Bestrijdingsmiddelen: een adder onder het gras

De bestrijdingsmiddelen die wij gebruiken in de bloementuin, in parken en op boerderijen kunnen kanker en geboorteafwijkingen veroorzaken. Waarom zijn die ooit veilig verklaard door de toezichthouders?

De onkruidverdelgers en insecticiden waarmee we de oogst, onze rozenstruiken en de wegbermen bespuiten kunnen kanker veroorzaken – in het bijzonder leukemie bij kinderen, hersentumoren en prostaatkanker – evenals geboorteafwijkingen en vaatschade, zo hebben onafhankelijke wetenschappers vastgesteld. Zij vermoeden ook een relatie met de ziekte van Parkinson, astma en miskramen.

Veel bestrijdingsmiddelen zijn hormoonverstoorders; ze belemmeren de normale hormoonproductie. Dit kan verschillende chronische aandoeningen geven, vooral bij de foetus in ontwikkeling, bij kinderen en bij mensen die er veel aan blootstaan, zoals agrariërs en mensen die in landbouwgebied wonen. Het blootstellingsgehalte zal alleen nog maar toenemen, zo wordt gevreesd. Als het verbouwen van pesticideresistent genetisch gemodificeerd (GM-)gewas in de gehele Europese Unie wordt toegestaan – wat in toenemende mate aannemelijk lijkt – kunnen boeren meer bestrijdingsmiddelen op hun land gaan gebruiken. Dat zal leiden tot meer toxinen in de lucht die we inademen en in het voedsel dat we eten.
Europa importeert jaarlijks al zo’n 38 miljoen ton soja waarvan het meeste genetisch gemodificeerd is en bespoten met bestrijdingsmiddelen. Vanwege het publieke verzet hiertegen wordt het ‘verborgen’ in diervoeder voor vee, dat uiteindelijk op ons bord belandt1.

Deze zorgwekkende bedreigingen vestigen de aandacht op een laks regelgevingsbeleid. De Britse Gezondheidsautoriteit claimt op haar website dat ‘bestrijdingsmiddelen om verschillende redenen van de markt gehaald kunnen worden, maar meestal is de veiligheid niet de reden’.

In je achtertuin
Blootstelling aan bestrijdingsmiddelen vormt niet alleen een probleem voor boeren en plattelandsbewoners. Onze huizen en scholen bevatten deze vervuilende stoffen ook. De middelen die we op onze kamerplanten spuiten en voor ons meubilair gebruiken vormen een even groot milieurisico als dat van boeren en plattelandbewoners.
Bovendien gebruiken wij sterkere insecticiden in onze tuin: een reviewer op Amazon omschreef het marktleidende verdelgingsmiddel Roundup van Monsanto als ‘de Darth Vader van de bestrijdingsmiddelen’. De spray komt op onze kleren en schoenen terecht en op die manier ons huis binnen. In een onderzoek van 89 huizen in Californië bleek dat in veel daarvan hoge concentraties in de vloerkleden zaten2.
Britten spuiten elk jaar binnenshuis rond de 4306 ton aan bestrijdingsmiddelen, terwijl de Amerikanen 34,5 miljoen kg voor planten en meubilair gebruiken3.

