Het stilzetten van de tijd

Rondzingen van de tijd - deel 1  

 

Zoals de hemellichamen hun banen trekken, zo trekt de wezenskern van de mens
haar baan door de stoffelijke wereld. Het doel van die ontwikkelingsreis is
bewuste eenwording van het geestelijke principe in de mens met zijn oergrond,
met de goddelijke intelligentie of goddelijke waarheid.

 (Erich Kaniok, De grote ruimte, essay over Giordano Bruno, 2002* 1)

1.  De diagnose: ziek onder de scalp

Lijdt de wereld aan een innerlijk rondzingen? Kunnen wij elkaar niet meer verstaan, ondanks of juist dankzij de vloed aan ‘data’ binnen de huidige informatie-maatschappij? Laten wij zelfs de antwoorden op pregnante vragen omtrent leven en bewustzijn maar liever over aan anderen, zoals daar zijn ‘deskundigen’? Kennis, deskundigheid, verstand van zaken hebben, is een mooi goed. Toch rijst bij nadere beschouwing al gauw de vraag: wat is zij nog waard in een tijd van collectieve informatie-overload, massa-hypnose (media) en een uitgehold kapitalistisch systeem waarbinnen de ‘deskundigheid’ zichzelf verrijkt maar waarvan tegelijkertijd de meesten slaaf zijn?

Of biedt het huidige moment in de tijd, dit cruciale tijdstip binnen de menselijke en planetaire evolutie, juist een ultieme kans om de rekening op te maken van duizenden jaren van ‘beschaving’? Klinkt ergens diep vanuit de kosmische ether een indringende oproep aan ons door om juist nu de boeken op te maken, lering te willen trekken, om daarmee misschien tot de conclusie te moeten komen dat het de hoogste tijd is om op eigen benen te gaan staan, afstand te nemen van allerlei bedrieglijke vormen van deskundigheid en zogenaamd noodzakelijke autoriteit, om nu eindelijk eens zélf deskundig te worden, soeverein, heel, vrij, slechts verbonden met en door de totaliteit van leven en kosmos? 

Verlies aan deskundigheid 

Waar iemand enkele generaties terug nog de tijd kreeg om te studeren, en daarmee de mogelijkheid  om zich zijn onderzoeksgebied eigen te maken, er in te groeien en zo zijn eigen weg te kunnen vinden, nu is langer dan 5 jaar studeren volledig uit den boze. Wie daar toch een jaartje langer voor nodig heeft gaat zwaar betalen, want vanaf heden wordt kwaliteit definitief als te duur aangemerkt. Snelheid, daar komt het op aan en daarom dient men uiterlijk vanaf het 27e levensjaar aan te sluiten op de maatschappelijke productielijnen. Het onderwijs, zelfs aan de universiteiten, is vervlakt tot een kennisdictatuur, waar het gedachteloos hersenspoelen tot universeel principe lijkt te zijn geworden. Al vanaf het vierde levensjaar wordt de aanstaande wereldburger handig voorbewerkt en gekneed om binnen de mallen der maatschappelijke normering ingepast te kunnen worden. 

Het klassieke opdreunen van tafels en eindeloos schoonschrijven is weliswaar vervangen door pedagogische spellletjes met plaatjes erbij, iedere wiskundesom binnen het middelbaar onderwijs opgeleukt tegen een ‘praktische’ achtergrond om haar toepasbaarheid te suggereren, feit is echter dat het met die toepasbaarheid droevig gesteld is, door Michael Moore in diens film “Kapitalism, a love story” (2009) op schokkende wijze aangetoond. Begaafde jongeren die uitblinken in wiskunde, kunnen na hun doctoraat een baan vinden in het bankwezen of bij Wallstreet, om door middel van geavanceerde formules datgene wat voorheen nog illegaal was, binnen het domein der legaliteit te trekken, zodat nóg slimmer geld verdiend kan worden met stock-opties, beleggingen, woekerrentes, pensioenfondsen en investeringen in oorlog. Waarom wordt aan onze jongeren op school zo weinig geleerd van de schoonheid en universaliteit van het getal Pi, de Phi-ratio of de reeks van Fibonacci en de innige relaties tussen natuur, muziek en geometrie, om maar iets 'wiskundigs' te noemen, hoewel ik moet toegeven dat het daar in eerste instantie niet erg naar klinkt. 

