Wat chemicaliën met ons lichaam en de psyche kunnen doen


Chemicaliën in ons lichaam

In het boek ‘100 jaar medische leugens’ van Randall Fitzgerald staat: ‘De blootstelling aan toxische chemische factoren veroorzaken ongeveer 28 procent van alle ontwikkelingsstoornissen waar ieder jaar 120.000 baby’s bij de geboorte aan blijken te lijden.’
Deze constatering is de uitkomst van een onderzoek van de National Research Council Commission on Life Sciences, 2000.
Laboratoriumproeven tonen aan dat chemicaliën het hormonale evenwicht in het lichaam en vooral dat van de ongeboren baby kunnen verstoren. Een groep van 120 wetenschappers uit alle delen van de wereld kwam in 2005 naar Praag om er te praten over dit onderwerp. De wetenschappers uitten hun bezorgdheid over het aantal afwijkingen aan de voortplantingsorganen bij jongens. Zij concludeerden dat endocriene ontregelaars de oorzaak vormen van de epidemie van de wereldwijd optredende voortpantingsafwijkingen.
Volgens een onderzoek in Pediatrics is het aantal jongens met een afwijkende penis of met feminiseringssymptomen bij de geboorte met ongeveer 40 procent toegenomen. Ook andere medische vakbladen en medische statistieken spreken over deze griezelige ontwikkeling.

Er is iets grondig mis

Enkelen feiten:

  • Op dit moment is tenminste 10 procent van alle paren in de Verenigde Staten niet in staat een kind te verwekken. Dat aantal lijkt toe te nemen.
  • Ook blijkt daar volgens de klinieken voor in-vitrofertilisatie dat gezonde, jonge vrouwen steeds vaker abnormale embryo’s ter wereld brengen.
  • Eind twintigste eeuw is het aantal reageerbuisbevruchtingen in ontwikkelde landen met 400 procent toegenomen.
  • Het aantal zaadcellen is de afgelopen vijftig jaar wereldwijd met 50 procent afgenomen, terwijl in dezelfde tijd het aantal gevallen van zaadbalkanker met 600 procent is gestegen.
  • Tijdens de zomer van 2005 rapporteerden klinieken in Londen een stijging van het aantal mannen dat een borstverkleining wilde ondergaan.
  • Van de achtjarige meisjes in de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Australië is één op de zes al in de puberteit en vertoont verschijnselen als borstgroei, schaamhaar en zelfs menstruatie. Een generatie geleden was dat één op de honderd. Tegenwoordig vertoont één op de vijftig meisjes al verschijnselen van een seksuele ontwikkeling op de leeftijd van drie jaar.

De verklaringen van westerse artsen voor deze snelle veranderingen in de seksuele ontwikkeling zijn net zo vreemd. Ze beweren dat deze vroegtijdige puberteit slechts een natuurlijk nevenproduct is van de verbeterde voeding.
Dus: synthetische chemicaliën hebben een nieuwe definitie gegeven aan de betekenis van wat normaal is.

Wat is er gaande?

Het woord hormoon betekent ‘in beweging zetten’(afkomstig van het Griekse woord hormaein). Hormonen activeren onze stofwisselingsprocessen. Zij worden zelf gereguleerd door het endocriene stelsel, een groep klieren waaronder de hypofyse, pijnappelklier, schildklier, eierstokken en testikels enzovoorts.
Chemicaliën ontregelen het endocriene systeem. Van meer dan vijftig in gebruik zijnde chemicaliën , van weekmakers (ftalaten) tot pesticiden, is vastgesteld dat ze hormonale ontregelaars zijn (hormonally active agents ofwel HAA’s). Zij bootsen onze natuurlijke hormonen na door hormoonproducerende klieren te beïnvloeden. Dit kan onze hormoonproductie op gang brengen of verstoren. Vooral de oestrogenen (van belang voor het voortplantingsstelsel) zijn gevoelig voor de werking van chemicaliën.
Ook producten die hormonen bevatten, beïnvloeden het voortplantingsstelsel. Kinderarts Darshak Sanghavi geeft (in The New York Times) een voorbeeld van een kleuter en zijn jongere zusje, die beiden schaamhaar kregen (zie artikel ‘Kleuters met schaamhaar’ door Kim Ridley). Zij bleken een zeer hoge testosteronspiegel te hebben. Bij nader onderzoek kwam uit dat hun vader een huidcrème met geconcentreerde testosteron gebruikte. Door normaal huidcontact met hun vader hadden zijn kinderen testosteron binnen gekregen.

