veel  beleggers, die tot voor kort hebben gezegd, dat goud geen goed alternatief was . Men wees op de afgelopen periode, waarin de prijs van het goud nauwelijks veranderde.  Er is echter een duidelijke reden aan te wijzen voor het feit, dat de goudprijs lang laag bleef. De periode eind jaren zeventig tot 2004 kenmerkte zich door een enorme manipulatie van de goudprijs door de Westerse Centrale Banken. Men leende de goudvoorraad uit aan speculanten die vervolgens short mochten gaan en die daarmee heel de goudmarkt om zeep hielpen. Die speculatie werd uitgevoerd door short te gaan op goud. De definitie van ‘short gaan’ is het verkopen van goud dat je niet in bezit hebt. Dit klinkt, zelfs na het twee keer hardop lezen van deze zin, als een schoolvoorbeeld van contradictio in terminis. Hoe kun je goud verkopen zonder het in bezit te hebben?

De theorie is niet eenvoudig, maar ik zal proberen het uit te leggen. Om goud te kunnen verkopen dat je niet eerst hebt gekocht, moet het toch op de een of andere manier in je bezit komen. Als je het niet wilt stelen dan moet je het lenen. En dat kan bij een partij die heel veel goud in bezit heeft, zoals een centrale bank. Voor het lenen betaalt de speculant een vergoeding aan de centrale bank.

Om het goud te mogen lenen, moet de speculant de onderliggende waarde kunnen dekken ofwel ‘hedgen’. De onderliggende waarde van het  geleende goud wordt op een geblokkeerde bankrekening gezet, zodat de uitlenende partij de garantie heeft dat de belegger voor het geleende goud kan betalen als dat nodig mocht zijn. 

De speculant verkoopt vervolgens het geleende goud, bijvoorbeeld voor $900 per troy ounce (=31,1035 gram), met bijvoorbeeld de afspraak dat het binnen drie weken wordt geleverd. De speculant ‘gokt’  er op dat de goudprijs binnen die drie weken gaat dalen.  Als de prijs van het goud binnen de drie weken zakt naar $895 per troy ounce, dan geeft de speculant het geleende goud terug aan de eigenaar (centrale bank X) en koopt voor $895 het goud dat hij levert aan de koper, die er $ 900 voor heeft betaald.

Hoe verdient de speculant hier nu aan? Het geleende goud had hij al verkocht voor $900 per troy ounce . Het goud dat hij levert aan de koper, heeft de speculant zelf gekocht voor $895 per troy ounce.  Hij verdient dus $ 5 per troy ounce, en dat is zijn winst. Van deze winst moet de vergoeding voor het lenen nog worden afgetrokken.

Het spreekt vanzelf, dat alleen grote speculanten aan dit type transacties veel kunnen verdienen. Ten eerste omdat ze de middelen hebben om grote bedragen te investeren. Ten tweede, omdat zij door hun omvang in staat zijn de marktprijs te beïnvloeden, vooral als dit soort transacties door verborgen kartels (= een beperkt aantal grote speculanten) worden uitgevoerd. En ten derde, omdat maar weinig marktpartijen in staat zijn om de tegenwaarde in geld op een geblokkeerde rekening te deponeren.

Het gevolg van de voortdurende negatieve speculaties (=gokken op een dalende markt) door enkele grote speculanten is geweest,  dat de prijs van het goud relatief laag bleef. Veel lager bijvoorbeeld dan de inflatie van de dollar zou hebben gerechtvaardigd. Wat de werkelijke reden is geweest van deze lage goudprijsstrategie is een verder onderzoek waard. Het aanwijsbare gevolg is geweest, dat de gewone belegger werd ontmoedigd om te investeren in goud. Het niet aanwijsbare, maar wel voorstelbare gevolg was, dat de speculanten enorme winsten hebben geboekt met hun handel.

Vanaf 12 september 1919 werd de prijs van goud dagelijks vastgesteld. Dit gebeurde op het kantoor van N.M. Rothschild & Sons in Londen. De destijds vijf grootste handelaren, N.M. Rothschild & Sons, Mocatta & Goldsmid, Pixley & Abell, Samuel Montagu & Co en Sharps Wilkins stonden garant voor deze dagelijkse fixing. De dagprijs bedroeg $ 20, 67 per troy ounce.