Wereldburger 

Holland is en blijft een ellende. Wie hier op de grond stampt, zakt weg in de modder.

(Hendrik Marsman, 1899- 1940)

De huidige mens is niet alleen onkundig geworden als het erom gaat een nieuwe stekker aan een snoer te zetten (de meeste stekkers zijn ‘gevulkaniseerd’ en kunnen niet eens worden gemonteerd of gedemonteerd), - hij is langzaamaan onkundig op ieder gebied, behalve natuurlijk als het gaat om de beheersing van Excel, Powerpoint, Auto-Cad of de instellingen van zijn cruise-control, GPS, iPhone en iPad (deze laatste doet het tegenwoordig ook leuk op scholen voor de tekenles; goed voor de ontwikkeling van de motoriek en creativiteit). De moderne mens weet niet meer wat hij eet of drinkt, hij denkt even fragmentarisch en onsamenhangend als de berichtgeving in de media, praat en gaat gekleed als de fetisjen van TV en billboards, doet wat hij geacht wordt te doen, gaat ter werke en ter kerke (gokpaleis, optiebeurs, uitmarkt of WK), betaalt zijn rekeningen en hypotheek, maait wekelijks het gazon, ontspant op gezette tijden in sportschool of recreatiepark, maar van binnen heerst een schrijnende leegte. Innerlijk verdoold, de geest verknipt, het denken verward, het gevoel afgestompt en de ziel schreit voort. 

Sommigen proberen het nog: zetten een ‘authentieke’ tipi in hun achtertuintje midden in de stad, volgen maar weer eens een spirituele ‘cursus’ om aan het zeurende gevoel tegemoet te komen dat er toch iets ‘geleerd’ moet worden. De principes van eeuwige bijscholing, omscholing of herscholing zitten er diep in bij de mensen. Niet dat we er veel wijzer van worden, maar het houdt de boel wel in beweging, houdt de leegte buiten de deur. En anders staat altijd nog de mogelijkheid van outdoor vakantie en lastminute vlucht langs Nazca-lijnen of Titicaca-meer er voor garant om nooit in de stilte bij zichzelf aan te hoeven komen. 

De huidige mens houdt zichzelf eindeloos voor de gek, meent nog steeds over alles mee te kunnen en vooral móeten praten, want wie geen mening heeft, telt niet mee in een mondige, mondaine, mondiale wereld. Een hele mond vol. De schreeuwerige media en politiek  vormen in wezen de veruitwendiging  van een innerlijke onrust die zichzelf wanhopig ervan probeert te overtuigen een moderne, zelfbewuste wereldburger te zijn.

Hoe meer de mens zichzelf heeft weggeschonken aan uiterlijke vormen van autoriteit en deskundigheid, hoe weliger de meningen tieren ter compensatie van een innerlijke leegte. Zie hier een diepere reden achter het succes van de telecomindustrie in de vorm van met name hyves, face-book, twitter en you-tube. 
 

De vervanging van waarheid door het geloof in wetenschap en techniek

De tao die kan worden onderricht
Is niet de eeuwige Tao

(Lao Tse, Tao Te Ching, 1)

Waarheid is in onze tijd een begrip geworden dat tot het domein van wetenschap gerekend wordt. Hoe heeft het zo ver kunnen komen?
De werkelijkheid, het leven, is toch een totaliteit, een flux waarin alles aanwezig is. De totaliteit waar wij allen deel van uit maken is één grote beweging. Die kan niet worden opgesplitst. Wat de taoïsten de Tao of Dao noemen, kán niet worden genoemd.