Schemergebied
De procedure voor het verkrijgen van een vergunning voor de introductie van een pesticide of insecticide is relatief goedkoop. Tenzij het product een van de actieve bestanddelen bevat die op de zeer korte lijst van zo’n dozijn van dit soort middelen staat – waarvan de meeste van de markt zijn gehaald omdat ze kankerverwekkend zijn – wordt het middel goedgekeurd.
Zelfs bestanddelen met een twijfelachtige veiligheidsreputatie – genoeg om een farmaceutische aanvraag te blokkeren – krijgen meestal wel een goedkeuring. De vergunningsverlening voor een bestrijdingsmiddel dat alleen goedgekeurde bestanddelen bevat, hoeft in Groot-Brittannië maar 20.000 pond (24.500 euro) te kosten. Daarna mag het middel gebruikt worden in parken, tuinen en in de landbouw. Een middel dat een nieuw actief ingrediënt bevat, vereist een goedkeuringsprocedure die 200.000 pond kost, terwijl dat voor een nieuw medicijn 20 tot 140 miljoen pond is.
Niet verwonderlijk dus, dat de reguleringsinstanties overspoeld worden door goedkeuringsaanvragen. Fabrikanten van bestrijdingsmiddelen maken ten volle gebruik van de achterstand bij het overbelaste EU-apparaat. Op dit moment worden overal in Europa 39 bestrijdingsmiddelen – waaronder het uiterst giftige 2,4-D en diquat – gebruikt die niet zijn gekeurd op veiligheid of gezondheidsrisico volgens de nieuwe veiligheidsregels. Dit gat in de praktijk duurt naar verwachting tot 2015, wanneer de autoriteiten de achterstand ingelopen hopen te hebben.

De status van experts
Om te kunnen beoordelen of een middel waarschijnlijk veilig is, en bij welke dosering, moeten veiligheidsautoriteiten op de onderzoeken van experts vertrouwen. Maar volgens de milieu-onderzoeksgroep Earth Open Source (EOS) wordt dit proces misbruikt. Gegevens worden gemanipuleerd en fabrikanten financieren zogenaamd ‘onafhankelijke’ onderzoeksgroepen die een enorme invloed uitoefenen op de regelgevende instanties, zo stellen zij.

Een voorbeeld hiervan is de goedkeuring van glyfosaat, een chemische substantie die onder andere in het bestrijdingsmiddel Roundup van Monsanto zit. EOS heeft ontdekt dat in het toelatingstraject stelselmatig dingen zijn verhuld en ontkend en dat gegevens zijn gemanipuleerd om het feit te verbergen dat het geboorteafwijkingen kan veroorzaken. Volgens EOS waren onderzoekers uit de industrie al in de jaren tachtig van de risico’s op de hoogte; toen kwam dit naar voren uit dieronderzoek met hoge doseringen. In 1993 hadden industriële onderzoekers ontdekt dat glyfosaat bij lage doseringen hetzelfde effect had. Deze conclusie werd in 1998 onderschreven door Duitse overheidswetenschappers, maar werd toen gebagatelliseerd weergegeven doordat geboorteafwijkingen werden omschreven als ‘variaties’. Een jaar later was ook het wetenschappelijk panel van deskundigen van de EU-commissie hiervan op de hoogte en de EU-commissie zelf wist het in 2002 ook, toen het gebruik van glyfosaat voor gebruik in Europa werd goedgekeurd.

Het publiek werd niet van de werkelijke risico’s op de hoogte gesteld en het is onwaarschijnlijk dat het middel vóór 2030 aan de nieuwe, striktere regels voor veiligheidsonderzoek wordt onderworpen4.

Het verband met Argentinië
De relatie tussen glyfosaat en geboortedefecten was misschien nooit aan het licht gekomen als niet in 1999 een grootschalig biochemisch experiment in Argentinië had plaatsgevonden. Toen werd 19 miljoen hectare met GM (genetisch gemodificeerde) Roundup Ready-sojabonen beplant – ongeveer de helft van de landbouwgrond van Argentinië. Vorig jaar werd dit bespoten met 200 miljoen liter Roundup. In 2002 – het jaar dat de EU de veiligheidsvergunning voor glyfosaat verlengde – begonnen artsen een epidemie van gezondheidseffecten te rapporteren in gebieden rond de agrarische bedrijven. De meest voorkomende problemen waren geboorteafwijkingen, onvruchtbaarheid, doodgeboorte, miskramen en kanker. Vee stierf, de voedseloogst mislukte en beken en rivieren in de buurt zaten vol dode vissen5.

