De pillenmaffia


De Deense arts Peter Gøtzsche werkte jarenlang in de farmaceutische industrie. Onlangs onthulde hij zijn ervaringen met onthutsende praktijken in de farmaceutische industrie, zoals omkoping, onderzoeksvervalsing en manipulatie.

De meest vernietigende aanval die de geneesmiddelenindustrie ooit heeft moeten verduren, komt van iemand die de branche van binnenuit kent. Hij vergelijkt farmaceutische bedrijven onomwonden met de maffia, omdat ze tot alles in staat zijn – omkopen, verduisteren, afpersen, bedriegen, de rechtsgang belemmeren, de politiek corrumperen en zelfs mensen met de dood bedreigen – om het succes van hun producten te verzekeren.
Deze nieuwste klokkenluider is Peter Gøtzsche. Hij is tegenwoordig hoofd van de Scandinavische tak van The Cochrane Collaboration, een onafhankelijk onderzoeks- en informatiecentrum waar het wetenschappelijk bewijs voor veel reguliere medische behandelingen wordt onderzocht.
‘De belangrijkste reden waarom we zoveel medicijnen slikken, is dat geneesmiddelenfabrikanten geen pillen verkopen, maar leugens over pillen. In alle gevallen die ik heb onderzocht, hielden ze deze schaamteloze leugens vol, zelfs nadat de onjuistheid van hun beweringen was aangetoond’, aldus Gøtzsche.

Stroper wordt boswachter
Gøtzsche is arts en epidemioloog, en begon zijn loopbaan als onderzoeker en verkoper bij het farmaceutische bedrijf Astra-Syntex, waar hij uiteindelijk hoofd werd van de afdeling geneeskunde. Daar hield hij toezicht op zowel de klinische trials (experimenten met medicijnen) als de registratieaanvragen voor nieuwe medicijnen.
Gøtzsche was zo geshockeerd door wat hij als insider zag, dat hij The Cochrane Collaboration oprichtte, de eerste organisatie die pleitte voor evidence based geneesmiddelen: medicijnen die gestoeld zijn op wetenschappelijk bewijs dat ze werken en veilig zijn.
In 2013 kwam zijn boek uit, getiteld Deadly medicines and organised crime: how big pharma has corrupted healthcare, dat een regelrechte aanklacht vormt tegen de wanpraktijken van geneesmiddelenfabrikanten.
In zijn inleiding schrijft hij: ‘We worden tegenwoordig geteisterd door twee door de mens veroorzaakte plagen: de ene is tabak en de andere medicijnen op recept. Ze zijn allebei extreem dodelijk. In de VS en Europa zijn geneesmiddelen, na hartaandoeningen en kanker, de belangrijkste doodsoorzaak.’
Gøtzsche is niet bang om fel uit te halen naar de big pharma. Zo werd hij eens gevraagd te spreken op een bijeenkomst van de Deense vereniging voor reumatologie, die de discrete titel ‘Samenwerken met de farmaceutische industrie. Is dat echt zo schadelijk?’ droeg. In zijn opening nagelde hij beurtelings elk van de vijf sponsoren aan de schandpaal. Pfizer had in de VS een boete van 1,7 miljard euro gekregen omdat het bedrijf reclame maakte voor het offlabel (niet-geregistreerd) gebruik van vier geneesmiddelen (zie kader). Merck, de sponsor van het jaar daarvoor, werd verantwoordelijk gehouden voor meer dan zestigduizend doden vanwege het achterhouden van informatie over het risico op trombotische complicaties (bloedstolsels) bij Vioxx, een COX-2-remmer die bij gewrichtspijn werd voorgeschreven.

Zaken verdraaien
De lange lijst vergrijpen die de geneesmiddelenindustrie heeft begaan, is fascinerend. Maar het opvallendste aan Gøtzsches werk is zijn vermogen om als ervaren medisch wetenschapper en statisticus, de lezer langs de verschillende stadia te leiden waarin ongunstige onderzoeksresultaten worden weggemoffeld en gebrekkige studies toch worden gepubliceerd.
Zelfs het New England Journal of Medicine (NEJM), dat beschouwd wordt als een van de meest vooraanstaande medische tijdschriften ter wereld, is niet immuun voor gemanipuleerde gegevens. In twee studies uit het NEJM werd voriconazol, een geneesmiddel van Pfizer tegen schimmelinfecties, vergeleken met amfotericine B. In een Cochrane-beoordeling ontdekten Gøtzsche en zijn collega’s echter dat in één onderzoek de ene groep patiënten 77 dagen lang voriconazol kreeg, terwijl de andere groep slechts tien dagen amfotericine B gebruikte: een oneerlijke vergelijking.
Het andere onderzoek vermeldde niet dat voriconazol aanzienlijk slechter werkte dan amfotericine B en dat in de voriconazol-groep meer patiënten waren overleden. Door geknoei met de gegevens leek voriconazol gunstiger naar voren te komen voor wat betreft schimmelinfecties en toxiciteit (giftigheid).1