Een aantal van bovengenoemde chemicaliën zijn opgeslagen in het vetweefsel van vissen en andere dieren. Wanneer wij vis en vlees eten, nemen wij deze toxinen dus op in ons lichaam. Behalve vis en vlees bevatten ook andere voedingsstoffen de zogenoemde HAA’s. Verder komen zij voor in allerlei verzorgingsproducten en in plastic verpakkingsmaterialen. Brandvertragers in kleding imiteren eveneens de werking van oestrogeen. Volgens sommige wetenschappers zouden niet alleen chemicaliën een verstoring van de hormoonhuishouding teweeg kunnen brengen, ook zwaarlijvigheid en stress zouden hierbij een rol kunnen spelen. Er zijn ouders die uit voorzorg overwegen over te gaan tot het geven van medicijnen als Lupron. Dit medicijn onderdrukt de hormoonwerking en heeft 260 mogelijke bijwerkingen.
Of dat nu de oplossing is, moet zeer in twijfel worden getrokken volgens Paul Kaplowitz, hoofd endocrinologie in het Children’s National Medical Center te Washington D.C.

Al met al kunnen we spreken van een zorgwekkende situatie, die niet zomaar is opgelost.
Misschien is er wel sprake van een veel groter ecologisch en sociaal probleem.

Wat kunt u doen?

Sherrill Sellman, auteur van ‘What women must know to protect their daughters from breast cancer’, geeft enkele tips:
1 kies voor biologische levensmiddelen (vlees en melk) zonder groeihormonen;
2. gebruik biologische schoonmaakmiddelen;
3. neem niet teveel soja, want soja imiteert de werking van oestrogeen;
4. stimuleer gezond eten en beweging;
5. laat niet kauwen op plastic;
6. vermijd pvc, vinyl, speelgoed en verpakkingsmateriaal met het nummer 3 (de code voor pvc);
7. maak een afspraak met een arts, wanneer uw kind vroege tekenen van puberteit vertoont.
 

Voor meer informatie over veilige verzorgingsproducten kunt u de volgende site raadplegen: www.greenpeaceweb.org/lichaamzondergif .

Bronnen:
hoofdstuk 6 uit '100 Jaar medische leugens', door R. Fitzgerald
artikel: 'Kleuters met schaamhaar', door Kim Ridley

 

Chemicaliën en psyche


Bijna iedereen denkt dat chemische stoffen alleen lichamelijke symptomen kunnen veroorzaken. Maar er wordt steeds meer bewijs gevonden (onder meer door natuurgenezers) dat alledaagse huishoudmiddelen de oorzaak kunnen zijn van een heel scala van zogenaamde mentale verschijnselen: van paniek tot hyperactiviteit.

Sam (niet zijn echte naam) was op zesjarige leeftijd zo onhandelbaar dat hij van school gestuurd dreigde te worden vanwege zijn aanhoudende woede-uitbarstingen. Ook had hij tenminste viermaal per dag paniekaanvallen. Zijn huisarts kon hem alleen maar medicijnen voorschrijven met een zware uitwerking op de hersenen. Die zouden de aanvallen en het allesoverheersende gevoel van paniek onder controle moeten houden.
Als laatste redmiddel volgde zijn moeder het advies op van een alternatief therapeut en verving haar gewone wasmiddel door een ongeparfumeerd, milieuvriendelijk product. Volgens Terri Perry, de Britse reflexoloog waar hij onder behandeling was, was de verandering opzienbarend. ‘Zijn paniekaanvallen hielden meteen op en hij werd een modelleerling op school,’ zegt ze.

