Leven na het antibioticatijdperk


Medisch Dossier, september 2011
Een nieuwe superbacterie zou de slotfase kunnen inluiden van de antibiotica, de geneesmiddelen die het einde betekenden van de virustherapie. Bij die therapie werd de kracht van virussen ingezet om fatale bacteriën te doden.

De testuitslagen van het ziekenhuislaboratorium waren nog slechter dan de artsen durfden te veronderstellen. Ze betekenden het einde van een oorlog van meer dan zestig jaar tussen bacteriën en antibiotica – de succesvolste groep geneesmiddelen die ooit is ontdekt. En die het grootste deel van de moderne geneeskunde mogelijk heeft gemaakt.
De specialisten in het bewuste ziekenhuis in Londen zagen aan de testresultaten dat de bacteriën ten slotte hadden gewonnen. ‘Ze keken naar een apocalyptisch rampenscenario van een wereld zonder antibiotica’, zo zei specialist infectieziekten professor John Conly enkele maanden later. ‘We zijn in feite weer terug in het tijdperk van vóór de antibiotica’1.

Superbacterie

De tests onthulden dat een gen – dat artsen in India al kenden – in het Westen was opgedoken. Dit gen, NDM-1 (New Delhi metallo-bèta-lactamase) is de ultieme superbacterie. Het verandert elke bacterie in een ‘superbacterie’ die resistent is tegen ieder antibioticum, inclusief ons laatste redmiddel carbapenum. Toen dit in augustus vorig jaar (2010) werd ontdekt, waren vijftig ziekenhuispatiënten in Londen en Nottingham hiermee geïnfecteerd. De meesten van hen waren zogeheten ‘medische toeristen’, die naar India waren gegaan voor een cosmetische operatie.
Sindsdien is NDM ontdekt in de waterleiding in New Delhi. Onderzoekers hebben daarin elf nieuwe soorten bacteriën met het NDM-1 gen aangetroffen. Sommige daarvan kunnen cholera en dysenterie veroorzaken. Professor Tim Walsh, hoofdonderzoeker van de Cardiff University’s School of Medicine, vreest dat de superbacterie in de drinkwatervoorziening van heel India, Pakistan en Bangladesh kan zitten. Hij voegt eraan toe dat is gebleken dat Westerse toeristen die niet in Indiase ziekenhuizen zijn geweest toch besmet zijn2.

Overal antibiotica

Ironisch genoeg zou de superbacterie juist een voortbrengsel van de farmaceutische industrie kunnen zijn. Wetenschappers ontdekten dat de waterleiding in India vervuild is met medicijnen, waaronder antibiotica. Veel geneesmiddelen worden juist in India gemaakt, omdat fabrikanten daar hun afvalproducten in de dichtstbijzijnde rivier kunnen dumpen vanwege de nonchalante milieucontrole aldaar.
De onderzoekers van de universiteit van Gothenburg, die deze ontdekking deden, vrezen dat een fabrikant van geneesmiddelen zo op paradoxale wijze een epidemie van infectieziekten van wereldomvang kan ontketenen3.
NDM is het onvermijdelijke eindpunt van onoordeelkundig gebruik van antibiotica, doordat de middelen vanaf het midden van de jaren veertig van de vorige eeuw voor van alles en nog wat werden voorgeschreven. Ze werden bijvoorbeeld gebruikt ten behoeve van de oogst, in het veevoer, en kwamen zodoende in het afvalwater terecht en vervolgens in het drinkwater.

Toeval

De ontdekking van de antibiotica gebeurde bij toeval. De bioloog Alexander Fleming deed onderzoek naar griep aan de Londense St. Mary’s Hospital Medical School. Hij ontdekte in 1928 na terugkeer van vakantie dat een aantal van zijn proefmonsters beschimmeld was. Dit waren culturen die hij gebruikte om stafylokokkiemen te kweken. De schimmel bleek een bacterievrije cirkel rondom zichzelf gevormd te hebben. Fleming experimenteerde hiermee verder en noemde de actieve stof ‘penicilline’. Het zou echter nog zeventien jaar duren voordat penicilline als antibioticum in massaproductie werd genomen.

