Internetverslaving: de medicijnen ertegen liggen klaar

Internetverslaving is hard op weg om tot nieuwe psychische ziekte te worden verklaard, die leidt tot depressie. En dus staan de psychofarmaca al klaar om hun oplossingen aan de man te brengen.

We staan op het punt een nieuwe Prozac-generatie te kweken. Nu zijn de adolescenten en jong volwassenen die ‘oeverloos’ rondsurfen op internet, op Facebook actief zijn of chatten op hun smartphone het doelwit. Vanaf volgend jaar zal internetverslaving geclassificeerd worden als een psychologisch probleem dat depressie veroorzaakt, wat dan weer kan worden bestreden met krachtige psychotrope medicijnen als Prozac, Ritalin of Valium.

Iedereen die meer dan 38 uur per week op internet doorbrengt met Facebook, e-mails of tekstberichten als sms valt onder de definitie internetverslaafde. Bij zo’n definitie zijn om te beginnen de meeste tieners al verslaafd.

Volgend jaar zal de gerenommeerde American Psychiatric Association (APA) internetverslaving (IA, voor Internet Addiction) erkennen als oorzaak van depressie. Volgens het bestuur van de APA ‘heeft IA alle kenmerken van een stoornis van het compulsieve-impulsieve spectrum, die behandeld kan worden met krachtige psychotrope medicijnen’. Dit zogeheten ‘probleem’ zal worden opgenomen in de vijfde editie van het APA-standaardwerk Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-5), de referentie voor alle psychiaters, die volgend jaar zal uitkomen.

Iedereen die ervan verdacht wordt internetverslaafd te zijn kan dan psychofarmaca voorgeschreven krijgen. Het zullen bovendien niet alleen tieners zijn die in deze nieuwe categorie vallen. Onderzoeker Tony Dokoupil wijst erop dat de grens tussen een internetverslaafde en de ‘gewone man’ nauwelijks bestaat. Volgens de definitie ‘38 uur per week’ zijn wij inmiddels allemaal internetverslaafden. Die grens hebben velen van ons op woensdagmiddag al bereikt – en als het druk was al op dinsdag. (1)

Het kan een rijke oogst opleveren voor de farma-industrie. Een rondgang langs regelmatige internetgebruikers leerde dat de gemiddelde tijd die iedereen online was ongeveer twee uur per dag was, wat overigens in het niet valt bij de vijf uur van een internetverslaafde. Het hoofddoel bij 62 procent was informatie verzamelen en studeren. De meesten hadden elke dag internet nodig, al gaf 43 procent toe dat ze langer online bleven dan ze hadden verwacht. Over het geheel genomen kon bijna 4 procent van de deelnemers als internetverslaafde worden aangemerkt. (2) De gemiddelde persoon van welke leeftijd dan ook verstuurt of ontvangt tevens 400 berichten per maand – vier maal zo veel als in 2007 – terwijl dat voor de gemiddelde tiener elke maand 3700 is.

De psychiater met zijn receptenblok in de aanslag heeft echter nog steeds een probleem. Jerald Block van het American Journal of Psychiatry – het officiële orgaan van de APA – wijst erop dat niemand voor internetverslaving een psychiater consulteert. Dat is niet verwonderlijk omdat – buiten een aantal onderzoekers en academici – niemand zelfs maar weet dat dit een syndroom is of dat het als een probleem gezien wordt. Integendeel, men zoekt psychiatrische hulp voor een bekend probleem, zoals depressie, angst of agressief gedrag. 86 procent van de ‘internetverslaafden’ heeft een ander probleem en gemiddeld heeft een internetverslaafde een tot twee bekende andere diagnoses. (3)

Internetverslaving lijkt dus meestal samen te hangen met andere psychische problemen, zoals stemmingswisselingen, angststoornis en misbruik van verdovende middelen. Ook zijn er psychologische, neurologische en culturele factoren in het spel. Er is geen bewijs dat psychotrope medicatie zou kunnen helpen, zeggen onderzoekers van de universiteit van Iowa. (4)