Wetenschap begint, waar de eenheid wordt verbroken, en daarmee het verlies van waarheid. De grote mensenvergissing is dan ook wetenschap en waarheid als synoniemen te beschouwen terwijl zij in werkelijkheid elkaars tegenpool zijn. De waarheid ligt altijd open, is altijd onbekend, helder en fris als de morgendauw, eenvoudig, moeiteloos, subtiel, fijn, beslist, maar met geen mogelijkheid te grijpen. ‘De subjectiviteit is de waarheid!’ riep de Deense filosoof Soren Kierkegaard reeds uit *2). Waarheid komt nooit uit een boek, laat staan van stenen tafelen. De verstening van het woord heeft menige geest gedoofd, terwijl waarheid alleen het levend resultaat van eigen ervaring kan zijn. Ze kan nooit 3 x empirisch ceterus paribus worden herhaald, want ervaring is uniek en iedere ervaring eenmalig. Hoewel wetenschap een uiterst boeiend spel kan zijn, voor waarheidsconsumptie is zij ten ene male niet geschikt. 
 

Beweisen läst sich nur das Triviale, das Höhere aber läst sich anweisen.

(Martin Heidegger)

De Tao kan alleen door eigen ervaring worden gekend. De werkelijkheid van het leven bevindt zich op een strikt individueel pad dat voor iedereen uniek en daarom onnavolgbaar is. Een levend pad dat de mens alleen zelf kan gaan. Geen leraar, geen goeroe, geen deskundige kan hem daarin voorgaan.

Ervaring is iets heel subtiels en beweeglijks, denken is dat niet. Denken is lineair en verloopt letterlijk rechtlijniger en daarmee hoekiger. Tao is wetenschap noch kunst, want wetenschap is een massa-fenomeen, een publiekelijk, want in wezen openbaar gebeuren. Wetenschappelijk onderzoek moet traceerbaar zijn, navolgbaar. Om controleerbaar te zijn moet de wetenschap de dingen telkens fixeren. Dat de waarheid ons juist nadert waar het mysterie (geheimenis, versluiering) gevoeld wordt, waar het leven zich in al z’n ondoorgrondelijkheid aandient, in plaats van te worden opgesloten in axioma’s, definities (Lat. de-finere=begrenzen, bepalen, beperken), paradigma’s en conclusies (Lat. con-cludere=afsluiten, opsluiten, ten einde brengen), betekent dus beslist niet dat de waarheid iets vaags en relatiefs zou zijn. Waarheid is gewoon een begrip dat in de wetenschap niet thuis hoort. Werkbaarheid oke, maar waarheid, nee, dat gaat echt te ver.
 

De wetenschappelijke methode  

Intellect is de vrijheid en de moed om gebieden te onderzoeken waar anderen zich niet wagen. 

(anoniem)

In de praktijk echter blijkt De Wetenschappelijke Methode naast de Euro en de Dollar echter nog altijd goed voor plaats drie binnen de tegenwoordige Heilige Drievuldigheid. Waar Friedrich Nietsche nog vrolijk de spot dreef met het denken van zijn tijdgenoten in diens ‘Fröhliche Wissenshaft’, nu zijn de gevolgen van de verafgoding van de imponerende resultaten van wetenschap en techniek veel gevaarlijker. Tegenwoordig zitten we opgescheept met hele eskaders levensgevaarlijke nano-technologen, gen-technologen en cyber-logen, aangestuurd en gefinancierd vanuit diverse loges, maar die ieder gevoel voor de Logos (Geest, natuurlijke orde, Kosmos) hebben verloren in hun grenzeloze speelwoede met super deeltjesversnellers die aan de lopende band micro-zwarte gaten produceren als of het niets is (European Centre for Nuclear Research, kortweg CERN). Zijn wetenschappers dan nog net zo gek als ten tijde van de eerste atoomproeven in de Stille Oceaan? Genialiteit en toerekeningsvatbaarheid gaan niet automatisch samen, net zo min als het hart op de juiste plaats dragen. Misschien is dat laatste bij veel wetenschapsmensen ook niet zo heel verwonderlijk wanneer je bedenkt dat zij vooral binnen de zône van het het cranium actief zijn.(zie Ashley:de digitale engelbewaarder*3) ‘Ziek onder hun scalp’, zo had ongetwijfeld de diagnose van Geronimo kunnen luiden.