Pioniers

Ondanks deze trage voortgang betekende de toevalsbevinding van Fleming het einde van een eveneens veelbelovende antibacterietherapie uit die tijd. Bij deze zogeheten faagtherapie wordt het natuurlijke antibacteriële vermogen van bacteriofagen – een soort virus – ingezet om bacteriën te doden. Letterlijk betekent het woord bacteriofaag ‘bacterie-eter’. Net als bij Fleming was dit een toevalsbevinding, tegelijkertijd ontdekt door twee personen die onafhankelijk van elkaar onderzoek hiernaar deden. Een van hen was George Eliava, het hoofd van het centraal bacteriologisch laboratorium in de Georgische hoofdstad Tbilisi. Hij nam in de stad monsters van het water uit de rivier de Mtkvari om de cholerabacterie te bestuderen. Hij liet het microscoopglaasje drie dagen onder de microscoop liggen en toen hij er weer naar keek, was de bacterie verdwenen. Hij nam aan dat er dus nog iets in het water had gezeten, dat de natuurlijke vijand van de cholera was. Dat ‘iets’ waren bacteriofagen, zoals ze eerder waren gedoopt door de Frans-Canadese wetenschapper Félix d’Herelle. De twee mannen gingen vervolgens samenwerken – vanaf 1923 in een nieuw instituut in Tbilisi, dat later ter ere van Eliava naar hem werd genoemd. Binnen een paar jaar hadden de wetenschappers een therapeutisch arsenaal gecreëerd van meer dan een dozijn fagen, die vele bacteriële infecties konden bestrijden.
Bacteriofagen (kortweg fagen) werden onderdeel van de reguliere geneeskunde in de nieuwe Sovjetrepubliek. In de Verenigde Staten was de interesse gewekt van de farmagigant Eli Lilly, die ze voor de markt ging ontwikkelen. Aanvankelijk waren de resultaten niet overtuigend en onderzoek en productie stopten zodra de antibiotica opkwamen.
In de USSR bleef de therapie nog in zwang en bacteriofagen werden nog regelmatig gebruikt voor wondbehandeling bij Russische soldaten in de Tweede Wereldoorlog. Ook werd zij succesvol ingezet tegen dysenterie en gangreen. Zelfs na de oorlog hielden Russische wetenschappers nog vast aan deze therapie, maar de ‘koude oorlog’ verhinderde dat de onderzoeksresultaten hiervan het Westen bereikten.

Bacteriofagen

Bacteriofagen hebben veel voordelen boven antibiotica. Ze zijn oeverloos voorhanden, ze vallen alleen één specifieke bacteriestam aan en hebben geen negatief effect op het hele immuunsysteem, zoals antibiotica.
Het grootste nadeel van de therapie is echter dat er voor elke bacterie maar één faag bestaat; er is bijvoorbeeld één specifieke Escherichia coli-bacteriofaag nodig om de E. coli-bacterie te vernietigen. Dit betekent dat de arts de patiënt mogelijk niet meteen kan behandelen, omdat hij eerst moet weten wat de infectie heeft veroorzaakt: er bestaat niet zoiets als een ‘breed-spectrum’-bacteriofaag zoals bij antibiotica – die een heel scala aan bacteriën kan doden.
Het grootste voordeel van bacteriofagen is echter hun natuurlijk vermogen om zich even snel als hun prooi – de bacterie – te muteren. Een antibioticum is namelijk een momentopname in miljoenen jaren evolutie, terwijl de bacterie blijft veranderen en uiteindelijk een soort ‘superbacterie’ wordt, die resistent is tegen antibiotica. Daardoor bestaat er voor bacteriofagen geen superbacterie die hen te slim af is – in elk geval niet voor lang – omdat de faag ook blijft muteren tot hij weer de overhand heeft.