Medische tijdschriften te koop
Geneesmiddelenfabrikanten zijn van levensbelang voor medische tijdschriften − niet alleen vanwege de advertenties, maar ook door de massale herdruk van wetenschappelijke artikelen (reprints). Elk onderzoek waar een geneesmiddel gunstig uitkomt, is zeer waardevol voor de fabrikant. Via de reprints worden de resultaten van zo’n onderzoek wereldwijd door tienduizenden artsen gelezen, die op de informatie vertrouwen als ze medicijnen voorschrijven.
Gøtzsche haalt een rapport aan waaruit blijkt dat The Lancet bestellingen voor reprints krijgt van honderdduizenden euro’s per order, met één uitschieter van ruim 1,8 miljoen euro.2 Geen wonder dat geneesmiddelenfabrikanten kunnen dreigen dat ze geen advertenties meer plaatsen als een toetsing van artikelen door vakgenoten naar hun zin te kritisch is. Soms proberen ze zelfs een tijdschrift te ‘kopen’ en te doen alsof het aan die toetsing door vakgenoten is onderworpen.3
In een Amerikaans parlementair onderzoek uit 2009 naar producten voor rugaandoeningen kwam aan het licht dat orthopedisch chirurg Thomas Zdeblick miljoenen euro’s aan vergoedingen had ontvangen. Die kreeg hij van Medtronic, een fabrikant van medische hulpmiddelen, toen hij hoofdredacteur was van het Journal of Spinal Disorders & Techniques.4 In elke editie van dit blad verschenen artikelen over medische hulpmiddelen van Medtronic − natuurlijk allemaal even positief.
Gøtzsches ideeën en zijn controversiële boek zijn natuurlijk geen verrassing voor iedereen die deze industrietak wat beter kent. Gøtzsche wordt gesteund door de redacteuren van twee medische tijdschriften: Richard Smith, voormalig hoofdredacteur van het British Medical Journal, die ook een voorwoord bij het boek schreef, en Drummond Rennie, redacteur van het Journal of the American Medical Association.
Smith schrijft dat Gøtzsche, naast deze schaamteloze voorbeelden van bedrog, ‘ook laat zien hoe de geneesmiddelenindustrie artsen, wetenschappers, medische tijdschriften, beroeps- en patiëntenorganisaties, afdelingen van universiteiten, journalisten, toezichthouders en politici heeft omgekocht. Dit zijn de methodes van de maffia.’
In Gøtzsches boek worden talloze zaken beschreven, bijvoorbeeld die waarin Pfizer instemde met een schikking van 45 miljoen euro, nadat het bedrijf in een Amerikaans federaal corruptieonderzoek ervan was beschuldigd dat het zowel artsen als ziekenhuisbestuurders en toezichthouders op geneesmiddelen in Europa en Azië had omgekocht.


Artsen op de loonlijst
In Denemarken zijn geneesmiddelenfabrikanten verplicht te melden hoeveel artsen bij hen in dienst zijn en welke functies zij vervullen. In 2010 stonden er ruim vierduizend artsen op de loonlijst van de tien grootste farmaceutische bedrijven. Dat betekent dat in een land dat beschouwd wordt als een van de minst corrupte samenlevingen ter wereld, een op de vijf artsen geld krijgt van een pillenfabrikant.5
De corruptie heeft ook vat op de medische faculteiten. Gøtzsche haalt een onderzoek uit 2005 aan waaruit blijkt dat tachtig procent van de faculteiten geneeskunde akkoord gaat met de overdracht van het eigendomsrecht op onderzoeksgegevens aan de geldschieters. De helft geeft de financiers bovendien toestemming zelf het onderzoeksartikel te schrijven, waarbij de onderzoekers het manuscript alleen mochten nalezen en wijzigingen mochten ‘voorstellen’.6
De aanpak van de farmaceutische industrie is geraffineerd, zegt Gøtzsche. Ze beïnvloedt de geneeskunde door middel van studiebeurzen en journalistieke onderscheidingen die de bedrijven zelf betalen, of via patiëntenorganisaties. Zo ontvangt de patiëntenorganisatie Mental Health America de helft van haar financiering uit handen van de geneesmiddelenindustrie, waaronder jaarlijks bijna 750.000 euro elk van farmagiganten Bristol-Myers Squibb, Eli Lilly en Pfizer. 