In 2009 trad professor Andres Carrasco van de Buenos Aires Medical School, de hoofdonderzoeker van de National Council of Scientific and Technical Research van Argentinië, naar buiten met zijn bevinding dat glyfosaat en Roundup al bij lage doseringen geboorteafwijkingen bij laboratoriumproefdieren veroorzaakten. Hij publiceerde zijn conclusie een jaar later6. Op een conferentie van het Europees parlement vorig jaar stelde Carrasco, dat het vaak voorkwam dat vrouwen in een gebied waar genetisch gemodificeerde soja werd verbouwd tot wel vijf miskramen achter elkaar hadden7.

Monsanto brengt daar tegenin dat Roundup veilig is verklaard volgens de zogeheten good laboratory practice (GLP)-regels die door de Organization for Economic Cooperation and Development (OECD) – een organisatie ter bevordering van de internationale handel – zijn vastgesteld. GLP-regels bepalen hoe een experiment moet worden uitgevoerd om de traceerbaarheid en de verantwoording te vergroten. Het is geen maatstaf of garantie voor een deugdelijke wetenschappelijke opzet; daarvoor gelden veel meer regels. Maar het wordt door de industrie en door regelgevende instanties wel aangehaald om de zorgwekkende uitkomsten af te wijzen van onafhankelijk, niet door de industrie gefinancierd onderzoek, zoals dat van Carrasco – dat niet is uitgevoerd volgens GLP-regels. Onafhankelijke onderzoeken volgen een traject van peer-review en publicatie, dat niet perfect is, maar wel heel wat grondiger dan dat volgens GLP-regels.

Niet verwonderlijk dat een criticus GLP omschreef als een ‘schild’ dat de chemische industrie gebruikt om zich te beschermen tegen de uitkomsten van de onafhankelijke wetenschap, die waarschijnlijk eerder dan industriële wetenschappers zal aantonen dat een product schadelijk is8.
Andere pogingen om Carrasco de mond te snoeren waren veel ernstiger. Vier vertegenwoordigers van de Argentijnse gewasbeschermingshandelsgroep CASAFE zouden volgens zeggen zijn laboratorium hebben proberen te overvallen. Ook was hij doelwit van een georganiseerde gewelddadige overval – waarbij drie mensen ernstig gewond raakten – toen hij een voordracht ging houden in La Leonesa, een landbouwgemeente in Argentinië. Carrasco wist te voorkomen dat hij gewond raakte door zich op te sluiten in zijn auto9.

Maanden nadat Carrasco’s bevindingen in 2010 waren gepubliceerd, ontvingen inwoners van de provincie Sante Fe – een van de GM-soja producerende regio’s in Argentinië – een rechterlijk bevel dat het gebruik van Roundup-spray in de buurt van huizen verbood.
Viviana Peralta, een huisvrouw die het voortouw voor de rechtszaak had genomen, vertelde dat zij en haar familie ziekenhuisbehandeling nodig hadden nadat het middel was gebruikt op velden vlak bij haar huis. Haar pasgeboren baby werd blauw en ze zei: ‘Toen ik mijn baby zo zag, zei ik: genoeg! Dit kan zo niet doorgaan10’.

Nog ernstiger reacties bleken te ontstaan in La Leonesa, de stad waar Carrasco was aangevallen. Het geboorteafwijkingscijfer verviervoudigde in de omgeving van de stad tussen 2000 – toen de bespuiting met het bestrijdingsmiddel begon – en 2009, en kanker bij kinderen kwam in dezelfde periode drie maal zo vaak voor. Een staatscommissierapport wees glyfosaat aan als de voornaamste oorzaak11.

Geboorteafwijkingen
Braziliaanse onderzoekers zagen hetzelfde patroon van geboortedefecten bij kinderen geboren in Petrolina – een stad in de Sao Francisco-vallei waar met bestrijdingsmiddelen werd gespoten. Kinderen hadden een grotere kans om met afwijkingen te worden geboren – meestal aan het bewegingsapparaat en het zenuwstelsel – als beide ouders of een van beiden had blootgestaan aan bestrijdingsmiddelen. Andere problemen waren onder meer slechte leerprestaties, een laag lichaamsgewicht, voortijdige geboorte en chronische ziekten12.