De eeuw van de superbacterie

Superbacteriën verschenen voor het eerst op het toneel binnen een paar jaar na de start van de massaproductie van penicilline. Rond 1947 – vier jaar na de introductie van penicilline – ontdekten wetenschappers het bestaan van een variant van de Staphylococcus aureus die resistent was voor penicilline, wat toen het meest gebruikte antibioticum was. Vandaag de dag wordt dit de MRSA genoemd, de initialen van ‘methicilline-resistente Staphylococcus aureus’. En dit is nog maar één van de vele andere superbacteriën, waaronder E. coli, Clostridium difficile en Salmonella. Alleen al in Amerika zijn ze jaarlijks verantwoordelijk voor de dood van zo’n 100.000 ziekenhuispatiënten4.
Een andere veelvoorkomende bron van ziekenhuisinfecties is de MRAB (multiresistente Acinetobacter baumannii). In een onderzoek stierven 37 van de 164 daarmee besmette patiënten en 72 procent van de MRAB-proefmonsters bleken resistent voor meerdere middelen5.
In Zweden komt de stafylokokbacterie S. epidermidis veel in ziekenhuizen voor. Deze heeft het vermogen om zich aan de ziekenhuisomgeving aan te passen, zo blijkt uit een doctoraalonderzoek van Michael Widerström aan de Umea-universiteit aldaar (ingediend in september 2010).
Een andere superbacterie, met de naam KPC (Klebsiella pneumoniae carbapenemase), baant zich sinds zijn ontdekking in 1999 aan de oostkust een weg door de hele Verenigde Staten. Ook in Israël hebben uitbraken daarvan plaatsgevonden. Uit een rapport van het Rush University Medical Center in Chicago (Illinois) uit oktober 2010 blijkt dat KPC longontsteking en urineweginfecties veroorzaakt.
De opkomst van de superbacterie is veroorzaakt door het wijdverbreide misbruik van antibiotica. Momenteel bestaan er meer dan 150 verschillende antimicrobiële stoffen en de meeste daarvan worden ten onrechte voorgeschreven. In een onderzoek wordt geschat dat 80 procent van de antibioticarecepten wordt uitgeschreven voor ziekten die daarmee niet kunnen worden behandeld, zoals virale infecties6. Nederland is een van de weinige landen waar dit in veel mindere mate gebeurde, vanwege betere afspraken en protocollen in de zorg.

Maatregelen

De gezondheidsautoriteiten in Finland behoorden tot de eerste die twintig jaar geleden in actie kwamen. Ze vaardigden nieuwe richtlijnen uit om het willekeurige gebruik van antibiotica aan banden te leggen. Er was ontdekt dat een virulente infectie met groep A streptokokken ongevoelig aan het worden was voor erythromicine, dat als alternatief gold bij mensen die allergisch waren voor penicilline. Nadat deze gedragslijn was ingevoerd, daalde het aantal streptokokkeninfecties van 16,5 procent in 1992 naar 8,6 procent in 19967. Het UK National Institute for Health and Clinical Excellence (NICE) heeft in 2008 zijn eigen richtlijnen uitgevaardigd, in een poging de 38 miljoen recepten voor antibiotica die jaarlijks in Groot-Brittannië werden uitgeschreven te verminderen.