Gereguleerde corruptie
Gøtzsches hartenkreet vindt weerklank bij een toenemend aantal vooraanstaande wetenschappers. Onlangs werd een artikel gepubliceerd in het Journal of Law, Medicine & Ethics van de Harvard Universiteit over de institutionele corruptie in de farmaceutische industrie en de illusie van veilige en werkzame geneesmiddelen. Hierin betogen de auteurs, Donald W. Light en zijn collega’s, dat institutionele corruptie gemeengoed is op drie niveaus. Ten eerste lobbyen de farmaceuten op grote schaal en beïnvloeden het parlement dusdanig dat er gunstige en coulante wetgeving wordt gerealiseerd. Hierdoor komt de missie van de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) in gevaar, die de kwaliteit en veiligheid van voedingsmiddelen en medicijnen bewaakt. Ten tweede krijgt de FDA minder overheidsgeld en is daardoor afhankelijk geworden van de vergoedingen van de farmaceutische bedrijven. Daardoor kan de FDA de regels onvoldoende handhaven en wordt deze gedwongen medicijnen sneller goed te keuren. Ten derde wordt de rol van artsen ‘gecommercialiseerd’.7
Het schokkendst uit Gøtzsches boek zijn wel de onthullingen over de FDA, waar inmiddels een cultuur van misleiding heerst die gewoonweg een afspiegeling is van die van de farmaceutische industrie. Zo vertelt Ronald Kavanagh, die als wetenschapper bij de FDA gewerkt heeft, dat hij en zijn collega’s een berisping kregen als ze vragen stelden die de goedkeuring van een medicijn konden vertragen of tegenhouden.
Soms kregen ze te horen dat ze hun analyse van een geneesmiddelenonderzoek moesten beperken tot de samenvatting, en dat ze de beweringen van de farmaceutische bedrijven moesten accepteren zonder de feitelijke gegevens te bestuderen. En dat terwijl Kavanagh meer dan eens ontdekte dat die beweringen en de samenvatting elkaar ondubbelzinnig tegenspraken. Andere keren kreeg hij de opdracht om bepaalde gedeeltes van een document niet te beoordelen; het ging dan ‘steevast om de gedeeltes waar de veiligheid in het geding was’.
Toen Kavanagh deze zaken bij het Amerikaanse parlement wilde aankaarten, werd er in zijn kantoor ingebroken en met zijn computer geknoeid. Een van de managers van de FDA bedreigde zelfs zijn kinderen, die toen zeven en vier jaar oud waren.
Net als Gøtzsche beschuldigen Light en zijn collega’s de industrie ervan dat ze de markt overspoelen met medicijnen die weinig nut hebben. Hun kritiek treft allerlei belangrijke geneesmiddelencategorieën.
Gøtzsche richt zijn pijlen specifiek op statines (cholesterolverlagers), NSAID’s (niet-steroïdale ontstekingsremmers), diabetesmiddelen en een groot deel van de psychiatrische geneesmiddelen. Deze medicijnen worden allemaal verkocht op basis van gegevens en bewijsvoeringen waarmee flink gesjoemeld is, verklaart hij. ‘Het is nooit aangetoond dat een van de grote psychiatrische ziektebeelden veroorzaakt wordt door een biochemische stoornis’, aldus Gøtzsche.
Maar zijn grootste minachting bewaart hij voor bedrijven als GlaxoSmithKline, dat onderzoeksresultaten verdraaide en vervalste om te verbergen dat zijn geneesmiddel het risico op zelfdoding bij kinderen verhoogde.8