Tien jaar eerder was het Canadese departement van gezondheidszorg – Health Canada – zich zorgen gaan maken over de invloed van bestrijdingsmiddelen op de gezondheid van de foetus, vooral bij landbouwers. De onderzoekers verzamelden gegevens van 2110 vrouwen op boerderijen in Ontario en constateerden dat in de onderzoeksperiode van de 3936 zwangerschappen er 395 in een miskraam eindigden. Zij vonden een directe samenhang met blootstelling aan bestrijdingsmiddelen. Het risico van een vroege miskraam was anderhalf maal zo hoog bij blootstelling aan het onkruidbestrijdende middel fenoxy-azijnzuur. De kans op een late miskraam – tot in de negentiende week van de zwangerschap – nam met een factor 1,7 toe bij blootstelling aan glyfosaat. Bij blootstelling na de bevruchting was het risico van een late miskraam ook heel groot, vooral als de vrouw 34 jaar of ouder was13.

Een gelijksoortig probleem werd gezien in China, waar de bloedgehalten bestrijdingsmiddelen doorgaans veel hoger zijn dan in het Westen. Wetenschappers van de geneeskundefaculteit van de Jiao Tong-universiteit in Shanghai ontdekten in een analyse van 189 zwangere vrouwen een rechtstreeks verband tussen zwangerschapsduur en organofosfaat pesticidegehalte in de urine van de vrouwen. Bij vrouwen met de hoogste concentraties duurde de zwangerschap ongeveer twee weken korter, al gold dit niet voor vrouwen die een jongen kregen14.

Kanker en meer
Bestrijdingsmiddelen veroorzaken niet alleen geboorteafwijkingen en miskramen. Uit een reeks onafhankelijke studies blijkt dat ze ook de oorzaak zijn van kanker, de ziekte van Parkinson, perifere vaataandoeningen, astma en neurodegeneratieve ziekten, zoals alzheimer.

• Kanker bij kinderen. Gevallen van kanker door bestrijdingsmiddelen blijken zich vooral bij kinderen voor te doen, misschien vanwege hun lagere lichaamsgewicht, hun blootstelling vóór de geboorte en via borstvoeding. Leukemie komt vaker voor bij kinderen van wie de moeder tijdens de zwangerschap blootstond aan bestrijdingsmiddelen en hersentumoren bij kinderen wier vader hieraan was blootgesteld. Het risico van beide typen kanker was significant, aldus onderzoekers15. Verschillende onderzoeken hebben ook aangetoond dat kinderen gevoeliger zijn voor bestrijdingsmiddelen die in huis en tuin worden gebruikt. Een daarvan – waarin gegevens werden geanalyseerd uit 1950-2009 – ontdekte een rechtstreeks verband tussen leukemie in de kindertijd en pesticiden/insecticiden voor huis en tuin. Datzelfde gold voor onkruidverdelgers16.

• Kanker bij volwassenen. Volwassenen zijn niet immuun voor de giftige effecten van bestrijdingsmiddelen, vooral als ze daar op hun werk regelmatig mee in aanraking komen. Wie in een boomgaard werkt en dagelijks in contact komt met bestrijdingsmiddelen, heeft bijvoorbeeld meer kans op hersenkanker. In een onderzoek van 432 patiënten met een hersentumor werd ontdekt dat 389 van hen in een boomgaard had gewerkt17. Prostaatkanker komt meer voor bij diegenen die vlak bij boerderijen in een gebied met intensieve akkerbouw wonen. Een onderzoek in Central Valley in Californië schat dat het risico hierop tot 1,64 maal hoger is in gebieden met intensieve landbouw18. Zelfs wie thuis bestrijdingsmiddelen voor potplanten gebruikt, verdubbelt het risico op hersenkanker, zo stelde een Frans onderzoek vast19.