De situatie in Korea
Psychiaters en overheidsinstanties in Zuid-Korea lijken over heel andere cijfers te beschikken. Zij hebben al 168.000 kinderen en adolescenten geïdentificeerd die psychofarmaca nodig hebben voor hun internetverslaving. Nog eens 50.000 hebben wellicht ziekenhuisbehandeling nodig. De regering heeft meer dan duizend therapeuten opgeleid en er zijn 190 ziekenhuiscentra opgericht om de verslaafden in het land te behandelen.
Internetverslaving is er in feite een van de ernstigste volksgezondheidsproblemen geworden, inmiddels even belangrijk als drugsverslaving, roken en overgewicht. Deze gigantische toename is nog een mysterie, want zelfs de felste tegenstanders van internet kunnen alleen maar wijzen op tien hartaanvallen van bezoekers van internetcafé's en één moord die was gepleegd door iemand die mogelijk de virtuele wereld verwarde met de echte.

De Zuid-Koreaanse regering zegt dat internetverslaving hand over hand toeneemt. De gemiddelde middelbare scholier is elke week zo’n 23 uur online met computerspelletjes, wat inhoudt dat nog eens 1,2 miljoen kinderen al snel onder de definitie ‘internetverslaafd’ zullen vallen en in aanmerking zullen komen voor psychofarmaca.

In China, het buurland van Zuid-Korea, lijkt het helemaal uit de hand te lopen. Daar wordt geschat dat zo’n tien miljoen kinderen verslaafd zijn aan internet. De Chinese regering heeft dan ook wetten uitgevaardigd die meer dan drie uur per dag op de computer spelen ontmoedigen, waardoor ‘excessief internetgebruik’ gecriminaliseerd wordt.

De connectie met internet
Verbazend genoeg is er nauwelijks enig bewijs voor de theorie dat excessief internetgebruik depressie – of erger – veroorzaakt. De enige studie die de krantenkoppen haalde, stamt uit 2011. Die bewees zogenaamd dat Facebook – het meest populaire sociale platform ter wereld – depressie veroorzaakte, maar is daarna onderuitgehaald.

De American Academy of Pediatrics (AAP) had een rapport uitgegeven waarin werd geconcludeerd dat buitensporig gebruik van Facebook tot depressie kon leiden en met name adolescenten werd geadviseerd om hun tijd op dit platform te beperken. Maar onderzoekers van de universiteit van Wisconsin zeggen dat de AAP onnodig alarm slaat. Hun eigen onderzoek onder 190 studenten aan de universiteit vond geen samenhang tussen Facebook en depressie, laat staan een oorzakelijk verband. Ouders hoeven zich volgens hen geen zorgen te maken zolang het gedrag en de gemoedstoestand van hun kinderen niet zijn veranderd, ze nog steeds vrienden hebben en hun schoolprestaties hetzelfde zijn. (5) ‘En u zult ook nooit ontdekken dat internet leidt tot depressie, omdat dit verband niet bestaat’, zeggen onderzoekers van de Missouri University of Science and Technology. Zij voerden een observatieonderzoek uit, dat tot de conclusie kwam dat internetgedrag geen oorzaak is van depressie, maar er een symptoom van is. In werkelijkheid kan de manier waarop mensen internet gebruiken helpen de diagnose depressie te stellen, aldus de onderzoekers.

Zij verzamelden onopvallend en anoniem gegevens over internetgebruik, waarmee hun onderzoek het eerste was dat een reëel beeld opleverde en niet afhankelijk was van de eerlijkheid van de deelnemers bij het invullen van een vragenlijst. In totaal namen 216 studenten hieraan deel, die de hele tijd anoniem bleven. Voor de aanvang van de studie werden de studenten getest op depressie, en de onderzoekers concludeerden dat depressieve studenten het internet op een andere manier gebruikten. Zij gebruikten meer nieuwsgroepen, verstuurden meer e-mails en zaten vaker te chatten. Ook keken ze vaker dan de anderen naar video’s en speelden ze vaker computerspelletjes. Over het geheel genomen, gebruikten depressieve studenten het internet op een weinig gestructureerde manier. Ze wisselden vaak van toepassing, wat suggereert dat ze zich slecht concentreerden – een duidelijke aanwijzing voor depressiviteit. (6)