Maffiapraktijken
Gøtzsche denkt dat sommige nieuwe aandoeningen − zoals ‘bipolaire stemmingsstoornis type 2’, een vorm van manisch-depressiviteit − wel eens simpelweg een bijwerking kunnen zijn van medicijnen. Op dit moment slikt een op de vier Amerikaanse kinderen medicijnen voor ADHD of een andere psychiatrische ‘ziekte’, en zowel SSRI’s (selectieve serotonineheropnameremmers: medicijnen tegen depressie) als medicijnen voor ADHD kunnen bij tot wel een op de tien jonge mensen een bipolaire stoornis veroorzaken.
Light en vele anderen zoeken net als Gøtzsche de oplossing in verstrekkende maatregelen: 
- Het testen van medicijnen moet worden genationaliseerd of uitgevoerd door een onafhankelijk instituut dat losstaat van de farmaceutische industrie. 
- De regulerende instanties moeten grondig gesaneerd worden en door de overheid worden gefinancierd. Het Nederlandse College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) krijgt helemaal geen geld van de overheid (zie kader).
- Alle klinische gegevens moeten openbaar worden gemaakt. 
- De marketing van medicijnen moet worden verboden. 
- Artsen mogen niet deelnemen aan evenementen die door de industrie zijn gesponsord. In Nederland is dit wel toegestaan, maar onder bepaalde voorwaarden, geregeld in de Gedragscode Geneesmiddelenreclame.
Maar de grootste uitdaging is misschien wel om de cultuur te hervormen; de cultuur waarin misdaden tegen de menselijkheid normaal zijn en geaccepteerd worden onder het mom van ‘zakendoen’.
Gøtzsche citeert Peter Rost, voormalig vicepresident van Pfizer, die ooit schreef: ‘Het is angstaanjagend hoeveel overeenkomsten er zijn tussen deze bedrijfstak en de maffia […]. Het verschil is dat al die mensen in de farmaceutische industrie zichzelf beschouwen […] als fatsoenlijke burgers […]. Maar als ze als groep bij elkaar komen en deze bedrijven runnen, lijkt er iets te gebeuren […]. Het is haast net zoiets als de gruweldaden in een oorlog: mensen doen dingen waartoe ze zichzelf niet in staat achtten. Als iemand deel uitmaakt van een groep, kan hij dingen doen die hij anders niet zou doen, doordat de groep zijn daden als oké bestempelt.’
Het is tijd dat meer insiders zoals Gøtzsche het stilzwijgen doorbreken en duidelijk maken dat dit soort praktijken niet oké is en dat ook nooit is geweest.

Lees verder onder de noten...

1 Cochrane Database Syst Rev, 2006; 1: CD004707
2 BMJ, 2012; 344: e4212
3 BMJ, 2005; 330: 9; www.the-scientist.com/?articles.view/articleNo/27383/title/Elsevier-published-6-fake-journals/
4 BMJ, 2010; 340: c495
5 Ekstra Bladet, June 24, 2010
6 N Engl J Med, 2005; 352; 2202-10
7 J Law Med Ethics, 2013; 14
8 Account Res, 2001; 18: 45-54


Pillen in Nederland: veilig of niet?
In Nederland is het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG), samen met de beoordelingsautoriteiten van andere EU-lidstaten en het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA), verantwoordelijk voor het beoordelen van de werkzaamheid, risico’s en kwaliteit van geneesmiddelen. 
Het college bestudeert de gegevens van een geneesmiddel die door de aanvrager – het farmaceutische bedrijf – zijn ingediend voor een specifieke indicatie, toepassing en/of patiëntengroep. Als het CBG de balans tussen werkzaamheid en veiligheid van het geneesmiddel akkoord bevindt, wordt het middel geregistreerd. De bijsluiter vermeldt waarvoor en voor wie het middel is geregistreerd. 
Illegale marketing betekent dat een bedrijf reclame maakt voor zogeheten offlabel gebruik van het geneesmiddel, dus voor een aandoening of leeftijdsgroep waarvoor het middel niet is geregistreerd. Dit is in Nederland verboden.
Het CBG krijgt geen overheidsgeld en wordt volledig gefinancierd door de industrie, doordat die betaalt voor registratieaanvragen en voor reeds geregistreerde medicijnen. Om integriteit, onpartijdigheid en onafhankelijkheid te garanderen, hanteert het CBG een Gedragscode voor medewerkers. Daarin staat onder andere dat medewerkers geen financiële of andere belangen mogen hebben waardoor hun onpartijdigheid in het gedrang kan komen. Verder beoordeelt het CBG geneesmiddelen altijd in samenspraak met mensen uit alle betrokken terreinen én wordt elk geneesmiddel ook op Europees niveau beoordeeld. 
Maar ook in Nederland zijn we afhankelijk van de farmaceutische industrie als het om de veiligheid van onze geneesmiddelen gaat. Het CBG en alle andere instanties betrokken bij de registratie baseren hun oordeel immers op de gegevens die ze van de industrie ontvangen. 
(Bron: website CBG: www.cbg-meb.nl)


Door Lynne McTaggart
Met dank aan www.medischdossier.nl