Interview met David J. Kopsky,
arts, acupuncturist en hypnotherapeut:

'Acupunctuur is een reguliere behandelwijze geworden.'




Tijdens zijn studie geneeskunde aan de Vrije Universiteit in Amsterdam kwam David Kopsky (32) in aanraking met acupunctuur. Naast zijn reguliere artsenopleiding volgde hij de opleiding tot acupuncturist bij de Nederlandse Artsen Acupunctuur Vereniging (NAAV). Hij legde zich toe op neuro-anatomisch onderzoek van de hersenen en verdiepte zich in het verband tussen de embryogenese en acupunctuur.
Over de werking van acupunctuur en over het wetenschappelijk onderzoek daarnaar geeft Kopsky lezingen voor zowel artsen als leken. Zo is hij een van de sprekers op het congres Fusion dat deze maand plaatsvindt in Utrecht.
Kopsky reisde regelmatig naar Zuidoost Azië en India, waar hij veel ervaring opdeed met acupunctuur en andere complementaire behandelwijzen. Zijn doel is het beste uit Oost en West op geneeskundig gebied te verenigen.

“Dat ik tijdens mijn studie geneeskunde ook een opleiding in acupunctuur ging volgen, had vooral te maken met persoonlijke belangstelling. Ook wilde ik mijn arsenaal aan geneeskundige behandelmethoden graag uitbreiden. Op dit moment wordt er binnen het medisch curriculum nog geen aandacht geschonken aan acupunctuur of andere complementaire behandelwijzen. Hooguit soms als keuzevak op een paar vooruitstrevende universiteiten. Het zou mooi zijn als een Nederlandse universiteit een bijvak als ‘complementaire behandelwijzen’ op het programma zou zetten en serieus zou omgaan met bijvoorbeeld acupunctuur. Ik denk dat de tijd er rijp voor is.

Een arts is ook een raadsman.

Ik heb trouwens samen met mijn collega Jan Keppel Hesselink een paar jaar onderwijs gegeven aan geneeskundestudenten in Amsterdam over acupunctuur en complementaire behandelwijzen. Dat was voor ons bevredigend, omdat je jonge artsen kunt uitleggen hoe het werkt.  Zij kunnen dan in de toekomst hun patiënten goed informeren over de mogelijkheden van complementaire behandelwijzen.

Als een patiënt bij je komt met een vraag over alternatieve geneeswijzen, bijvoorbeeld acupunctuur, dan vind ik dat je er als arts iets van af moet weten. Ook al sta je er inhoudelijk misschien niet achter, of kun je de behandeling zelf niet toepassen, het is goed om te  weten wat die inhoudt. Het versterkt de vertrouwensbasis met je patiënt en je kunt hem beter en meer gericht doorverwijzen.“

IOCOB
“Ook omdat complementaire behandelwijzen momenteel zo enorm in de belangstelling staan, is het belangrijk dat je er als arts van op de hoogte bent. Langzaam maar zeker groeit binnen de ‘reguliere’ geneeskunde het besef dat deze stromingen nieuwe inspiratiebronnen kunnen bieden. Het is ook belangrijk het kaf van het koren te scheiden. Mede daarom heb ik met een aantal collega’s, onder wie Jan Keppel Hesselink, IOCOB opgericht: de goede doelen stichting voor Innovatief Onderzoek en onderwijs van Complementaire Behandelwijzen.”

Doelstellingen IOCOB
• het vinden van nieuwe inspiratiebronnen voor de geneeskunde,
• het ontwikkelen van innovatief onderzoek en kosteneffectiviteitonderzoek,
• het opzetten en faciliteren van onderwijs voor artsen en studenten geneeskunde of biomedische wetenschappen,
• het verstrekken van informatie aan overheidsinstellingen, media en geïnteresseerden,
• het ontwikkelen van criteria voor patiënten om te komen tot een gewogen therapiekeuze,
• het inventariseren en evalueren van nieuwe, experimentele behandelingen.

