Een bank die goed is voor het Midden- en Kleinbedrijf?

 

 

Banken en het MKB 
Een MKB ondernemer ging naar zijn bank om een tijdelijke liquiditeitsverruiming aan te vragen. Vorig jaar had hij de financiering van zijn nieuwe bedrijfshuisvesting geregeld. Zijn bedrijf is tot en met het eerste halfjaar 2009 winstgevend geweest. Op dit moment zit het tegen. De markt werkt niet mee en er komen te weinig opdrachten binnen. De bank geeft de gevraagde kredietverruiming niet. Integendeel, het bedrijf wordt bij de bank onder de afdeling risk management geplaatst. Het rentetarief gaat omhoog, er moet een taxateur komen die de waarde van de goederen bepaalt en er wordt een extern adviseur ingeschakeld, die de levensvatbaarheid van de onderneming gaat beoordelen. Het plan van de ondernemer zelf om deze situatie het hoofd te bieden wordt door de bank niet serieus genomen. De ervaring van deze ondernemer met zijn bank is een van de vele voorbeelden van hoe banken in deze periode hun MKB klanten bedienen. De drang om risico’s de deur uit te werken is zo groot, dat banken bij dit streven weinig rekening houden met de belangen van hun clientèle. U herkent dit voorbeeld vast wel uit uw eigen omgeving.

In mijn boek ‘Een menselijke economie’ laat ik zien dat banken niet het geschikte instrument zijn om de echte economie uit een crisis te loodsen. Dit komt omdat er drie basis fouten zitten in het systeem: bankieren op basis van een fractionele reserve, het recht om geld te scheppen en berekenen van geld over geld.

Bankieren op basis van fractionele reserve betekent, dat banken een laag risicodragend of eigen vermogen aanhouden ten opzichte van hun balanstotaal. Acht procent eigen vermogen is al goed genoeg, de rest bestaat uit spaargeld, deposito’s, betaalrekeningen en leningen aangetrokken van particulieren, bedrijven, overheid en andere banken. Dit maakt banken kwetsbaar. Banken moeten daarom risico’s mijden. Elke ondernemer weet echter dat ondernemen risico’s met zich meebrengt. Risico’s zijn in de praktijk niet te vermijden. Daarom trappen banken in tijden van crisis op de rem in plaats van een impuls tot herstel aan de economie te geven. Die impuls wordt aan de overheid en dus aan de belastingbetaler overgelaten in de vorm van allerlei garantieregelingen.

Banken zijn geldscheppende instellingen. Als er maar aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, dan kunnen banken op basis van € 1 in ‘kas’ € 9 creëren. Uit het niets! De gedachte dat banken het spaargeld van hun klanten 1:1 uitlenen is dus onjuist. Er zijn banken die nauwelijks of geen spaargeld van klanten aanhouden. Het recht om geld te scheppen plaatst banken in een centrale rol in het geldsysteem. De conditionering, dat geld ‘van de bank’ is, komt hieruit voort. Maar geld is van niemand, dus ook niet van de directeuren en aandeelhouders van banken.

Het berekenen van geld over geld betekent een voortdurende belasting van de echte economie. De echte economie is het voortbrengen van producten en diensten, van het maken van een magazine, het produceren van een auto tot het verzorgen van een hulpbehoevend bejaard mens. De waarde van alles wat de echte economie voortbrengt, wordt bij voortduring afgeroomd door het bereken van geld over geld. De absurditeit hiervan wordt duidelijk door het volgende voorbeeld. Stel dat een verre voorvader in het jaar 0 een halve euro op de bank zou hebben gedeponeerd tegen 5% samengestelde rente. Dan was de waarde van uw spaargeld in het jaar 2000 opgelopen tot het astronomische bedrag van een 1 met 42 nullen. Omgerekend in goud, ongeveer het gewicht van 5 aardbollen!

