Homeopathie onder de loep

Over ontstaan en achtergrond van homeopathie en hoe deze geneeswijze kan helpen bij de aanpak tegen kanker

Mahatma Gandhi, de vader van het moderne India, beschreef homeopathie als ‘een verfijnde methode om patiënten zo goedkoop en zachtaardig mogelijk te behandelen. De overheid moet die in ons land bevorderen en steunen’.
En dat is ook wat gebeurde. In 1960 werd met de Maharashtra-wet – ook bekend onder de naam Bombay-wet – een ‘hof van examinatoren’ ingesteld dat zich ging bezighouden met het onderwijzen van de homeopathie en het oprichten van nieuwe opleidingsinstituten hiervoor. Daarnaast werd een bestuurlijke instantie ingesteld voor de regulering en vergunningverstrekking voor deze beroepsgroep.
Negen jaar later werd een nieuwe wet aangenomen die een centrale raad in het leven riep om de homeopathie en Ayurveda – de traditionele geneeswijze in India – te regelen. In 1973 werd de Homeopathy Central Council Act van kracht, die de opleiding tot homeopaat standaardiseerde en praktijkvoering in de verschillende staten van het land mogelijk maakte.
Met deze legalisatie werd in India een rijke homeopathische traditie geformaliseerd die in 1839 begon. De Roemeense dokter John Martin Honigberger behandelde toen op die manier met succes een stembandverlamming bij de Maharadja van Punjab. Honigberger was onderwezen door dr. Samual Hahnemann, de grondlegger van de homeopathie, en was overtuigd geraakt van de effectiviteit nadat hij zichzelf van malaria had genezen. Na de behandeling van de Maharadja verhuisde Honigberger naar Calcutta, waar hij bekendstond als ‘de choleradokter’ vanwege zijn succesvolle behandeling van die ziekte met homeopathische middelen.
In 1867 ging de Weense arts dr. Zalzar in India homeopathie onderwijzen, en twee van zijn studenten richtten daar vervolgens in 1878 de eerste homeopathische hogeschool op.
De Britse regering stond echter niet welwillend tegenover homeopathie en deze stroming kwam dan ook pas echt tot bloei nadat het land in 1947 onafhankelijk was geworden.

Wetenschappers en artsen over de hele wereld stellen dat homeopathie nonsens is vanwege de hoge verdunningen van het actieve bestanddeel. De meeste middelen worden tot boven het getal van Avogrado verdund. Dat is de grootste verdunning waarin nog moleculen van de originele substantie zijn aan te tonen.
Elk homeopathische middel met een potentie van 12C – dat wil zeggen 1200 maal verdund – of hoger zit boven dat getal van Avogrado, wat zou betekenen dat het alleen nog water bevat. Dit houdt in dat elke homeopathische werking een placebo-effect is: de ‘feel good’-factor volgen sceptici.
Maar homeopathie zet de conventionele wetenschap en geneeskunde compleet op zijn kop met de bewering dat de hoogste potenties het krachtigst zijn en dat de werking toeneemt naarmate de verdunning toeneemt.
De reguliere wetenschap heeft geen verklaringsmodel voor de werking van homeopathie. Toch werd in een meta-analyse van 75 onderzoeken geconcludeerd dat uit 67 daarvan een effect bleek dat ver boven dat van een placebo uitsteeg1. Dit effect werd ook gezien bij meting met uiterst verfijnde technieken, zoals:
• calorimetrie, dat de hoeveelheid hitte meet die door een monster wordt afgegeven2;
• spectroscopie, dat meet hoe een substantie elektromagnetische straling afgeeft en absorbeert3;
• thermoluminiscentie, dat de hoeveelheid licht meet die een monster produceert bij verhitting4.
Succussie − of heftig schudden − is net als sterk verdunnen uiterst essentieel bij de bereiding van de middelen. Een onderzoek dat de effectiviteit van twee zeer sterk verdunde middelen had gemeten – het ene met en het andere zonder succussie – vond zelfs een verschil daartussen5.

Lees verder onder de noten….

