Over geluk: de ‘happy planet index’ HPI

7 september 2012, Global Research. 
In de laatste eeuw is in het Westen de economische levensstandaard enorm toegenomen, maar mensen zijn zich daardoor niet veel gelukkiger gaan voelen.  

In 2006 werd voor het eerst in 178 landen de “Happy Planet Index” (HPI) gemeten. Vanatu, een klein eiland in de Stille Oceaan, werd nummer 1. Nederland eindigde op de 70ste, Duitsland op de 81ste en Amerika op de 150ste plaats. 

Door de milieubewuste opzet komt de HPI tot een heel andere wereldranglijst dan de meeste andere indices van de gelukkige landen. Meegewogen worden namelijk de mate van consumptieve ofwel ecologische voetafdruk alsmede de levensverwachting en subjectieve geluks- en tevredenheidgevoelens. 

Vanatu werd eerste op de HPI, maar het eiland is slechts 207de op de lijst van 233 bruto nationaal product economieën.  Hoewel landen in het het Westen de meeste natuurlijke bronnen van de aarde opgebruiken, maakt hen dat dus niet gelukkiger, integendeel. 

Neem Bhutan. Dit arme land scoort hoog op de geluksindex. Het land beseft terdege, dat ze hun economie moeten moderniseren, tegelijkertijd vinden ze hun inheemse cultuur en het milieu misschien nog belangrijker. 

In 2009 eindigde Costa Rica aan de top van de HPI. Inwoners van Costa Rica staan met een 8,6, op de schaal van 1 tot 10 ook bovenaan in een ranglijst van 148 landen op de World Database of Happiness (WDH). De Denen volgen met een 8,3, Nederlanders staan met 7,6 op een gedeelde 15e plek. Onderaan de lijst van WDH zijn de landen Togo en Tanzania te vinden met een 2,6. 

Over het algemeen geldt, dat in arme landen economische factoren een grotere rol spelen. In rijke landen wordt geluk mede bepaald door zingeving en idealistische waarden. We worden niet gelukkiger van voortdurende economische groei.

In Costa Rica heeft men in 1949 het leger afgeschaft en geinvesteerd in scholing, emancipatie, rassengelijkheid en gezondheidszorg. De levensverwachting is er nu net zo hoog als in de VS. Investeren in educatie en gezondheidszorg is investeren in geluk en verbetering van de kwaliteit van leven. 

In geïndustrialiseerde landen wordt vaak de nadruk gelegd op militaire hardware en leger. Dat werkt niet gunstig op de geluksindex. De enige uitzondering is Denemarken. In 2007 eindigden zij op de eerste plaats. Dat is te verklaren omdat in Denemarken economische rijkdom evenredig is verdeeld over het volk en niet in handen is van een kleine elite. Er is een sociaal vangnet. Denemarken heeft geen neo-imperialistische inborst en kent politieke vrijheid.

In India wordt geëxperimenteerd met nieuwe alternatieve ontwikkelingsmodellen, waarbij duurzame landbouw, behoud van inheemse cultuur en geschiedenis à la Gandhi belangrijk zijn. 

De exclusieve zucht naar materiële rijkdom, nageaapt van het Westen, waarbij gezondheid en menselijke relaties worden opgeofferd aan een graaicultuur, leidt niet tot welzijn en geluk.



Veel van de armere landen staan hoog op de Happy Planet Index (HPI). Dat is voor een groot deel te verklaren door hun rijke “sociale kapitaal”, het belang van een netwerk van vrienden en familie.

Wanneer wordt geinvesteerd in scholing en gezondheid, in duurzaamheid en zelfvoorzienende gemeenschappen, krijgt de geluksindex een enorme opkikker.

Politici laten ons geloven, dat dit een moeilijk te bereiken situatie is, maar is dat werkelijk zo?

 

Door Colin Todhunter
Bron: http://www.globalresearch.ca/the-policies-of-happiness/ 

Vertaald door ‘t Vertalerscollectief