Als er geen geld over geld zou worden berekend, wat dan?  Hoe moet het met onze pensioenen, wat als we eerder willen stoppen met werken. Als deze vragen bij u leven, dan komt dat omdat u de accenten verkeerd legt. Gaat u zelf maar eens na wat het verschil zou zijn als er geen geld meer over geld zou worden berekend. Bijvoorbeeld voor de prijzen van de goederen en diensten die u koopt, uw inkomen uit werk en de belastingen die u betaalt. 

De WIR
Tijdens de grote crisis in de jaren dertig van de vorige eeuw, waren er 16 zakenlieden in Zwitserland die op onderzoek gingen hoe zij zelf actie konden ondernemen om de crisis het hoofd te bieden. Zijzelf en hun klanten hadden een schrijven van de bank ontvangen, waarin stond dat hun kredietlimiet verlaagd of tot nul zou worden teruggebracht. Er is dus niets nieuws onder de zon!

De 16 realiseerden zich dat bedrijf A krediet nodig had om goederen te kopen van bedrijf B, dat op haar beurt spullen moest kopen van haar eigen toeleveranciers. Daarop besloten ze een onderling wederzijds kredietsysteem te creëren en nodigden ook hun klanten en toeleveranciers uit mee te doen. Zij creëerden hun eigen muntstelsel waarvan de waarde identiek was aan de nationale munt (SFR 1: WIR 1) en met de interessante eigenschap dat het niet rentedragend was. Het aanhouden van tegoeden leverde dus niets op, maar lenen kostte daarentegen geen rente. De coöperatie, die de bedrijven opzetten, werd de WIR Bank genoemd. De munt die in circulatie werd gebracht heette de WIR.

De landelijke banken startten een massale perscampagne om dit revolutionaire idee de kop in te drukken. De campagne faalde wonderbaarlijk en het systeem bleek de redding te zijn voor de bedrijven die hieraan meededen. 

Zesenvijftig jaar later bewees een Amerikaanse professor in een economische studie dat hét geheim voor de legendarische economische stabiliteit van Zwitserland lag in de WIR.

Telkens wanneer een recessie de kop op stak nam het handelsvolume in de WIR drastisch toe, waardoor de effecten van de recessie op verkoop en werkgelegenheid aanzienlijk verminderden. Bovendien bleek de WIR bijzonder goed te zijn voor de regionale economie en dus voor de Zwitserse werkgelegenheid.

Nu, na 75 jaar is het WIR systeem springlevend. Tijdens deze crisisperiode is het volume van alle transacties die in WIR worden afgerekend opgelopen tot de enorme omvang van 25% van het BNP van Zwitserland en dat is meer dan 100 miljard Zwitserse francs. 

De Zwitsers lopen niet te koop met hun verworvenheid. Het lijkt alsof de financiële wereld dit complementaire geldsysteem gedoogt, zolang het beperkt blijft tot Zwitserland.

Toch is dit complementaire geldsysteem hét antwoord van het MKB op het falende beleid van de banken. Een breed gedragen initiatief van ondernemers om tot de oprichting van dit complementaire geldsysteem te komen, kan de redding betekenen voor het MKB en dus voor de Nederlandse economie. 

Een geldsysteem dat dienstbaar is aan de echte economie, gewoon …doen!

Do’s:
Geloof erin dat een complementair geldsysteem ook in Nederland mogelijk is.
Neem initiatief en verzamel zoveel mogelijk enthousiaste ondernemers.
Stel het niet uit, snel handelen kan veel ellende voorkomen.

Don’ts:
Gefixeerd zijn op de bezwaren en problemen.
Vertrouwen blijven houden in een geldsysteem dat zijn tijd heeft gehad.
Zeggen dat het allemaal wel een beetje te idealistisch is.



Auteur: © Ad Broere. Hij is oud bankier, bedrijfsadviseur, docent bij diverse Business Schools. Meer informatie over het boek en over waar Ad voor staat kunt u vinden op 'zijn site'.