“Met onze website willen we alle complementaire behandelwijzen ontsluiten voor behandelaar en de individuele patiënt. Wij streven ernaar een objectief portaal zijn te van alle informatie op het gebied van complementaire behandelwijzen. Iedereen kan onder elk artikel reageren via de fora. Met IOCOB willen we ook een fonds kweken om wetenschappelijk onderzoek naar complementaire behandelmethoden te financieren. Onze inspanningen en inkomsten zijn nu nog een druppel op de gloeiende plaat. Bij wetenschappelijk onderzoek moet je denken in miljoenen, dus er is nog een lange weg te gaan. Het is niet eenvoudig om geld te vinden voor onderzoek op dit gebied. In de reguliere sector is dat al lastig - daar wordt slechts aan één op de vier onderzoeksaanvragen geld toegekend – laat staan voor complementaire onderzoeksprojecten. Omdat het zo moeilijk is onderzoeksprojecten te financieren die niet tot reguliere geneeswijzen behoren, vallen soms interessante ontwikkelingen buiten de boot.“

Tumordevascularisatie
Een van de technieken die nader onderzoek verdient is tumordevascularisatie. Relatief vaak komt het voor dat na het verwijderen van een tumor uitzaaiingen op een andere plaats in het lichaam ontstaan. Chemotherapie kan bij bepaalde typen uitgezaaide tumoren soms de levensverwachting verhogen, hoewel de bijwerkingen de kwaliteit van leven meestal negatief beïnvloeden. In Tsjechië is een methode ontwikkeld om primaire en uitgezaaide kwaadaardige tumoren te behandelen. Het gaat om een ingreep die gebaseerd is op de vermindering van de tumormassa en de activering van het immuunsysteem. Het bestrijden van tumoren met behulp van het afweersysteem is geen nieuwe gedachte: immuunstimulerende medicatie en tumorvaccinatie grijpen ook aan op het tumorafweersysteem.

Uitgezaaide huidkanker (melanoom) is een bekende aandoening met een slechte levensverwachting. Voor deze tumor bestaat geen genezende behandeling. Het melanoom staat echter ook bekend als een tumor die soms door het eigen afweersysteem kan worden afgebroken. Deze eigenschap van het melanoom schept de mogelijkheid om het effect van de nieuwe techniek in een klinisch onderzoek te evalueren. Bij tumordevascularisatie  wordt de tumor van het bloedvatstelsel (arteriën en venen) geïsoleerd door het onderbinden met hechtmateriaal en wordt vervolgens in het lichaam gelaten.

Diverse diermodellen en gegevens van patiënten maken waarschijnlijk dat deze techniek leidt tot het afsterven van de onderbonden tumor, en het activeren van het immuunsysteem. Dit zou stabilisatie van het ziekteproces en soms tot verkleining en verdwijning van uitzaaiingen kunnen leiden. Uit onderzoek lijkt deze chirurgische techniek relatief veilig en zou niet tot ernstige bijwerkingen leiden. Tumordevascularisatie is een immunochirurgische interventie, omdat deze techniek het immuunsysteem stimuleert.

“Deze techniek is een goed voorbeeld van een innovatieve methode die er klaar voor is om wetenschappelijk onderzocht te worden in een Westers land op veiligheid en effectiviteit. Reguliere oncologen krabben zich wellicht achter hun oren als ze dit lezen. De westerse gedachtegang bij deze techniek is: je necrotiseert iets en als je dat achterlaat in het lichaam, dan breng je iemand in gevaar want dood weefsel kan leiden tot sepsis. Bij deze techniek lijkt dat echter niet het geval te zijn.

Het afweersysteem kan misschien getriggerd worden door het afstervend tumorweefsels.

Een afstervende tumor in een lichaam achterlaten op het eerste gevoel iets wat we niet zouden doen als artsen. Het lichaam blijkt echter die onderbonden tumor op te ruimen. Tumordevascularisatie kan opgevat worden als een vorm van vaccinatie, omdat door het afsterven van de tumor, tumorantigenen massaal vrijkomen, die het cellulair immuunsysteem kunnen activeren tegen tumorcellen. Zo kunnen uitgezaaide tumorcellen aangevallen worden in de overige delen van het lichaam.