Samenhang
Wat de Missouri-onderzoekers – zoals honderden anderen – ontdekten, is dat er een verband is tussen buitensporig internetgebruik en depressie. Er bestaat zelfs een verband met ernstiger sociale problemen, zoals zelfmoord, verslaving aan verdovende middelen en agressief gedrag. Maar een samenhang is geen bewijs voor een oorzakelijk verband. Integendeel, internet in al zijn verschijningsvormen is de comfortzone voor wie al depressief en sociaal onaangepast is.

Onderzoekers van de universiteit van Leeds kwamen tot deze conclusie, toen ze het internetgedrag bekeken van 1319 mensen, waarvan achttien werden geïdentificeerd als internetverslaafd (internet addicts, IA). De IA-groep was veel depressiever dan de niet-verslaafden en viel in de categorie matig tot ernstig verslaafd. ‘Degenen die symptomen hebben van IA zullen zich waarschijnlijk meer dan de normale populatie op sites begeven die fungeren als vervanging voor echte sociale contacten’, werd geconcludeerd (7)

Tot dezelfde conclusie kwamen onderzoekers bij analyse van de geestelijke gezondheid van 722 gamers. Wie het meest achter zijn computer zat, had ook vaker een depressie of een sociale fobie. Maar hoewel vrouwen minder tijd aan computerspelletjes besteedden, leden ze wel vaker aan acute depressie en sociale fobie. Ook hier bewijst de studie niet automatisch dat excessief internetgebruik depressie veroorzaakt, maar wel dat wie depressief is langer achter de computer zit. (8)

Onderzoek na onderzoek komt uit op dezelfde samenhang, zoals een dat ontdekte dat van de 307 gevolgde universiteitsstudenten 4 procent verslaafd was en 12 procent matig tot ernstig depressief. (9) Duitse onderzoekers bevestigden deze onderzoeksconclusies, toen zij het profiel van dertig internetverslaafden in kaart brachten – die zij ‘pathologische internetgebruikers (PIU’s)’ noemden. Zij vergeleken die vervolgens met 31 intensieve gebruikers met een niet-pathologisch internetgedrag. De helft van de PIU’s bleek een reeds aanwezige psychiatrische stoornis als angststoornis te hebben; in de controlegroep was dat slechts 12,9 procent. (10)

Verergering
Het is niet alleen depressie die met internetverslaving in verband wordt gebracht. Een analyse van eerder gepubliceerde studies ontdekte een samenhang met angststoornis, ADHD, obsessief-compulsieve symptomen en vijandigheid/agressie. (11) Andere studies hebben een verband vastgesteld met misbruik van verdovende middelen en zelfs met gedachten aan zelfmoord. In een studie onder 275 middelbare scholieren in het Italiaanse Florence viel 5,4 procent in de categorie internetverslaafde. Zij hadden ook een grotere kans meer koffie te drinken, afhankelijk te zijn in relaties, te gokken en een patroon van hongeren en vreetbuien te vertonen. (12) Taiwanese onderzoekers vonden een verband tussen internetverslaving en vijandigheid, depressie en ernstige psychische problemen, toen zij het internetgedrag van 3662 studenten bestudeerden. (13)
Zware internetgebruikers hebben ook meer kans zelfmoord te plegen, of er op zijn minst aan te denken. Uit een onderzoek van 1670 middelbare scholieren in Korea bleek dat 38,1 procent in het ‘eerste stadium van het ontwikkelen van een internetverslaving’ was en 1,5 procent was ernstig verslaafd. Volgens de onderzoekers was er een directe samenhang tussen internetgebruik en het niveau van depressie en zelfmoordgedachten. (14)