• De ziekte van Parkinson. Bestrijdingsmiddelen als ziram, maneb en paraquat verhogen het risico op parkinson met een factor drie, zo zeggen onderzoekers die huis en werkplek van 362 parkinsonpatiënten in centraal Californië analyseerden. Het risico was groter op de werkplek – meestal op een boerderij – en wanneer iemand aan alle drie deze stoffen was blootgesteld20. Zelfs voor degenen die niet op een boerderij werken, vormen bestrijdingsmiddelen in de lucht die we inademen de bron van een reeks neurodegeneratieve stoornissen als parkinson, alzheimer en multiple sclerose. Spaanse onderzoekers stelden in een onderzoek van 17.429 patiënten met een neurodegeneratieve ziekte vast dat de kans hierop veel hoger was in gebieden waarin meer bestrijdingsmiddelen werden gebruikt21.

• Perifere vaatziekte. Bestrijdingsmiddelen spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van perifere vaatziekte (met bijvoorbeeld ‘etalagebenen’ als gevolg), vooral bij diegenen die lijden aan obesitas. Bij 2032 patiënten werd het gehalte van vijf verschillende bestrijdingsmiddelen in het lichaam gemeten. Het risico bleek bijna te verdubbelen bij aanwezigheid van het bestanddeel trans-nonachloor. Bestrijdingsmiddelen vormden in dit opzicht geen gevaar voor wie geen overgewicht had22.

• Astma. Bestrijdingsmiddelen verhogen volgens onderzoekers de kans op astma en kunnen een astma-aanval uitlokken doordat ze de bronchiale hyperrespons versterken. De grootste boosdoeners hierbij blijken spuitbussen met bestrijdingsmiddelen voor thuisgebruik te zijn23.

• Geestelijke ontwikkeling. Bestrijdingsmiddelen kunnen ook de cognitieve ontwikkeling en het denkvermogen aantasten. Dit ontdekten wetenschappers toen ze in een groep van 404 tussen 1998 en 2002 in New York geboren kinderen de blootstelling van de ouders aan bestrijdingsmiddelen onder de loep namen. Problemen met redeneren hielden in de kindertijd aan bij de kinderen met ouders met het hoogste bloedgehalte bestrijdingsmiddelen24.

Geld boven gezondheid
De bestrijdingsmiddelenindustrie is big business. De verkoop is wereldwijd rond de 45 miljard dollar (36 miljard euro) per jaar en de verwachte jaarlijkse stijging tot 2014 is 2,9 procent25.
Om deze enorme verkoop te beschermen – waarvan veel aan ontwikkelingslanden, waar het milieutoezicht en de veiligheidscontrole beperkt zijn – zorgt de chemische industrie dat ze zelf deel uitmaakt van reguleringsprocedures als GLP en ILSI (zie kader 4). Zorgwekkende resultaten kunnen dan ‘kwijtraken’ of gebagatelliseerd worden door de onderzoeksdefinities te veranderen, zoals het geval was met glyfosaat. Maar zelfs zonder deze belangenverstrengeling is het veiligheidsonderzoek ontoereikend, omdat het bijna volledig berust op laboratoriumtesten bij proefdieren.

Zodra het wordt gebruikt op onze landbouwbedrijven, tuinen, parken en binnenshuis, kan een pesticide verraderlijke schadelijke effecten op onze gezondheid hebben. Vaak ontstaan die in de loop van de tijd als gevolg van stapeling, zodat niemand met zekerheid kan zeggen dat een pesticide de boosdoener is. Alleen door grootschalig biochemisch onderzoek – zoals in Argentinië – kunnen we de echte schadelijke invloed van de giftige stoffen die we dagelijks met eten en ademen binnenkrijgen overzien.
De bestrijdingsmiddelenindustrie draagt in belangrijke mate bij aan de epidemie van chronische ziekten die begin vorige eeuw begon. Veel pesticidenfabrikanten hebben zakelijke banden met een farmaceutisch bedrijf; tezamen stellen ze onveranderlijk winst boven menselijk belang.

Lees verder onder de noten....

