Oliemaatschappijen en groene energie

 

Op 17 maart 2010 maakte Shell bekend, dat de winstuitkering aan aandeelhouders niet langer gekoppeld wordt aan de inflatie, maar uitsluitend aan de prestaties van het olie- en gasbedrijf.
Hierdoor worden twee zaken duidelijk.
De eerste, dat Shell niets heeft met andere energiebronnen dan de fossiele. Ondanks dat Darrin Morgan, een Boeing baas,  in een interview verklaarde, dat biobrandstoffen een prima zelfs betere vervanging van kerosine kunnen zijn. Het probleem om deze biobrandstoffen te produceren zonder het eco-systeem weer op een andere manier geweld aan te doen is evenwel nog lang niet opgelost, zegt Darrin Morgan. Dit heeft ook alles te maken dat de grote maatschappijen zoals Exxon en Shell hun verdienmodel hebben gebaseerd op OLIE en GAS en geen enkel belang hebben bij het ontwikkeling van ECO vriendelijke alternatieven. Sterker nog, de 'fossils' willen ons doen blijven geloven dat hun dure olie het enige is, dat op grote schaal en commercieel verantwoord te produceren valt
 

 

Terwijl zich in de Golf van Mexico een van omvang steeds catastrofaler wordende olieramp aftekent, staan op 3 mei 2010 in een bijlage van het Financieel Dagblad over het thema olie en gas diverse artikelen, die er vrijwel alle op duiden dat het geloof in duurzame energie als reëel alternatief voor fossiele brandstoffen langzaamaan wegebt.
Het gezonken booreiland van BP heeft in een 1600 meter diepe oceaan een schacht van 10 kilometer in de aardkorst geboord. De olie lag diep onder de aardkorst onder extreem hoge druk, die zo hoog was dat het letterlijk omhoog spoot en alle veiligheidskleppen op de route vernielde. De explosie die de brand veroorzaakte, was het gevolg van de oncontroleerbare hoeveelheid olie die het booreiland overspoelde. Een kleine vonk was voldoende! 'Drill baby, drill' zongen de Republikeinen op hun congres. 'God bless our standard of living. Let's keep it that way!' (Paul Simon)  Zelfs al gaat de natuur eraan. 1 liter ruwe olie is genoeg om 250.000 liter oceaanwater te vergiftigen.

Door omwille van de winstdoelstellingen van een slechts kleine groep individuen milieuvriendelijke energie op een marginale manier te behandelen, levert het ook nooit meer op dan een marginale bijdrage aan de energiebehoefte.

De self-fulfilling prophecy van Shell ( THERE IS NO ALTERNATIVE) wordt dus in deze tijd waargemaakt. Het bewijst wat mij betreft uitsluitend de absolute machtspositie van de olie en gas industrie die alternatieve energie nooit als een serieuze optie heeft beschouwd. De fossiele brandstoffen mammoetorganisaties  hebben jarenlang niet meer dan een fractie van hun investeringscapaciteit besteed aan de ontwikkeling van duurzame energie. Men geeft er de voorkeur aan om de aandeelhouders ten dienste te zijn met hoge dividenden en enorme uitgaven aan inkoop van eigen aandelen.

De tweede, dat aandeelhouders van Shell tot dusver hun aandelen in dit bedrijf beschouwden als een welvaartsvaste investering en dat Shell ver is gegaan met het 'servicen' van zijn traditionele aandeelhouders. Bij veel beursgenoteerde ondernemingen gaat het om aandeelhouderswaarde. Pieter Jan Bezemer betoogt in zijn promotieonderzoek dat hij verdedigt voor de Erasmus Universiteit dat in 2006  74% van de bedrijven aandeelhouderswaarde  als uitgangspunt voor hun strategie nemen. Uitzondering hierop vormen bedrijven met een familieachtergrond of zonder grote financiële investeerders ( HEDGEFUNDS). Bedrijven die zich aan aandeelhouderswaarde hebben gecommitteerd presteren slechter dan bedrijven die dit niet doen, betoogt Bezemer.  De stap van Shell betekent niet dat men van het Angelsaksische model over is gestapt op het Rijnlandse model. Het is vooral ingegeven door de verbetering van de productie capaciteit en daardoor verbeterde winstvooruitzichten. Shell heeft dus het 'momentum' goed gebruikt.



© ad broere

www.adbroere.nl