Hersenveranderingen
En – alsof het pleidooi hiermee compleet te maken was – onderzoekers hebben ook ontdekt dat internetverslaving de hersenen fysiek verandert, in het bijzonder de grijze massa. In een onderzoek met MRI-scans werden achttien internetverslaafden vergeleken met vijftien adolescenten die weinig op internet zaten. Hieruit bleek dat de hersenen van de verslaafden structurele veranderingen hadden ondergaan. (15) In China merkte een ander onderzoeksteam dezelfde veranderingen in de hersenen van internetverslaafden op,(16) terwijl andere Chinese onderzoekers bij zeventien internetverslaafden ook abnormale witte stof in de hersenen aantroffen. (17)

John Grohol echter, oprichter van het PsychCentral-webportaal voor geestelijke gezondheid en warm pleitbezorger van internet, is van mening dat de hersenveranderingen weinig betekenis hebben. ‘Een heel scala van activiteiten verandert de “bedrading” in onze hersenen,’ zo schrijft hij, ‘net als het leren autorijden of een nieuwe taal. Elke activiteit die we ondernemen, verandert de chemie van ons brein.’

Een web van bedrog
Internet is dan wellicht niet de oorzaak van depressie – zoals de farmaceutische industrie graag zou zien – maar het kan wel leiden tot dwanggedrag, verslaving en sociaal isolement, net als televisie. Internetverslaafden echter neigen doorgaans toch al tot verslaving en zijn ook vaker zware rokers, drinkers of druggebruikers, zo bleek uit een studie onder Griekse studenten. De onderzoekers van het Technologisch Opleidingsinstituut van Athene hebben ook de primeur van een nieuwe term om internetverslaafden te beschrijven: problematische internetgebruikers (PIU’s). PIU’s zijn vaker man, werkloos en iemand met verslavingsgewoonten, zoals roken, gebruik van alcohol en/of koffie en drugs. Hun internetverslaving betreft meestal pornografische sites en onlinegames. (18)

Duitse onderzoekers – die de voorkeur geven aan de term ‘pathologische internetgebruikers’ – gaan ervan uit dat die 1,5 tot 8,2 procent van alle gebruikers uitmaken en vaak een al bestaande psychische aandoening hebben, zoals ADHD of affectiestoornis. (19)
Hoe ze ook worden genoemd, internetverslaafden blijken ongecontroleerd en op schadelijke wijze te gamen, te chatten en te sms’en. Overmatig gebruik hiervan lijkt volgens Poolse onderzoekers samen te hangen met een hogere mate van agressie en angst. (20) Het transponeren van het gedrag op internet – vooral bij het gamen – naar het echte leven, werd bij een onderzoek van de Hadassah Medical Organization in Jerusalem bij een kleine minderheid van de gebruikers ook gezien. Niemand echter begrijpt ten volle het psychologische mechanisme hierachter en niemand weet dus precies wat hieraan gedaan kan worden. (21)

Slecht nieuws
Het is moeilijk om ook nog wat goed nieuws over internet en het versturen van tekstberichten te vinden. In plaats daarvan lezen we een aanhoudende stroom verhalen over internetpesten, ‘trolls’, die beledigende en schokkende berichten achterlaten, tieners die ieder uur van de dag op Facebook zitten of berichten versturen, en psychopaten die een gewelddadig spelletje in het echte leven nabootsen. En nu horen we dat internetverslaving de oorzaak van een depressie kan zijn, die met zware medicijnen behandeld zou moeten worden.

Het klopt allemaal en het is waar dat internet kan leiden tot isolement en verslaving, maar het lijkt toch dat het medium wordt verward met de boodschap. Zoals tv-presentator Kirstie Allsopp zei, toen ze het slachtoffer werd van beledigende berichten op Twitter: de schuld geven aan Twitter lijkt een beetje op de schuld geven aan het papier als daar lasterlijke tekst op wordt gedrukt.