Nathan Mayer Rothschild (1777-1836) was de grondlegger van N.M. Rothschild & Sons. Hij ging de geschiedenis in als de man die in 1815 de Beurs van London liet crashen door het gerucht in de wereld te helpen, dat Wellington de slag bij Waterloo had verloren van Napoleon. N.M. Rothschild maakte gebruik van de baisse door de volgende dag, nadat bekend werd dat Wellington had gewonnen, zoveel mogelijk aandelen te kopen. Hij verwierf hiermee een fortuin en de vijandschap van veel van de benadeelden, die de dag ervoor in paniek hun aaandelen van de hand hadden gedaan.

In april 2004 kondigde N.M. Rothschild & Sons aan, dat het bedrijf zich terugtrok uit de goudhandel en de vaststelling (fixing) van de goudprijs. Barclays Bank nam de rol over van N.M. Rothschild & Sons op 7 juni 2004 en het voorzitterschap van de vereniging goudhandelaren, vanaf 1919 voortdurend in handen van leden van de familie Rothschild, wisselt vanaf 2004 jaarlijks.

Het merkwaardige feit doet zich voor,  dat de goudprijs vanaf 2004 in een vrijwel onafgebroken stijgende lijn is gekomen (zie de grafiek)

Waarom is de prijs van goud  laag gehouden tot 2004 en waarom heeft zich daarna de explosieve stijging ingezet, die tot een waarde op 25 april 2011 van $ 1.518 per troy ounce heeft geleid?  Was er in 2004 sprake van de voltooiing van een fase van een strategie, zoals het vestigen van een absolute monopoliepositie in het bezit van goud? Opvallend is in elk geval wel, dat de handel in goud vrijwel geheel virtueel is geworden. Dat wil zeggen dat er gehandeld wordt in recht op goud en niet in het fysieke metaal. Contracts for Difference (CFD’s) zijn bijvoorbeeld populair. Het gaat bij CFD’s uitsluitend om het verschil tussen het aankoopbedrag en het verkoopbedrag van het recht op goud. Als u fysiek goud wilt kopen, dan worden uw NAW gegevens en uw burgerservicenummer genoteerd. Zo weet Big Brother exact wie goud in bezit heeft en hoeveel.

Ook bijzonder met betrekking tot goud is, wat er in 1933 in de Verenigde Staten gebeurde. President Franklin Delano Roosevelt  confisceerde  op grond van Executive Order No. 6102 al het particulier gespaarde goud van Amerikanen. De prijs die de Amerikaanse overheid voor het goud aan zijn burgers betaalde bedroeg $ 20,67 per troy ounce (dezelfde prijs als de eerste fixing door de goudhandelaren). Roosevelt financierde de betaling met uit ‘thin air’ door de Federal Reserve Bank gecreëerd geld. Hoeveel goud er op deze manier in beslag genomen werd, is nimmer officieel bekend gemaakt. Getuigen uit die tijd spraken wel over de eindeloze wagonladingen goud die naar Fort Knox werden getransporteerd. Er zijn schattingen gemaakt dat het om 190 miljoen troy ounces goud zou zijn gegaan, maar het zou nog veel meer kunnen zijn geweest.  Nadat de hele operatie was uitgevoerd werd de prijs van het staatsgoud op $35 dollar per troy ounce vastgesteld en de dollar met 40% in waarde gedevalueerd. De prijs van $ 35 gold alleen voor niet-Amerikanen. Alle burgers die goud hadden gespaard, bijvoorbeeld voor hun pensioen, waren zwaar gedupeerd. Ten eerste door het verschil tussen de aankoopprijs van  $ 20,67 per troy ounce en de verkoopwaarde van $ 35 en ten tweede door de waardevermindering van 40% van de dollars die in ruil voor het goud werden ontvangen. Roosevelt heeft hierdoor de meest omvangrijke indirecte belastingheffing van de Amerikaanse burgers op zijn naam staan.  Vermeldenswaard is nog dat Roosevelt in 1935 goedkeuring gaf aan de toevoeging op het dollarbiljet van de piramide met het alziend oog en de veelbesproken tekst Novus Ordo Seclorum.