1Institute of Science in Society, ISIS Report 06/10/10
2Environ Health Perspect, 17 februari 2011; online-voorpublicatie
3Pediatr Clin North Am, 2001; 48: 1185-1198, ix
4‘Roundup and birth defects: Is the public being kept in the dark?’ Earth Open Source, June 2011
5New Sci, 2004; 182: 40-43
6Chem Res Toxicol, 2010; 23: 1586-1595
7GMO-Free Europe 2010 6th European Conference of GMO-free regions, Brussels and Ghent, September 16-18, 2010
8J Epidemiol Community Health, 2011; 65: 475-476
9‘Threats deny community access to research’, Amnesty International, 12 August 2010
10www.gmwatch.eu/index.php?option=com_content&view=article&id=12486:reports-viviana-peralta-interview
11Comision Provincial de Investigaçion de Contaminantes del Agua (Provincial Commission of Investigation of Contaminants in Water), 2010
12Rev Bras Ginecol Obstet, 2011; 33: 20-26
13Environ Health Perspect, 2001; 109: 851-857
14Environ Int, 20 mei 2011; online-voorpublicatie
15Occup Environ Med, 23 mei 2011; online-voorpublicatie
16Cien Saude Colet, 2011; 16: 1915-1931
17Indian J Med Paediatr Oncol, 2010; 31: 110-120
18Am J Epidemiol, 2011; 173: 1280-1288
19Occup Environ Med, 2007; 64: 509-514
20Eur J Epidemiol, 20 april 2011; online-voorpublicatie
21Toxicol Appl Pharmacol, 13 mei 2011; online-voorpublicatie
22Atherosclerose, 10 mei 2011; online-voorpublicatie
23Curr Opin Allergy Clin Immunol, 2011; 11: 90-96
24Environ Health Perspect, 21 april 2011; online-voorpublicatie
25 ‘World Pesticides to 2014’, Freedonia Group

Acute reacties
De meeste levensbedreigende ziekten die in dit artikel worden genoemd, zijn het gevolg van aanhoudende en langdurige blootstelling aan bestrijdingsmiddelen. Een acute reactie – die binnen enkele minuten of uren na blootstelling optreedt – is echter ook mogelijk. Hieronder een aantal veelvoorkomende reacties:
• huid- en oogirritatie
• kou of koorts
• zweten
• verdoofd gevoel, tintelingen
• spierspasmen
• epileptische aanvallen
• verlamming
• hoofdpijn
• duizeligheid
• vermoeidheid
• ademhalingsmoeilijkheden
• hartritmestoornissen
• misselijkheid, braken, diarree

Meer en minder slecht
Het wassen van groente en fruit voordat we het gaan eten volstaat niet altijd om alle bestrijdingsmiddelresten te verwijderen. Sommige producten zijn meer vervuild dan andere, en de meeste bevatten meerdere gifstoffen. Veel bestrijdingsmiddelen zijn systemisch, wat wil zeggen dat ze worden geabsorbeerd en de plant giftig maken voor aanvallende organismen. In dat geval helpt wassen niet om de resten te verwijderen. Hieronder volgen de beste en de slechtste voedingsmiddelen uit oogpunt van bestrijdingsmiddelgehalte. (Met daarachter het percentage met bestrijdingsmiddelresten en het percentage met meerdere bestrijdingsmiddelresten)

Fruit met weinig of geen bestrijdingsmiddelresten
Sterfruit 17, 0
Pruimen 23, 5,6
Exotisch fruit 34, 14
Kiwi’s 44, 4,2
Bananen 57, 38
Frambozen 58, 42
Andere bessen 69, 61
Meloenen 75, 41

Fruit met de meeste bestrijdingsmiddelresten
Persbare citrusvruchten 100, 100
Ananassen 94, 10,4
Peren 90, 81
Appels 89, 76
Druiven 88, 70
Aardbeien 86, 71
Perziken/nectarines 83, 49
Abrikozen 78, 52

Groente met weinig of geen bestrijdingsmiddelresten
Maiskolven 0, 0
Prei 8, 4,2
Aubergines 20, 5,7
Uien 29, 2
Gember 33, 0
Pepers 9, 22
Aardappels 44, 8,3
Paprika 45, 34
Selderij 46, 12,5
Spinazie 47, 22