En tegenover elk geval van sociaal isolement staat een geval waarbij internet mensen juist dichter bij elkaar heeft gebracht. Het sociaal platform voor ouders www.mumsnet.com trekt elke maand zo’n vijf miljoen bezoekers, die voor het opvoeden van hun kind op zoek zijn naar advies van hun uitgebreide virtuele familie.

Internet is ongetwijfeld een lokroep voor de eenzamen, sociale outcasts, de depressieven en psychotici – dat zijn dan ook doorgaans de verslaafden – maar het is een positief hulpmiddel voor het merendeel van de gebruikers. Daarnaast is er bewijs te over dat internet geestelijke en psychologische problemen veroorzaakt of reeds bestaande problemen verergert. Het idee echter, dat dit aanleiding is om aan een hele nieuwe generatie medicijnen toe te dienen, is angstaanjagend voor iedereen – behalve voor de farmaceutische industrie. Dat is een heel wat dreigender vooruitzicht dan alles wat internet zelf in petto heeft.

Lees verder onder de noten.....

1 Newsweek, 16 juli 2012
2 Ind Psychiatry J, 2010; 19: 94-100
3 Am J Psychiatry, 2008; 165: 306-307
4 CNS Drugs, 2008; 22: 353-365
5 J Adolesc Health, 2012; doi: 10.1016/j.jadohealth.2012.05.008
6 IEEE Technol Soc Mag, 2012; aanvaard voor publicatie
7 Psychopathology, 2010; 43: 121-126
8 BMC Psychiatry, 2012; 12: 92
9 BMC Med, 2011; 9: 77
10 Psychiatr Trax, 2008; 35: 80-83
11 Psychopathology, 31 juli 2012, onlinevoorpublicatie
12 CNS Spectr, 2006; 11: 966-974
13 Psychiatry Clin Neurosci, 2008; 62: 9-16
14 Taehan Kanho Hakhoe Chi, 2004; 34: 102-110
15 Eur J Radiol, 2011; 79: 92-95
16 PLoS One, 2011; 6: e207008
17 PLoS One, 2012; 7: e30253
18 Cyberpsychol Behav Soc Netw, 2011; 14:51-58
19 Fortschr Neurol Psychiatr, 2009; 77: 263-271
20 Postepy Hig Med Dosw [online], 2009; 63: 8-12
21 Am J Drug Alcohol Abuse, 2010; 36: 277-283


Computers en internet kunnen een goede ontwikkeling zijn en daar is genoeg bewijs voor te vinden. De combinatie van regelmatig gebruik van een computer en matig sporten helpt tegen geheugenverlies. In een studie van 926 mensen in de leeftijd tussen 70 en 93 jaar bleken degenen die regelmatig sportten en de pc gebruikten minder kans te hebben op lichte geestelijke achteruitgang – het stadium tussen normaal leeftijdgebonden geheugenverlies en de ziekte van Alzheimer. Bijna 38 procent van diegenen die geen lichaamsbeweging hadden of geen pc gebruikten, toonde tekenen van lichte geestelijke achteruitgang; in de groep die sportte en de pc gebruikte was dat slechts 18 procent. (1)

Internet fungeert ook als een belangrijke steun voor mensen die zich geïsoleerd voelen of vriendelijke raad en sympathie nodig hebben. In een onderzoek onder duizend vrouwen die een miskraam hadden gehad, werd ontdekt dat ze fora op internet gebruikten als hulp om over hun verdriet heen te komen. Het viel op dat veel van hen tot twintig jaar later nog steeds met de emotionele gevolgen hiervan worstelden. De meest voorkomende reden om een bericht op internet te zetten was het gevoel te willen bevestigen dat hun probleem niet uniek was, zo ontdekten onderzoekers van de universiteit van Michigan. (2)
Internet biedt daarenboven niet alleen psychologische steun. Het kan ook worden gebruikt als therapeutisch hulpmiddel en kan even effectief zijn als het bijwonen van groepssessies. Lijders aan tinnitus (oorsuizen) die als therapie tien weken lang het internetprogramma Tinnitus Handicap Inventory volgden, zagen hun probleembeleving zakken naar hetzelfde niveau als bij degenen die cognitieve gedragstherapiesessies volgden. 3