Antibiotica in ons eten en drinken

Zelfs als we geen antibiotica als medicijn innemen, krijgen we deze nog binnen vanuit het milieu en via ons eten. Onderzoekers ontdekten dat bijna de helft van al het vlees en gevogelte in de winkels besmet is met antibioticaresistente stafylokokken. Deze bacteriën, die levensbedreigende ziekten als longontsteking en sepsis (bloedvergiftiging) kunnen veroorzaken, zijn het product van de intensieve veehouderij. Het onderzoeksteam kocht 136 monsters van 26 winkels in vijf steden in de VS. Daarvan bleek 47 procent besmet te zijn met S. aureus-bacteriën. Hoewel deze meestal worden gedood tijdens het koken, vrezen de onderzoekers dat sommige bacteriën bij het bereiden van het eten overleven op het aanrecht en het gebruikte keukengerei8. Dit is niets nieuws. Al in 1996 ontdekten onderzoekers dat in Duitse winkels gehakt besmet was met vancomycine-resistente enterokokken9.
Ook waterleidingen zijn in veel landen een broedplaats van superbacteriën geworden en één onderzoeksteam vreest dat deze ook al vaak in drinkwater zitten. Zij namen watermonsters uit rivieren, meren en bronnen verspreid over heel Noord-Amerika, Europa en Oost-Azië, en vonden daarin significante sporen van geneesmiddelen, waaronder antibiotica. Fabrieken lozen hun industrieel afval bij de vervaardiging van medicijnen in het oppervlaktewater en patiënten spoelen hun receptmedicijnen vaak door het toilet. Farmaceutische middelen worden ook gebruikt om de plantenoogst tegen ziekte te beschermen, en ook dat komt in de dichtstbijzijnde rivier terecht. Er werden drie soorten antibiotica in het onderzochte water gevonden die een superbacterie konden voortbrengen. Wanneer ze eenmaal in het oppervlaktewater zitten, komen ze vervolgens in de drinkwatervoorziening terecht, waarmee we ook koken en ons wassen, aldus hoofdonderzoeker Sébastien Sauvé van de universiteit van Montreal10.

Een nieuwe start

Ondanks de opkomst van de superbacterie begon het onderzoek naar de virustherapie in de USSR te verflauwen en tegen het midden van de jaren zeventig had het Eliava Instituut zijn deuren praktisch gesloten. Zonder elektriciteit zouden ook de faagmonsters die in de koelkasten lagen opgeslagen verloren zijn gegaan, als de onderzoekers deze niet mee naar huis hadden genomen. In 1993 werd de elektriciteit definitief uitgeschakeld en het instituut gesloten. Tegenwoordig is de therapie alleen nog in zwang in Georgië en − in mindere mate− in Polen.
In het Westen begon het de onderzoekers naar de opkomst van superbacteriën echter langzamerhand te dagen dat antibiotica hun eigen onwerkzaamheid in zich dragen. Ze gingen de virustherapie met een frisse blik bekijken. In 1994 gebruikten ze fagen om het succes van huidentingen bij laboratoriummuizen te verbeteren door vermindering van de onderliggende infectie met Pseudomonas aeruginosa11.
Met fagen die Listeria doden – de voedselvergiftigingsbacterie – wordt voor het eerst geëxperimenteerd in het Westen12. Bij het Londense Royal National Throat, Nose and Ear Hospital loopt een klinische trial met faagtherapie bij bacteriële middenoorontsteking (otitis media)13. Een onderzoeksteam aan de universiteit van Minnesota in Minneapolis heeft een combinatie van fagen getest tegen verscheidene antibioticaresistente bacteriën, zoals de MRSA en de E. coli bij ‘open been’ (veneus ulcus)14.

