Risico's gentech erger dan financiële crisis


Momenteel is wereldwijd de aandacht slechts gericht op het bestrijden van de financiële crisis.

Gebruik- makend van deze situatie, dreigt de wereld echter opgezadeld te worden met een probleem waarvan de gevolgen nog zullen doorklinken nadat zowel deze crisis als alle volgende al lang zijn weggeëbd: genetische manipulatie van gewassen en dieren.

Volgens de producenten en voorstanders zouden de voordelen van gentechgewassen talrijk zijn. Gentechgewassen zouden eigen gif tegen ongedierte produceren waardoor volstaan kan worden met een lagere dosis van een speciaal soort bestrijdingsmiddel, bijvoorbeeld Round Up. Het spuiten van pesticiden zou daardoor overbodig worden en de oogsten beter. De toepassing bij dieren zou kunnen leiden tot een snellere en betere groei. Naast de aan agrariërs beloofde gouden zou de kwaliteit van het voedsel verbeteren en de wereldhonger bestreden kunnen worden.

Voornoemde voordelen dienen naar het rijk der fabelen verwezen te worden. In tegenstelling tot hetgeen door aanbieders van genetisch gemanipuleerde producten wordt gesteld, leidt het gebruik van deze producten op de lange termijn juist tot een lagere opbrengst. Doordat onkruid en ongedierte resistentie ontwikkelen tegen het door gentechgewassen afgescheiden gif, moet steeds meer van het zeer giftige bestrijdingsmiddel worden toegepast. Afgezien van de directe gevaren voor de gebruiker, leidt dit uiteindelijk tot vervuiling en verstoring van het bodemleven, ontbossing, uitputting van landbouwgrond en uiteindelijk tot een totale verstoring van het ecosysteem.

De gevolgen van manipulatie van genetisch materiaal op lange termijn zijn nog onvoorspelbaar. Het veranderen van een gen kan een onomkeerbare verandering van het erfelijk materiaal van dieren en organismen betekenen. De effecten daarvan zijn nog lang niet voldoende onderzocht en de gevaren voor consumenten zijn onbekend. Bij varkens en runderen heeft het eten van gentechmais al geleid tot onder meer onvruchtbaarheid en misgeboorten.

Bij Gemert-Bakel in de buurt van Vredepeel heeft het Amerikaanse bedrijf Monsanto – een grote, zo niet de grootste speler op het gebied van genetisch gemodificeerde producten – proefvelden verkregen waarop het gentechgewassen mag introduceren. Deze Amerikaanse monopolist weet het patent te verkrijgen op bij gewas en dier gemodificeerd genetisch materiaal. Zodra deze gemodificeerde genen bij een varken of rund aangetroffen worden, dient aan het bedrijf een licentievergoeding te worden betaald. Aangezien het gepatenteerde gen op iedere nakomeling overgedragen wordt, vormt dit voor het bedrijf een onuitputtelijke bron van inkomsten.

Wanneer een agrariër gebruik- maakt van gentechgewassen van Monsanto, is deze contractueel verplicht ieder jaar het aanzienlijk duurdere nieuwe zaaigoed en de dure meststoffen en bestrijdingsmiddelen van het bedrijf af te nemen. Deze verplichting geldt niet alleen voor hen die bewust voor het gentechmateriaal gekozen hebben. Op straffe van dure juridische procedures wordt deze verplichting ook opgedrongen aan agrariërs wier omliggende velden door het overwaaien van de gentechgewassen zijn 'besmet'. Honderden Amerikaanse boeren zijn door deze handelwijze al op de rand van de afgrond gebracht.

De situatie in India, waar Monsanto vooral een monopoliepositie in de aanplant van katoen verworven heeft, is nog catastrofaler. Kleine boeren, gelokt met de belofte dat de opbrengst zou toenemen en het gebruik van bestrijdingsmiddelen afnemen, zien in werkelijkheid de oogsten met tweederde teruglopen, terwijl de genzaden viermaal zo duur zijn. Doordat de plaatselijke leveranciers van zaaigoed door Monsanto opgekocht zijn, is alleen het genetisch gemodificeerde materiaal nog verkrijgbaar. De opgelegde wurgcontracten en dure leningen hebben vele agrariërs daadwerkelijk naar de afgrond gedreven. Het aantal zelfmoorden onder de katoenboeren is tot een schrikbarend aantal van honderd per maand toegenomen.

Dat Monsanto niet alleen in India voornemens is deze weg te volgen, moge geïllustreerd worden door het feit dat dit bedrijf de laatste jaren wereldwijd de vijftig grootste producenten van zaaigoed heeft opgekocht. Deze multinational krijgt langzaam maar zeker een groot deel van de wereldvoedselproductie in handen.

Vanuit het voorzorgsbeginsel en onze taak als rentmeester is het van belang geen product op de markt toe te laten wanner een redelijk vermoeden bestaat van een onomkeerbaar risico voor mens en milieu. Ook als dit risico (nog) niet wetenschappelijk kan worden aangetoond. Aangehaalde nadelen ondersteunen de gedachte van het CDA dat genetische modificatie bij organismen, planten en dieren alleen toegestaan mag worden zolang het bijdraagt aan een duurzamere landbouw welke de biodiversiteit niet in gevaar brengt of indien het wordt gebruik voor het produceren van medicinale stoffen.

In tegenstelling tot de ons omringende landen is de kritiek in Nederland op genetische manipulatie van gewassen en voedsel mondjesmaat. Maar waarom? De nadelen spreken toch voor zich.




© Gaby van den Waardenburg. zaterdag 09 mei 2009

De auteur, woonachtig in Helmond, studeert Strafrecht en Milieurecht aan de Universiteit van Tilburg en is student van de CDA-kaderschool.