1 Mayo Clin Proc, 2012; 87: 437-442
2 Women’s Health Issues, 2011; 10.1016/j.whi.2011.07.006
3 Johannes Gutenberg Universität Mainz; www.uni-mainz.de/eng/15114.php

Onlinetherapie kan depressie helpen verzachten – terwijl dit juist de aandoening is die het verondersteld wordt te veroorzaken – en de voordelen ervan zijn in talloze onderzoeken aangetoond. In een daarvan bleek online cognitieve gedragstherapie even goed te werken als persoonlijke sessies, met als bijkomend voordeel dat de patiënt hiervoor zijn eigen tijd kan kiezen. De therapie, waarvoor soms een lange wachtlijst bestaat, ligt hiermee ook gemakkelijker binnen het bereik van een patiënt. Het internettherapieprogramma hielp volgens het promotie-onderzoek van Fredrik Holländare van de Örebro-universiteit in Zweden om de bestaande symptomen te verzachten. Bij slechts 10 procent was er een terugval.
Internet kan ook depressie bij ouderen helpen voorkomen, zoals meerdere studies hebben aangetoond. In een daarvan bleken ouderen die regelmatig op internet zitten – de ‘zilveren surfers’ genaamd – een derde minder kans te hebben op depressie. Een derde van de ouderen boven de 65 gebruikt regelmatig Facebook en Twitter en volgens onderzoekers van de universiteit van Alabama helpt het hen in contact te blijven met familie en vrienden (1)

1 The British Psychological Society, 27 juli 2012; www.bps.org.uk/news/mental-health-benefits-being-silver-surfer

Internet – en vooral sociale netwerkplatforms, zoals Hyves en Facebook – heeft ook zijn negatieve kant. Kinderen en adolescenten die het doelwit zijn van pesterijen – in de vorm van beledigende opmerkingen die worden achtergelaten door ‘trollen’, meestal anoniem – kunnen sociale outcasts worden, wat soms tot zelfmoord of de gedachte daaraan kan leiden.
Eén geval betrof het vijftien jaar oude Ierse meisje Phoebe Prince, dat zichzelf van het leven beroofde nadat ze het doelwit was geworden van pijnlijke en grievende tekstberichten op Facebook. In een ander geval pleegde de tiener Megan Meier zelfmoord nadat de moeder van een vroeger vriendje haar bleef lastigvallen.
De volgende tekenen kunnen erop wijzen dat uw kind het slachtoffer is van pesterij op internet:

  • het vertoont tekenen van verdriet tijdens of na internetgebruik;
  • schermt zijn internetcontacten af en doet daar geheimzinnig over;
  • trekt zich terug van vriendjes en activiteiten;
  • vermijdt school en feestjes van school;
  • toont tekenen van verandering van stemming, gedrag, slaappatroon of eetlust.
  • Als u vermoedt dat er internetpesten in het spel is, praat met uw kind dan bijvoorbeeld over uw eigen vroegere ervaringen met pesten op school. Dit kan uw kind helpen om het pesten weer in de juiste proporties te zien en kan uitgangspunt zijn voor een gesprek.
  • Praktische maatregelen die u kunt nemen zijn:
  • blokkeer het adres van de pester, door de instellingen van uw pc aan te passen;
  • print of sla de conversaties waarin uw kind gepest wordt op, zodat u het probleem op school of bij de ouders kunt aankaarten;
  • beperk voor uw kind de toegang tot de computer en mobiele telefoon;
  • stel u op de hoogte van zijn internetwereld door te kijken naar de berichten die hij postte en de sites die hij bezocht;
  • zoek op internet naar informatiebronnen en hulpgroepen tegen internetpesten.

Door Bryan Hubbard
Met dank aan Medisch Dossier www.medischdossier.nl

BRON: www.kidshealth.org