1Complement Ther Med, 2007; 15: 128-138
2J Therm Anal Calorim, 2004; 75: 815-836
3Homeopathy, 2007; 96: 175-182
4Physica A, 2003; 323: 67-74
5Biochim Biophys Acta, 2003; 1621: 253-260

Nobelprijswinnaar en viroloog Luc Montagnier heeft bevestigd dat water inderdaad frequenties bewaart, zelfs bij homeopathische verdunningen – ook al werd zijn landgenoot Jacques Benveniste publiekelijk belachelijk gemaakt vanwege zijn theorie dat water een geheugen heeft.
Montagnier, die de Nobelprijs kreeg voor zijn ontdekking van het verband tussen HIV en aids, ontdekte dat oplossingen met het DNA van virussen en bacteriën ‘laagfrequente radiogolven konden uitzenden’. Deze golven beïnvloeden en organiseren de moleculen rondom. Die georganiseerde moleculen kunnen op hun beurt ook radiogolven uitzenden.
Montagnier bevestigde wat homeopaten al vele eeuwen verkondigen en ontdekte dat deze informatie uitzendende golven in water na verdunning aanwezig blijven, zelfs bij de homeopathische verdunningen die soms worden voorgeschreven1.
Montagniers ontdekkingen weerspiegelen die van de Franse immunoloog Jacques Benveniste. Hij besteedde de laatste vijftien jaar van zijn leven aan onderzoek van water en de eigenschap daarvan om substanties te ‘herinneren’, zelfs na hoge verdunning.
Nadat hij zijn oorspronkelijke artikel had gepubliceerd in het prestigieuze Nature2 werd Benveniste in zijn laboratorium bezocht door de redacteur van dat tijdschrift, John Maddox en de ‘kwakzalverjager’ en goochelaar James Randi. Zij zeiden dat Benveniste de gepubliceerde uitkomsten van zijn onderzoek niet kon repliceren, waarmee ze hem in feite van ‘kwakzalverij’ beschuldigden en zijn reputatie vernielden.
1Interdicip Sci, 2009; 1: 81-90
2Nature, 1988; 333: 816-818

De National Health Service (NHS) in de UK geeft jaarlijks ongeveer 100 miljard pond (120 miljard euro) in totaal uit. Vier miljard daarvan is voor homeopathie, voornamelijk de financiering van de vier homeopathische ziekenhuizen. Hoewel dit bedrag verhoudingsgewijs gering is, blijft er een stroming onder artsen om dit helemaal te verbieden. Groepen artsen dringen er bij de primary care trusts (PCT’s) op aan om niet langer homeopathie aan hun patiënten aan te bieden, terwijl de British Medical Association (BMA, de beroepsorganisatie) de regering oproept om het geheel te verbieden.
De vergadering van de BMA – waar ooit een arts homeopathie als ‘baarlijke nonsens’ omschreef – deed eveneens een beroep op de regering om alle homeopathische geneesmiddelen in de apotheek in een aparte ‘placebo-afdeling’ onder te brengen1.
In Nederland gebruikt de Artsenvereniging voor Homeopathie VHAN al geruime tijd aanvullende gedragsregels op de algemene richtlijn van de KNMG die voor alle artsen geldt. Volgens die regels moet de homeopathisch arts zich inspannen om de patiënt te overtuigen van de noodzaak van conventionele behandeling als deze levensreddend kan zijn, of als onthouding van conventionele behandeling kan leiden tot gezondheidsschade. In die gevallen mag de arts alleen complementair behandelen als de patiënt toestemt in overleg met huisarts of specialist. Wel mag homeopathie in alle gevallen worden toegepast als aanvulling op een conventionele behandeling2.
Klassiek homeopaten die een vijf- tot zesjarige beroepsopleiding hebben gevolgd maar geen regulier arts zijn, zijn in Nederland verenigd in de Nederlandse Vereniging van Klassiek Homeopaten (NVKH). De meeste zorgverzekeraars vergoeden homeopathie via aanvullende verzekeringspakketten. Het is niet opgenomen in de basisverzekering.
1Mail Online, 2 juli 2010; www.dailymail.co.uk/health/article-1290861/Homeopathy-remedies-labelled-placebos-banned-NHS-say-leading-doctors.html
2 http://www.vhan.nl/

Artsen noemen het ‘baarlijke nonsens’. Hoogleraren geneeskunde zetten de Engelse regering en gezondheidsautoriteiten onder druk om het niet langer via de National Health Service (NHS) aan te bieden. Toch blijkt uit overheidsgefinancierd onderzoek in de VS dat homeopathie wel eens onze beste verdediging tegen kanker zou kunnen zijn. Verschillende homeopathische middelen zijn even effectief als chemotherapie, zo blijkt uit klinische onderzoeken, en in duizenden gevallen is kanker genezen door alleen homeopathie.