Keukenkastjes
Nog maar kort geleden betoogde de medische stand dat allergieën, met name voor chemicaliën, vooral verbeelding waren. Maar nu begint men te begrijpen dat allergische reacties een scala aan psychische problemen kunnen veroorzaken – van stemmingswisselingen, angst en paniekaanvallen tot depressie en obsessief-compulsieve stoornis (OCD) – en de oorzaak staat gewoon in keukenkastjes.
De meeste van Perry’s patiënten hebben klachten die zijn veroorzaakt door chemische parfums, luchtverfrissers, wasmiddelen, wasverzachters, kaarsen, wierook, toiletartikelen, maar ook door bleekwater, allesreinigers en andere huishoudelijke middelen. Van de laatste 35 patiënten die zij behandelde, bleken er 33 overgevoelig voor parfums die in dit soort producten zitten. Volgens Perry's ervaring kan overgevoeligheid voor chemische stoffen ook leiden tot nagelbijten, somberheid, claustrofobie (engtevrees), manisch-depressieve stoornis, zelfmoordneigingen en fobieën.

Wetenschap
Perry’s dossiers worden door de wetenschap ondersteund. Uit onderzoek komt namelijk naar voren dat patiënten met deze overgevoeligheid meer risico lopen om een psychiatrische stoornis te ontwikkelen,1 dat er een sterke samenhang bestaat tussen milieu-invloeden en levenslange psychiatrische problemen,2 en dat overgevoeligheid voor meerdere chemische stoffen (MCS: Multipele Chemische Sensitiviteit) kan samengaan met lichamelijke en geestelijke verschijnselen als duizeligheid, tremor (beven) en paniekstoornissen.3 Verder blijkt MCS vaak de oorzaak te zijn van ADHD (aandachts- en hyperactiviteitsstoornis) bij kinderen.4

Depressie
Bovendien is er een relatie met depressie. Onderzoekers hebben de geurwaarnemingsdrempel gemeten van een oplossing van rozenolie bij achttien mensen met MCS en die vergeleken met een controlegroep. Degenen met MCS scoorden bij dat onderzoek beduidend hoger in een test waarmee depressie werd gemeten.5
Chemische overgevoeligheid kan ook familiair voorkomen. Bij bijna een derde van de MCS-patiënten bleken familieleden hier ook aan te lijden en een grotere kans op allerlei psychische problemen te hebben dan een controlegroep.6
In 1992 kwam uit alle MCS-onderzoek tezamen naar voren dat herhaalde blootstelling aan chemische stoffen kan leiden tot sensitisatie (overgevoeligheid) van het centraal zenuwstelsel. Dit betekent dat de reactie op zelfs geringe hoeveelheden van de ingeademde stof steeds heftiger kan worden, met psychische stoornissen als gevolg.7

Diagnose
Perry, een ervaren Gedachteveldtherapeut (de energiepsychologie volgens Callahan) volgt altijd Callahans protocol wanneer ze de variabiliteit van de pols meet. Zo meet ze hoe het autonome zenuwstelsel functioneert wanneer het aan chemische stoffen wordt blootgesteld. Callahan ontdekte dat de variabiliteit van de pols van grote voorspellende waarde is voor ziekte en overgevoeligheid nadat onderzoekers een relatie hadden gevonden tussen deze variabliteit en het risico op plotse hartdood.8 Is de polsvariabiliteit van een patiënt hoger wanneer er huishoudchemicaliën aanwezig zijn, dan vermoedt Perry een chemisch probleem. ‘Negen van de tien keer is het hun prikkelende gekleurde wasmiddel, of de luchtverfrissers in huis of in de auto,' zegt ze.
Of u nu wel of geen depressie of vreemde fobie hebt, het lijkt in elk geval raadzaam om gekleurde en geparfumeerde schoonmaakproducten, wasmiddelen en toiletartikelen zoveel mogelijk te vervangen door milieuvriendelijke producten zonder kleur- en geurstoffen.


Auteur: © Lynne McTaggart
Met dank aan: Medisch Dossier, geplaatst in nummer 7 juli/augustus 2008

Voetnoten:
1 Environ Health Perspect, 1997; 105 Suppl 2: 409-12
2 Occup Med, 2000;15: 557-70
3 Environ Health Perspect, 2002; 110 Suppl 4: 669-71
4 Environ Health Perspect, 1997; 105 Suppl 2: 417-36
5 Arch Otolaryngol Head Neck Surg, 1988; 114: 1422-27
6 Toxicol Ind Health, 1999; 15: 410-4
7 Biol Psychiatry, 1992; 32: 218-42
8 Am J Cardiol, 2002; 90: 24-8