De officiële bedoeling was om de dollar sterk te maken (as good as gold).  Tegen de achtergrond van de Grote Depressie in die jaren, is deze afgedwongen solidariteitsactie begrijpelijk. Er is echter nog een –meer obscure-  bedoeling geweest, die een ander licht werpt op de handeling van de Amerikaanse overheid.  De prijs van het staatsgoud werd vastgesteld op $ 35 per troy ounce en was alleen verkoopbaar aan niet-Amerikanen.  In 1949 bedroeg de goudvoorraad in Fort Knox volgens Chris Weber (2010) 701 miljoen troy ounces, ongeveer 70% van alle goud in de wereld in dat jaar. Volgens Weber werd in de periode tussen 1949 en 1972 75% of 525 miljoen troy ounces verkocht. In Fort Knox resteerde volgens hem in 2010 een goudvoorraad van nog slechts 147 miljoen troy ounces. Wie zijn de kopers van deze enorme hoeveelheid goud? En waar is het goud naar toe gegaan? Het is een intrigerende vraag.

Even intrigerend als de vraag waar het uit de bezette landen en van de Joodse Holocaust slachtoffers geroofde Nazi  goud is gebleven. Over de omvang van deze georganiseerde roof bestaat weinig duidelijkheid. De opgave van de hoeveelheid Nazi goud, dat door de Zwitserse banken in bewaring werd genomen zou slechts een klein gedeelte betreffen.

Ook de Japanners hebben zich gedurende de tweede wereldoorlog niet onbetuigd gelaten. Een groot deel van het  door hen in bezette gebieden geroofde goud is tot de dag van vandaag niet boven water gekomen.

Er gaan bij financiële specialisten en politici over de hele wereld stemmen op om de gouden standaard te herstellen door goud opnieuw te koppelen aan geld, zoals aan de dollar, de sterling, de euro en de yen. Voor iedere eenheid valuta moet een hoeveelheid goud aanwezig zijn in de kluis van de uitgevende centrale bank. Dit zou ook de ongeremde geldschepping door bijvoorbeeld de Federal Reserve tot stilstand brengen. De vraag is echter: ‘ Hoe komen de centrale banken aan goud?’

De Bank for International Settlements (BIS) werd in 1930 opgericht door en voor internationale bankiers. Volgens verschillende schrijvers, onder andere Anthony Sutton (Wallstreet and the Rise of Hitler), werd Nazi Duitsland door Amerikaanse investeerders gefinancierd via de BIS Bank. Ook speelde de BIS Bank een rol bij de “settlement” van het uit de bezette landen en van de Joodse holocaust slachtoffers door de Nazi’s geroofde goud. Een poging om de BIS bank op te heffen aan het einde van de tweede wereldoorlog mislukte. Volgens de Amerikaanse hoogleraar Carroll Quigly (Tragedy and Hope, 1966) speelt de BIS Bank een centrale rol bij de vestiging van de ‘nieuwe wereldorde’

In Fort Knox ligt nog maar weinig goud in de kluis. Ook de Europese centrale banken en de ECB hebben een zeer beperkte goudvoorraad. Wellicht komt op een gegeven moment de goudaap uit de mouw van de BIS Bank, de bank der centrale banken, als er op het moment van uiterste nood in de wereld via deze bank een nieuw geldstelsel wordt gelanceerd, met één nieuwe wereldmunt gebaseerd op een gouden standaard. Over het ontstaan, de historie en de huidige rol van de BIS Bank staat meer te lezen in mijn tweede boek Ending the Global Casino? (december 2010)
 

© Ad Broere   www.adbroere.nl  en www.endingtheglobalcasino.org


 Zacharia Sitchin (1920-2010) bestudeerde Sumerische kleitabletten en kwam hierdoor tot de conclusie, dat bewoners van de planeet Nibiru, bekend onder de naam Annunaki (zij die uit de hemel kwamen) op Aarde zijn geweest ( en volgens sommigen nog steeds zijn).  Om hun planeet te redden, zouden de Annunaki  een techniek hebben ontwikkeld waarmee etherisch goud in de atmosfeer werd gebracht. Omdat de Aarde zeer rijk aan goud was, werd het hier door hen gedolven. Aanvankelijk door de Annunaki zelf, later door de toenmalige mens. Deze werd geschikt gemaakt om als slaaf voor de Niburianen te werken. Door toepassing van gentechnologie werd een mensentype gecreëerd, dat een aantal eigenschappen ‘ontving’ van de Annunaki. Voldoende om als intelligent werktuig te kunnen dienen voor hun meesters. Volgens Sitchin zou daarom de moderne mens genen van ‘hen die uit de hemel kwamen’ in zich dragen. De soms haast obsessieve belangstelling voor goud en de koppeling ervan aan het gevoel van veiligheid  bij een aantal van ons mensen zou hieruit te verklaren kunnen zijn.