 Als je nu een pilotstudy zou doen in een gecontroleerde medische omgeving, kun je meer van deze techniek te weten komen. Kijk: als het werkt, dan werkt het. En zo niet dan zijn we zeker zo veel wijzer geworden. Dan kan zo’n methode in de kast en is het klaar. Als het zo blijft zweven dan is het lastig. Duidelijkheid over behandelwijzen, dat is waar we met IOCOB naar streven.”



Database
“We richten ons met IOCOB in eerste instantie op Nederland, maar omdat de ontwikkelingen op het gebied van complementaire behandelwijzen en Integrative Medicine verder reiken dan onze landsgrenzen kijken we ook naar het buitenland. De bedoeling is IOCOB meer internationaal te maken. Onder andere door de website in het Engels te laten vertalen en samen te werken met andere onderzoekers en medische instanties in het buitenland.” Internet maakt internationale samenwerking gemakkelijker. Het is echter niet altijd eenvoudig om te doorgronden of informatie op het internet betrouwbaar is, omdat het niet altijd duidelijk is welke organisatie of persoon erachter zit.

“Een betrouwbare bron van informatie is bijvoorbeeld de database pubmed. Daarin zijn abstracts van originele artikelen opgenomen die vaak gepubliceerd zijn in gerenommeerde vakbladen. Elk artikel kan naar waarde geschat worden door te zien in welk tijdschrift het gepubliceerd is, wie het onderzoek heeft uitgevoerd, wie het eventueel gesponsord heeft etc..
Het idee van IOCOB is om via de IOCOB website complementaire behandelwijzen te beoordelen via een kwaliteitsindicator. Op basis van een aantal criteria, zoals veiligheid en wetenschappelijke bewijs voor de effectiviteit, wordt een behandeling in een van de vijf categorieën geplaatst. Met ons classificatiesysteem over de betrouwbaarheid van behandelingen - het beroemde stoplicht - willen we helderheid verschaffen over wat zinvol is om te doen, waar je voorzichtig mee moet zijn en wat onzin is.”

Onderzoek
“De informatie die wij verzamelen door artikelen uit andere databanken, zoals pubmed, te reviewen is de basis van onze eigen databank. Het zou kunnen gebeuren dat een bepaald stofje of een behandelwijze heel interessant blijkt te zijn en dat er geen geld is om onderzoek te financieren. Dan kunnen wij dat stofje onder de aandacht brengen. Neem het hars Boswellia. Dat blijkt ontstekingsremmend te zijn en net zo goed te werken als corticosteroïden, maar dan zonder bijwerkingen en is door de reguliere geneeskunde inmiddels echt erkend! Voor de behandeling van hersenzwelling bij hersentumoren. Het is dus zeer interessant om dit stofje uit te testen voor andere indicaties, zoals artritis, colitis ulcerosa, waarbij corticosteroïden worden gebruikt.

Hoe weet je of dingen werken? In de eerste plaats heb je natuurlijk de gouden standaard, het dubbelblind placebogecontroleerde onderzoek. Toch heeft deze vorm onderzoek ook zijn beperkingen. Steeds meer worden andere vormen van studies gekozen om de waarde van een behandeling te bepalen, zoals patiënt tevredenheidsstudies en kosteneffectiviteitsstudies. Naast wetenschappelijke studies kijkt IOCOB of een behandelmethode plausibel is, en of het past in een logisch denkkader. Kijk naar acupunctuur: dat is voor een groot deel volgens westerse inzichten te verklaren, daar heb je helemaal geen hocus pocus of vijf elementen voor nodig. Dat is voor iedere Nederlandse arts prima te begrijpen.

Als mensen bereid zijn hier onderzoek naar te doen, dan staan ze ook open voor de consequenties van de uitkomsten ervan. Als iets interessant is en het blijkt dat het werkt, dan moet je het gewoon onderdeel laten uitmaken van de reguliere geneeskunde. Als iets nog meer onderzocht moet worden, dan moet het ook die mogelijkheid krijgen. Als het nog in een experimentele fase is, dan is het goed daar onderzoek naar te doen.”

Ik ben heilig overtuigd van het placebo-effect van de behandelaar.