Dierproeven

De acceptatie van virustherapie bij de mens mag in het Westen dan langzaam op gang komen, voor landbouw- en veeteeltdoeleinden lijkt dit sneller te gaan. In 2006 kondigde de EU een verbod af op het gebruik van antibiotica voor niet-medische doeleinden bij huisdieren en vee en veel fabrikanten bouwen hun productie van groeibevorderende antibiotica geleidelijk af.
Een aantal bedrijven werkt momenteel aan de massaproductie van fagen voor commerciële toepassing bij vee. Een daarvan, Intralytix, heeft in de VS een vergunning gekregen om een faag te ontwikkelen tegen de Listeria monocytogenes bij pluimvee. Deze werd in 2006 verleend voor een product met de naam ListShield15.
Intralytix, dat een aantal wetenschappers heeft gerekruteerd uit het vroegere Eliava Instituut, hoopt dat het gebruik van ListShield zal bewijzen dat faagtherapie veilig is en uiteindelijk zal leiden tot een nieuwe, meer natuurlijke manier van bacteriebestrijding.
Het nieuwe tijdperk van de bacteriofaag
Antibiotica zijn het grootste succes van de geneeskunde geweest en hebben ongetwijfeld miljoenen levens gered. Ze waren de krachtigste bondgenoot van de arts en hebben hem wonderbaarlijke geneeskracht geschonken – met als gevolg dat ze door de jaren heen buitensporig vaak zijn voorgeschreven.
Terwijl antibiotica een statische chemische formule waren, gericht op een enkel moment in miljoenen jaren evolutie, paste hun prooi – de bacterie – zich aan om te overleven. In feite is de superbacterie alleen maar een bacterie die zich aanpast om het antibioticum te slim af te zijn. Die wetenschap had ertoe moeten leiden dat antibiotica als een kostbaar middel gehanteerd werden en spaarzaam voorgeschreven. Maar in plaats daarvan hebben we de kip met de gouden eieren geslacht.
Gelukkig kan nog een andere gans ons te hulp komen: Moeder Natuur zelf. Bacteriofagen zijn het antwoord van de natuur zelf op bacteriën en voor elke bacterie is er een. Ze bestaan in een oeverloze voorraad: haal een emmer water uit een rivier en u vist biljoenen ervan op. Het enige wat het Westen moet doen, is onder ogen zien dat de dagen van de antibiotica geteld zijn en samenwerken met de Russen aan het onderzoek dat zij tot de jaren zeventig deden. Dan kan de basis gelegd worden van het tijdperk van de bacteriofagen.

© Bryan Hubbard

Lees verder onder de noten voor alternatieven …….

Noten eerste deel:
1Bull World Health Organ, 2010; 88: 805-806
2Lancet Infect Dis, 2011; 11: 355-362
3PLoS ONE, 2011; 6: e17038
4Clin Infect Dis, 2011; 52 (suppl 5); doi: 10.1093/cid/cirl 154
5BMC Infect Dis, 2010; 10: 196
6J Antimicrob Chemother, 2007; 60 (suppl 1): i3-i90
7New Engl J Med, 1997; 337: 441-446
8Clin Infect Dis, 2011; 52: 1227-1230
9Lancet, 1996; 347: 1047
10Environ Health Perspect, 2009; 117: 675-684
11Burns, 1994; 20: 209-211
12 Lancet, 2000; 356: 1418
13Clin Otolaryngol, 2009; 34: 349-357
14J Wound Care, 2009; 18: 237-240-243
15www.intralytix.com/Intral_News_PR062308.htm


Alternatieven voor antibiotica

Virustherapie is niet het enige alternatief voor antibiotica. Veel andere middelen worden al eeuwenlang in de traditionele geneeskunde gebruikt. Hun werkzaamheid is echter voornamelijk in casusbeschrijvingen aangetoond. Deugdelijk onderzoek is beperkt, omdat de financiering hiervan doorgaans van geneesmiddelenfabrikanten moet komen en die hebben geen belang bij niet-patenteerbare therapieën.

- Echinacea
Tot de opkomst van de antibiotica in de late jaren dertig van de vorige eeuw was het Noord-Amerikaanse Echinacea – een bloemvormende plant uit het madeliefjesgeslacht – een populair middel bij infecties. Tegenwoordig wordt dit voornamelijk gebruikt vanwege zijn veronderstelde werkzaamheid tegen een gewone verkoudheid. Sommige onderzoekers zijn echter nog steeds geïnteresseerd in de antibacteriële werking.



Bij onderzoek met het commercieel verkrijgbare Echinaforce werd aan de University of British Columbia in Vancouver ontdekt dat het infecties van de bovenste luchtwegen – een vaak geziene complicatie van een virusinfectie – kon bestrijden. Ook bleek dat Echinacea purpura ontstekingsremmende eigenschappen had1.
Het middel werkt op dezelfde manier als een antibioticum, namelijk door de celwand van de bacterie aan te vallen, zo ontdekten wetenschappers van de Carleton University in Ottawa2.