Groente met de meeste bestrijdingsmiddelresten
Tomaten 81, 52
Pastinaken 77, 67
Komkommer 64, 36
Wortels 63, 32
Sla 59, 27
Bonen in peulen 58, 39
Erwten in peulen 57, 37
Zoete aardappels 57, 6,4
Courgettes/pompoenen 48, 13
Zoete aardappels 48, 28

Leven zonder bestrijdingsmiddelen
Intensieve landbouw is voor een goede oogst afhankelijk van pesticiden, herbiciden (onkruidverdelgers) en fungiciden (anti-schimmelmiddelen). Boeren en fabrikanten van bestrijdingsmiddelen stellen dat de gezondheidsrisico’s de ongewilde prijs zijn die we allemaal moeten betalen voor voldoende voedsel – maar er is een alternatief.
Milieudeskundigen dringen er bij boeren op aan de principes van integrated pest management (IPM) over te nemen, dat aandringt op het gebruik van minder giftige producten en praktijken die natuurlijker zijn.

• Lieveheersbeestjes zijn bijvoorbeeld de natuurlijke vijanden van veel insecten. Het verspreiden daarvan vormt een niet-giftig bestrijdingsmiddel.



• Er bestaat ook een reeks niet-chemische middelen die een boer kan gebruiken om ongedierteplagen beheersbaar te houden in plaats van geheel uit te roeien.

• De Europese Unie wil bestrijdingsmiddelengebruik thuis en op het land graag beperken. Zij hebben een richtlijn opgesteld voor een duurzaam gebruik van bestrijdingsmiddelen (SUD) met onder meer als doel verspreiding van informatie naar het publiek en de toepassing van IPM te stimuleren. SUD is een vrijwillige1 code die individuele staten kunnen overnemen. Helaas heeft de regering Cameron van Groot-Brittannië daar niet voor gekozen. Nederland heeft de SUD geïmplementeerd in de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden.

• Thuis is het belangrijk groente en fruit altijd vóór het eten te wassen – zelfs als u biologische producten koopt – en niet-giftige middelen voor kamerplanten te gebruiken.

De invloed van ILSI (International Life Sciences Institute)
ILSI is een uitermate invloedrijke zogenaamd ‘wetenschappelijke’ groepering die toevalligerwijs bijna geheel wordt betaald door multinationale producenten van pesticiden, chemicaliën, genetisch gemodificeerde zaden en voeding, zoals Monsanto, Unilever, Nestlé en Dupont.
Experts van ILSI werken nauw samen met de Europese Voedingsveiligheidsautoriteit (EFSA) om risico-onderzoeksprocedures vorm te geven en aan te passen voor de producten van hun financiers. EFSA toezichthouders werken ook nauw samen met ILSI-partners bij het publiceren van artikelen voor wetenschappelijke tijdschriften. Deze artikelen gaan echter bijna nooit over de veiligheid van chemische middelen maar stellen in plaats daarvan voortdurend veranderingen voor in de te volgen risico-onderzoeksprocedures1.
De Wereldgezondheidsorganisatie WHO is wat zorgvuldiger in het kiezen van zijn vrienden. In 2006 blokkeerde hij de deelname van ILSI aan het opzetten van microbiologische en chemische standaarden voor voedsel en water vanwege diens financiering door de industrie. De US National Resources Defense Council staat ook wantrouwend tegenover ILSI. Zijn senior-wetenschapper Jennifer Sass zei dat ILSI ‘een verleden heeft van voorrang geven aan de belangen van enkel zijn bedrijfslidmaatschap boven de belangen van wetenschap en gezondheid’2.

1‘Europe’s pesticide and food safety regulators: Who do they work for?’ Earth Open Source, 2011
2www.medkb.com/Uwe/Forum.aspx/nutrition/5496/Money-Talks-in Whispers


Door Bryan Hubbard
Met dank aan Medisch Dossier, september 2012 


Bron: http://www.medischdossier.org/home/