 “Je kunt als arts heel enthousiast zijn over de behandeling die je toepast, welke dat ook is. Door dat enthousiasme kun je mensen beter laten voelen, waardoor de klachten verminderen, daar ben ik heilig van overtuigd. Het maximaliseren van het placebo-effect in een arts-patienten relatie gebruiken veel artsen en therapeuten. Dit is prima. De vraag is echter ook of de behandeling die ingezet wordt door de behandelaar ook echt werkt. Wanneer een interventie sec effectief is en de behandelaar het placebo-effect maximaliseert, kan de patient optimaal behandeld worden ”.

Acupunctuur en MS
“Het doen van onderzoek naar complementaire behandelwijzen is in mijn ogen van onschatbaar belang. Zelf heb ik meegewerkt aan een onderzoek de behandeling van blaasklachten bij MS patiënten met electro-acupunctuur. Dit onderzoek is deels gefinancierd door ZonMw, de Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie. De ziekte multiple sclerose kan zelf met acupunctuur niet worden genezen. Wel kan iets worden gedaan aan de klachten die ermee samenhangen. In het kader van het ZonMw-project zijn 15 artsen uit drie verschillende beroepsgroepen (natuurgeneeskundige artsen, homeopathisch artsen en artsen acupuncturisten) opgeleid in het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek.

De artsen hebben per beroepsgroep twee onderzoeksprotocollen opgezet. Voor acupunctuur zijn dat: 1) blaasklachten bij MS behandelen met elektro-acupunctuur en 2) aritmie (supraventriculaire extrasystolen) behandelen met acupunctuur. Juist omdat er al heel veel onderzoek is gedaan is naar de behandeling van blaasklachten met elektro-acupunctuur – in Nederland zijn drie mensen op dit onderwerp gepromoveerd - hebben we hiervoor gekozen. We hebben ons gericht op MS-patiënten, omdat dit een unieke invalshoek was. En in plaats van 1 naald hebben we er twee gebruikt (Milt 4 en Milt 6), ook dat is niet eerder gedaan. Het onderzoek loopt op dit moment in Nijmegen en wordt begeleid door mijn collega Sharon Tjon Eng Soe. Zo kunnen we een bijdrage leveren aan het wetenschappelijk onderzoek naar acupunctuur.”



Met het oog op de naald
“Samen met mijn collega Jan Keppel Hesselink wil ik laten zien dat acupunctuur een reguliere behandelwijze is geworden en dat de werking ervan is aangetoond in diverse wetenschappelijke onderzoeken. Daarom hebben wij een boek geschreven dat deze maand verschijnt: ‘Met het oog op de naald’. In het boek scheppen we een context om de waarde van acupunctuur duidelijk te maken. Een tweede reden voor dit boek is dat veel mensen denken dat de medische wetenschap een goed gefundeerde wetenschap is en dat er een duidelijk verschil is tussen reguliere en de alternatieve geneeskunde.

In dit boek laten we zien dat die scheiding niet berust op wetenschappelijke feiten.
Niet omdat wijzelf dat graag willen, maar omdat enkele grondleggers van de moderne geneeskunde de laatste jaren goed nagedacht hebben over wat we nu eigenlijk weten op medisch gebied, hoe we feiten bewezen hebben en wat de relatie is tussen waarheid, werkelijkheid en de praktijk van alle dag. Deze denkers hebben hun inzichten gepubliceerd en die invalshoek hebben we in dit boek uitgewerkt.

Het resultaat is dat het fundament van de geneeskunde veel minder solide is dan we denken. Veel medische kennis is verworven op basis van ervaring. Slechts een klein deel daarvan is door middel van onderzoek getoetst, en zelden op een optimale manier. De kunstmatige scheiding tussen alternatief en regulier berust dan ook niet op harde feiten.
Als tegenstanders nu nog steeds roepen over acupunctuur: dat is allemaal onzin, want het is niet bewezen, hebben ze ongelijk. In dit boek staat waarom. We verwachten dat we met het doorbreken van die scheiding tussen regulier en alternatief een bijdrage leveren aan het tot stand komen van een geïntegreerde geneeskunde in Nederland.“


Drs. Ivo J.F. Spekman

Met dank aan: tijdschrift Supplement, (gepubliceerd april 2008)