Deze buitengewone overwinning – van middelen die honderden malen verdund zijn (het zogeheten potentiëren) – op de meest gevreesde ziekte, wordt elke dag weer gedemonstreerd in vele homeopathische klinieken in Kolkata (Calcutta) in India.

Bij een evaluatie van het werk van de Prasanta Banerji Homeopathic Research Foundation, werd duidelijk dat tussen 1990 en 2005 21.888 patiënten met kwaadaardige tumoren met alleen homeopathie werden behandeld – zonder chemotherapie of bestraling. Uit de klinische rapportages bleek dat de tumoren volledig in regressie gingen (dat wil zeggen, niet meer aantoonbaar waren) in 19 procent ofwel 4158 van de gevallen. Bij nog eens 21 procent (4596 patiënten) stabiliseerde of verbeterde de ziekte. Degenen bij wie de toestand stabiliseerde, werden vervolgens nog twee tot tien jaar gevolgd om te zien of er verbetering optrad1.



Hieruit valt af te leiden dat homeopathische geneesmiddelen op zichzelf 40 procent van alle kankerprocessen onderdrukken of in ieder geval stabiliseren, een succespercentage dat overeenkomt met de beste resultaten van de conventionele behandeling − en dan zonder de slopende neveneffecten van chemotherapie en bestraling. Los daarvan is de aldaar toegepaste therapie – het Banerji-protocol – ook getest in het laboratorium. Het bleek dat twee van de gebruikte middelen – Carcinosinum en Phytolacca – net zo effectief waren tegen borstkankercellen als het cytostaticum Taxol2.

Alle gebruikte geneesmiddelen zijn in de winkel verkrijgbaar en Ruta 6 is een van de vele die vaak worden voorgeschreven. De term ‘protocol’ staat voor het gebruik van geavanceerde hightech screeningsapparatuur en de combinatie van geneesmiddelen. Deze handelwijze past overigens niet binnen de klassieke homeopathie, die één exact geneesmiddel tracht te vinden voor iemands persoonlijke profiel van lichaam en geest.
Een andere kliniek in Kolkata – het Advanced Homeopathic Healthcare Center – claimt soortgelijke succespercentages bij kankerpatiënten. Deze resultaten zijn weliswaar goed gedocumenteerd, maar waren nog niet onderworpen aan dezelfde wetenschappelijke screening als die van de Prasanta Banerji Foundation.

Steeds meer aandacht
Het werk van de Banerji Foundation trok in 1995 voor het eerst de aandacht in het Westen toen dr. Prasanta Banerji en zijn zoon, dr. Pratip Banerji, op de vijfde International Conference of Anticancer Research een studie presenteerden naar zestien gevallen van hersentumor die in regressie waren gegaan bij gebruik van alleen homeopathische middelen.
Sinds 1992 hadden zij in hun instituut kankerpatiënten daarmee behandeld en inmiddels rond 120 patiënten per dag, zo zeggen ze.
Dr. Sen Pathak, hoogleraar celbiologie en genetica aan het MD Anderson Cancer Center (MDACC) van de University of Texas in Houston benaderderde de Banerji’s en gezamenlijk hebben zij een onderzoek opgezet om de homeopathische middelen Ruta 6 en Calcarea Phosphorica 3X op vijftien patiënten met hersentumoren te testen. Zes van de zeven patiënten met een glioom in de hersenen ondervonden complete regressie. In een begeleidend reageerbuisonderzoek ontdekten wetenschappers dat de middelen afstervingsprocessen in gang zetten in de kankercellen3.
Dit resultaat is spectaculair. Gliomen worden als ongeneeslijk beschouwd. Van de honderdduizend mensen die jaarlijks alleen al in de VS de diagnose kwaadaardig glioom krijgen, is een half jaar later nog slechts de helft in leven en twee jaar later nog slechts een kwart4.
De wetenschappers bij MDACC waren dermate onder de indruk van de resultaten dat ze homeopathische middelen gingen toevoegen aan hun arsenaal van kankertherapieën.