- Essentiële oliën
Bij gebruik in aromatherapie hebben vele essentiële oliën met succes een reeks bacteriën bestreden, waaronder stafylokokken, streptokokken en Proteus-bacteriën. In een test werden 90 procent van de bacteriën binnen drie uur vernietigd door kruidnagel-, lavendel-, citroen-, marjolein-, munt-, niaouli-, pijnboom-, rozemarijn- en thijmolie3.

-Goldenseal (kurkumawortel)
Dit kruid is een breedspectrum natuurlijk antibioticum dat vooral werkzaam is in combinatie met Echinacea. Op zichzelf gebruikt, blijkt het een goed tegengif tegen enkele veelvoorkomende bacteriën als Chlamydia, E.coli, Salmonella en Helicobacter pylori4,5.

- Honing
Manuka-honing kan chronisch ontstoken wonden schoonmaken en zou kunnen helpen bij resistentie voor antibiotica. Wetenschappers aan de universiteit van Wales ontdekten dat honing de groei van drie typen bacteriën beïnvloedt: Pseudomonas aeruginosa, streptokokken en MRSA6.

- Knoflook
Fijngemaakte knoflook staat al eeuwenlang bekend als een natuurlijk antibioticum. Zelfs Hippocrates beval dit al aan tegen infecties.
 
Knoflooksap kan de groei vertragen van twintig soorten bacteriën. Toch bestaat er ondanks dit eeuwenlange gebruik geen deugdelijk onderzoek naar de werkzaamheid hiervan.

- Tea tree-olie
Deze essentiële olie wordt gemaakt van de bladeren van de Melaleuca alternifolia en wordt meestal uitwendig gebruikt, bijvoorbeeld op de huid tegen huidaandoeningen als acne, zwemmerseczeem, schimmelnagels, wondjes en infecties. In laboratoriumtests bleek de olie ook werkzaam tegen de dodelijke MRSA-bacterie. Vanwege gebrek aan financiën is daar echter nooit een volledige klinische studie naar gedaan7.

- Cranberry
Deze bessen worden in de vorm van vruchtensap, gelei, capsule of tablet gebruikt, meestal tegen urineweginfecties. Hun werkzaamheid is ook onderzocht bij infecties met de Helicobacter pylori, die de oorzaak van maagzweren kunnen zijn. Hun werkzaamheid ter preventie van urineweginfecties is onomstreden, maar dat ze een bestaande infectie kunnen genezen is niet aangetoond8.

- Overige
Andere natuurlijke antibiotica waarvan het effect incidenteel is aangetoond, echter niet in wetenschappelijk onderzoek, zijn Sint-Janskruid, biest, selasi (Indonesisch basilicum), leverkruid, wilde oregano, extract van grapefruitzaad, colloïdaal zilver en zoethoutwortel.

Lees verder onder de noten......

1Phytomedicine, 2010; 17: 563-568
2Med Mycol, 2010; 48; 949-958
3Chir Dent Fr, 1976; 46: 53
4Antibiotics, 1976; 3: 577-588
5Phytother Res, 2003; 17: 217-221
6Presented at the Society for General Microbiology Spring Conference, held in Harrogate, England, April 13, 2011
7Am J Infect Control, 2004; 32: 402-408
8Cochrane Database Syst Rev, 2008; 1: CD001321