Los daarvan deed de overheidsinstantie National Cancer Institute (NCI) in 1999 een onafhankelijk onderzoek naar het Banerji-protocol bij tien patiënten met verschillende vormen van kanker. In vier gevallen, van longkanker en slokdarmkanker, bleek de homeopathische behandeling in dit onderzoek gedeeltelijk effectief. Geen van de patiënten had tevoren een behandeling tegen kanker ondergaan. Het NCI concludeerde dat er voldoende bewijs was voor de werkzaamheid om verder onderzoek naar dit protocol te rechtvaardigen − een historisch besluit, omdat dit de eerste keer was dat een officieel gezondheidsinstituut in de VS had gewerkt met een alternatieve behandeling voor kanker5.

Laboratoriumonderzoek
Om het mechanisme van homeopathie bij kankercellen te begrijpen testten acht wetenschappers vier middelen − Carsinosinum 30C, Conium Maculatum 3C, Phytolacca Decandra 200C en Thuja Occidentalis 30C − op twee borstkankercellijnen. Rond vijfduizend cellen werden blootgesteld aan homeopathische middelen en aan een placebo − het oplosmiddel zonder de actieve ingrediënten − gedurende een periode van een tot vier dagen. Deze proef werd drie maal herhaald.
Twee van de middelen − Carsinosinum en Phytolacca − bereikten een respons van 80 procent, wat impliceert dat ze tot apoptose of celdood leidden. Ter vergelijking: bij het placebo-oplosmiddel was de respons slechts 30 procent; het effect was dus meer dan twee maal zo groot als van de placebo. Het effect bleek ook het sterkst bij de hogere verdunningen − wat in de homeopathie staat voor krachtiger, maar haaks staat op alle begrippen daarbuiten − en bij langere perioden van blootstelling.
De middelen zetten een zogeheten apoptotische cascade in gang die de normale groeicyclus van de kankercellen verstoorde, maar de gezonde omringende cellen ongemoeid liet, zo zagen de onderzoekers. Met andere woorden, ze waren alleen gericht op de kankercellen, terwijl chemotherapie alle groeiende cellen aanvalt. Bovendien, aldus het onderzoeksteam, waren de effecten van Carcinosinum en Phytolacca even sterk als die van Taxol (paclitaxel), het middel dat doorgaans wordt voorgeschreven bij borstkanker6.

De belofte van Ruta
Hoewel Carcinosinum en Phytolacca het uitstekend deden in reageerbuisonderzoek, krijgen vele patiënten van Banerji Ruta 6 als medicijn, en met buitengewoon veel succes. Dit bleek in Amerika uit een overzicht van 127 patiënten met hersentumoren, van wie de helft graad IV had, het laatste stadium vóór overlijden.
Op MRI-scans (van magnetic resonance imaging) waren de tumoren bij 18 van de 127 patiënten die alleen Ruta kregen − en geen conventionele middelen − compleet verdwenen. Bij nog eens negen patiënten was de tumor aanzienlijk afgenomen. De tumoren waren stabiel bij de helft van de gescande patiënten, maar bij ongeveer 27 patiënten waren ze gegroeid. In zijn totaliteit had 79 procent van de onderzochte hersentumorpatiënten veel of enige baat gehad bij Ruta.
In een eerder onderzoek van de Foundation onder patiënten die Ruta slikten in combinatie met chemotherapie profiteerde 72 procent daarvan, wat suggereert dat Ruta afzonderlijk meer – of in elk geval even veel − effect heeft dan de medicatie, en dan zonder de negatieve bijwerkingen daarvan6.
Los daarvan werd een onderzoek gedaan bij hersentumorpatiënten – 148 met kwaadaardige gliomen en 144 met meningeomen – die in de Foundation tussen 1996 en 2002 werden behandeld. De 91 patiënten die alleen met Ruta en Calc Phos waren behandeld, hadden een gemiddelde overlevingstijd van 92 maanden, terwijl de elf patiënten die de conventionele behandeling kregen en homeopathie als supplement gebruikten nog twintig maanden leefden. Bovendien was 7 procent van degenen die alleen homeopathie kregen volledig hersteld, 60 procent was vooruitgegaan, 22 procent was stabiel – wat wil zeggen dat de kanker niet verergerde of verbeterde – en 11 procent ging achteruit of overleed7.