Probiotica en de goede bacteriën

Het menselijk spijsverteringsstelsel bevat honderden verschillende soorten bacteriën. De meeste daarvan zijn ‘goede’ probiotica – deze bewaren de interne milieubalans, waardoor we gezond blijven, en houden de ‘slechte’ bacteriën op afstand. Echter, als die slechte bacteriën de overhand krijgen, nemen we een breedspectrum antibioticum in, dat de slechte én de goede vernietigt. Als dat gebeurt, is het natuurlijke ecosysteem van de spijsvertering verstoord, het verdedigingsmechanisme defect en lopen we de kans de gastheer te worden van een ‘slechte’ bacterie, met name Clostridium difficile.
Probiotica zijn het beste middel om onze natuurlijke barrières na een antibioticakuur te herstellen. Dit kwam naar voren in een Frans onderzoek, van de Université Paris-Sud. Daarin werden van de 53 kinderen 26 positief getest voor de C. difficile-bacterie. Degenen die de bacterie niet bij zich droegen, hadden een hoog lichaamsgehalte aan Bifidobacterium longum, een van de ‘goede’ probiotische bacteriën1.
1J Clin Microbiol, 2010; 49: 858-865

Antibiotica op de boerderij

Zelfs als we geen antibiotica nemen, staan we er aan bloot als we vlees eten, vooral pluimvee.
Maar voor pluimveeboeren is er een alternatief voorhanden. Amerikaanse onderzoekers van het Department of Agriculture’s Agricultural Research Service (ARS) ontdekten dat in de biologische kalkoenfokkerij aan het voer toegevoegde gist ziekteverwekkers even goed bestrijdt als een antibioticum. De werking van het gistextract berust op stimulering van het immuunsysteem, wat een natuurlijke barrière opwerpt tegen ziekte bij deze vogels1.
In een apart onderzoek van de universiteit van Delaware werd geconstateerd dat er toenemend bewijs is voor meerdere alternatieven voor antibiotica die fokkers kunnen gebruiken. Hiertoe behoren bacteriocinen (natuurlijke stoffen die dodelijk zijn voor bacteriën), antimicrobiële peptiden (een natuurlijke afweer tegen sommige ziekteverwekkers) en bacteriofagen (zie lopende tekst)2.
1Poult Sci, 2010; 89: 447-456
2Poult Sci, 2003; 82: 640-647

Door antibiotica veroorzaakte ziekten

Niet alleen creëren antibiotica de superbacteriën, ze kunnen ook astma veroorzaken, onze afweer tegen bacteriële infecties uitschakelen en leiden tot geboortedefecten. Bovendien kunnen we erdoor op de Eerste Hulp terechtkomen vanwege een abnormaal lage bloeddruk (hypotensie).

• Astma. Baby’s die antibiotica krijgen, hebben 50 procent meer risico om als klein kind astma te krijgen. In een onderzoek bleek eenderde van ongeveer 1400 kinderen met astma nog vóór hun zesde jaar antibiotica te hebben gekregen. Deze hebben namelijk invloed op de ‘goede’ bacteriën in de darmen, waardoor het immuunsysteem niet kan ‘rijpen’, zo ontdekten Noorse onderzoekers1.
• Geboortedefecten. Als een zwangere vrouw antibiotica gebruikt – met name de sulfonamiden en nitrofurantoïnen – kunnen deze geboortedefecten veroorzaken. Bij gebruik van penicilline leek dit risico kleiner te zijn2.
• Immuniteit. Onze natuurlijke immuniteit kan nog twee jaar na het gebruik van antibiotica verminderd zijn, waardoor wij meer risico lopen op een ernstige infectie. Een Zweeds onderzoek onthulde dat de impact van antibiotica veel langer duurt dan de algemene aanname van slechts een paar maanden3.
• Hypotensie. Antibiotica kunnen in combinatie met een gewone bloeddrukverlager leiden tot levensbedreigende hypotensie (te lage bloeddruk) en shock. Macrolide antibiotica als erythromycine, clarithromycine en azithromycine kunnen de kans op plotselinge bloeddrukdaling verzesvoudigen als ze tegelijk met een calciumkanaalblokker worden geslikt4.

1Am J Epidemiol, 2010; 173: 310-318
2Arch Pediatr Adolesc Med, 2009; 163: 978-985
3Microbiology, 2010; 156: 3216-3223
4CMAJ, 2011; doi: 10.1503/cmaj.100702

Bron: Medisch Dossier http://www.medischdossier.org/word-abonnee/