De andere kliniek
Er is nog een tweede homeopathische kliniek in Kolkata, die − enigszins verwarrend − ook door twee Banerji’s wordt gerund, Parimal en zijn zoon Paramesh. Die kliniek, het Advanced Homeopathic Healthcare Centre, heeft nog niet dezelfde mate van belangstelling uit het Westen getrokken. Hun claims zijn even indrukwekkend, maar deze zijn nog niet in onafhankelijk onderzoek aangetoond.
De grootvader van Paramesh, dr. Pareshnath Banerji, opende in 1918 een homeopathische kliniek in India en zijn werk is voortgezet door zijn zoon Parimal. Laatstgenoemde introduceerde een nieuwe homeopathische benadering − waarin hij de klassieke homeopathie verwerkte − die hij advanced homeopathy noemde, ‘geavanceerde homeopathie’.
Bij deze methode gebruikt hij homeopathische middelen op de manier waarop een gewone arts medicijnen voorschrijft: door één symptoom tegelijk te behandelen. Een kankerpatiënt bijvoorbeeld wordt dan allereerst behandeld voor zijn pijn. Parimal claimt dat zijn benadering wetenschappelijk gefundeerd is – gebaseerd op ongeveer 14 miljoen ziektegevallen behandeld door de afgelopen generaties van zijn familie − en dat de resultaten kunnen worden herhaald door elke ervaren therapeut.
De aanspraken die de Banerji’s maken voor hun geavanceerde homeopathie zijn exceptioneel. Ze zeggen dat 95 procent van hun patiënten geen operatie nodig heeft, zelfs niet voor ernstige ziekten, waaronder kanker. Hoewel hun centrum geen klinisch onderzoek heeft gedaan, schetsen hun casusbeschrijvingen een indrukwekkend beeld.
• Een 65-jarige vrouw met gevorderde kanker van de pancreas (alvleesklier), wier tumor te groot was om chirurgisch te verwijderen en die verder elke gangbare behandeling weigerde, was twee jaar na de start van haar behandeling met geavanceerde homeopathie nog in leven.
• Een 35-jarige man had een kwaadaardige neuspoliep die zo groot was dat die het linkerneusgat volledig verstopte. Aanvankelijk werd de poliep chirurgisch verwijderd, maar deze groeide steeds weer aan. Sinds 2007 echter heeft de patiënt geen operatie meer ondergaan, maar is de behandeling beperkt tot geavanceerde homeopathie. De tumor is sindsdien niet meer aangegroeid.
• Een jongen van veertien jaar had een glioom in een gevorderd stadium dat tegen zijn oogbol aandrukte. Volgens het centrum werd hij alleen behandeld met geavanceerde homeopathie en verdwenen al zijn symptomen binnen een jaar. De jongen kwam bij uit zijn comateuze toestand en kan nu weer spelen en rondrennen.
• Een 24-jarige man met een hersentumor die uitgezaaid was naar zijn ruggenmerg − wat niet conventioneel kon worden behandeld vanwege het risico op permanente verlamming − werd behandeld met geavanceerde homeopathie. Uit MRI-scans bleek dat zijn tumor stopte met groeien en de patiënt kon zijn leven weer opvatten, zonder symptomen.

De palliatieve rol
Buiten India is het onderzoek naar de effecten van homeopathie uiterst beperkt, voornamelijk omdat die gezien wordt als niet beter dan een placebo en derhalve als een onethische behandeling. Hierdoor hebben de meeste Westerse studies homeopathie alleen onderzocht als een palliatieve therapie om patiënten te helpen de zware effecten van chemotherapie en bestraling te doorstaan.
In een onderzoek kregen honderd vrouwen met borstkanker een consultatie van een uur bij een homeopaat, wiens hulp was ingeroepen voor een van drie willekeurig gekozen symptomen van de reguliere behandeling die zij hadden ondergaan. De 67 patiënten die de homeopathische behandeling afmaakten – inclusief twee follow-ups daarna – rapporteerden allen ‘significante verbetering’ van hun opvliegers, vermoeidheid, angst en depressie, maar geen pijnvermindering8.
In een ander onderzoek van vrouwen met borstkanker werd het homeopathische middel Verum ten opzichte van placebo getest voor behandeling van opvliegers na gebruik van tamoxifen. In dit experiment kregen 26 vrouwen Verum, 30 kregen Verum in combinatie met een placebo en 27 alleen het placebo. Zowel de groep die de combinatie kreeg als Verum alleen gaven verbetering aan ten opzichte van de placebogroep9.
Homeopathie hielp ook tegen sommige neveneffecten van radiotherapie in een groep van 32 vrouwen met borstkanker. Hyperpigmentatie − vorming van donkere vlekken op de huid − na bestraling was in de groep die homeopathie kreeg minder dan bij 29 controlepersonen die daarmee niet waren behandeld en ook in het algemeen hadden ze minder bijwerkingen10.

Het homeopathische middel Traumeel, dat gebruikt wordt bij huid- en spierproblemen, is met succes onderzocht in meerdere tests. In een daarvan kregen 15 patiënten (tussen de 3 en 25 jaar) − die een stamceltransplantatie hadden ondergaan voor hun kanker − dit middel vanwege stomatitis (mondzweertjes). Ten opzichte van de placebo die 15 andere patiënten hadden gekregen, bleek Traumeel de ernst en tijdsduur van de stomatitis ‘significant te kunnen verminderen’11. In een tweede studie werd Traumeel getest bij twintig patiënten met stomatitis na behandeling voor verscheidene vormen van kanker. Het bleek de duur van de symptomen te beperken tot zes dagen, in vergelijking tot dertien dagen in de placebogroep12.
Geïndividualiseerde homeopathische geneesmiddelen hielpen bij een groep van 45 vrouwen die behandeld waren voor borstkanker. Ze waren voorgeschreven voor de onttrekkingssymptomen van oestrogeen. De hevigheid van de opvliegers en andere symptomen verminderde – met uitzondering van de gewrichtspijn – en hun algehele kwaliteit van leven en hun welbevindingsscore verbeterden13. Een andere groep – van twintig vrouwen die herstelden van een borstkankerbehandeling, waaronder tamoxifen – meldde ook verbetering van de ernst en frequentie van hun opvliegers14.

Het zwarte gat

De Wereldgezondheidsorganisatie WHO heeft zich onlangs gevoegd bij het koor in het Westen dat volhoudt dat homeopathie niets meer is dan een placebo-effect. In reactie op een campagne van het Voice of Young Science Network (gelieerd aan een soort vereniging tegen de kwakzalverij, zoals in Nederland), dat het bevorderen van homeopathie in ontwikkelingslanden wil verbieden, benadrukt de WHO dat homeopathie geen geneesmiddel is voor het HIV-virus, tuberculose of malaria. Dr. Robert Hagan, lid van het Voice of Young Science Network, verwelkomde de WHO-verklaring met de woorden: ‘Wereldwijd moeten de regeringen de gevaren van het promoten van homeopathie bij levensbedreigende ziekten onderkennen’15.
Toch is dat nu precies wat homeopathie in India wel doet. In die cultuur is homeopathie geaccepteerd als een echte medische geneeswijze en is wettelijk beschermd om te garanderen dat homeopaten goed zijn opgeleid en geregistreerd.
Het is verbijsterend dat goede medische onderzoeken – ondersteund door de Amerikaanse overheid en toonaangevende Amerikaanse academici – in het Westen niet worden erkend, laat staan besproken. Kanker is zo’n ernstige bedreiging dat alle mogelijkheden moeten worden verkend en wel met een geest die voor alles openstaat; dit moet niet worden overgelaten aan farmaceutische en academische partijen. De reguliere geneeskunde heeft geen echt effectieve oplossingen te bieden, maar blokkeert toch alles wat niet strookt met hun wetenschap – vooral als dat zoiets ‘onmogelijks’ en ‘onzinnigs’ als homeopathie is.



Door Bryan Hubbard
Bron: Medisch Dossier mei 2012 http://www.medischdossier.org/over-de-hoofdredactie/

Noten:
1Banerji, 2008
2Int J Oncol, 2010; 36: 395-403
3Int J Oncol, 2003; 23: 975-982
4The Washington Post, 20 mei 2008
5Oncol Rep, 2008; 20: 69-74
6http://health.groups.yahoo.com/group/Ruta6
7Prasanta Banerji Homeopathic Research Foundation, www.pbhrfindia.org
8Palliative Med, 2002; 16: 227-233
9J Altern Complement Med, 2005; 11: 21-27
10Br Homeopath J, 2000; 89: 8-12
11Cancer, 2001; 92: 684-690
12Biomed Ther, 1998; 16: 261-265
13Homeopathy, 2003; 92: 131-134
14Homeopathy, 2002; 91: 75-79
15BBC News, 20 augustus 2009; http://news.bbc.co.uk/2/hi/8211925.stm