Overal zien we de rampzalige en onontkoombare uitwerking van dit langdurige aanhouden van kokervisies en blindstaren door te veel verschillend gekleurde brillenglaasjes welke allen onder de gemeenschappelijke noemer van de Wetenschappelijke Methode geschaard gaan. Voor ieder probleem, wetenschappelijk of maatschappelijk, lijkt een – aparte - specialist noodzakelijk. Overal moet eerst een deskundige bij gehaald worden, omdat niemand het blijkbaar zelf meer weet of durft te weten. Deskundigen weten het zelf ook niet meer, en vliegen elkaar steeds vaker in de haren.

De moderne wetenschappelijke cultuur is een complex web geworden van vele hooggespecialiseerde disciplines, zo schrijven Christopher Knight en Alan Butler in hun studie omtrent de oorsprong van de maan. “Weinig geleerden hebben tegenwoordig de gelegenheid om het grotere geheel te zien – om patronen te vinden die onverwacht zouden kunnen bestaan als ogenschijnlijk niet met elkaar verband houdende gegevens samen worden gebracht. Men moet bedenken dat het verschil tussen een grote doorbraak en helemaal niets gewoon de invalshoek van de waarneming kan zijn” *4)
De tijd dat de mens zich niet alleen in de diepte ontwikkelde maar tevens in de breedte lijkt voorgoed voorbij. De Artes liberales, of vrije konsten, zoals deze ten tijde van de Middeleeuwen werden beoefend (zie o.a. de kathedraal van Chartres) gaan in wezen terug op het oude Griekenland. Het Griekse woord scholè betekent eigenlijk ‘vrije tijd’. (moet je eens op school vertellen) De ‘aristoi’ beoefenden kunst, wetenschap en wijsbegeerte niet om ervan te leven, maar als vrije mannen. Ook in de Renaissance is volop sprake van uitwisseling en wederzijdse beïnvloeding tussen wetenschap en kunst; niet zelden waren wetenschappers tevens kunstenaar en omgekeerd. Leonardo da Vinci is hiervan waarschijnlijk wel het beroemdste voorbeeld. Misschien was Robert Hooke, een 17e eeuws baanbrekend uitvinder, specialist op het gebied van de microscopie, natuurkundige, architect, astronoom, bioloog en tevens kunstenaar wel een van de laatsten in zijn soort.

Verlies van eigen kunnen en het gevaar van deskundigheid  

Slechts weinigen staan stil bij wat de onvermijdelijke uitkomst van dergelijke ontwikkelingen zou kunnen zijn, wanneer wij ons bij alles in het leven blijven beroepen op de ‘enge’ deskundigheid van de specialist. Wat als de specialist het mis heeft? Wat indien hij, zonder het zelf te beseffen het slachtoffer is van zijn eigen steeds nauwer en beperkter wordende blikveld? Het reeds eerder geschetste scenario van the blind leading the blind is dan plots niet meer zo ondenkbeeldig, maar harde realiteit geworden. 

Wanneer we tot slot ter verduidelijking van deze stelling de blik richten op bijvoorbeeld het domein van de gezondheidszorg, dan kunnen we de al even absurde als totaal ongeloofwaardige toename van het aantal kinderen met ADHD hiervan wellicht een actueel en herkenbaar voorbeeld noemen. Wie enige distantie in acht neemt krijgt haast het gevoel hier met een moderne uitvinding van doen te hebben. ‘Deskundige’ inventiviteit dus. En omdat niemand lijkt te weten waar het werkelijk om gaat, - het predikaat ADHD is tenslotte voldoende duidelijke etikettering -, en bovendien geen mens nog bijsluiters leest, niemand tijd heeft om zich in het fenomeen werkelijk te verdiepen, laat staan in het ‘lastige’ kind, is het wel zo prettig dit aan een externe autoriteit in de vorm van een deskundige over te laten. Snel en gemakkelijk. De psychologie, die al sinds Pavlov en Adler aanzienlijk gestoeld is op natuurwetenschappelijke en mechanistische veronderstellingen, - tegenwoordig ook nog gevoed door dogma’s vanuit neurologie, pharmacie en genetica, waarbij bovendien menig wetenschapper het bewustzijn nog altijd in de hersenen hoopt aan te kunnen treffen -, raakt langzaamaan overvol van dergelijke moderne uitvindingen.

Alleen al binnen het kader van dit voorbeeld, - ons denken over ziekte en gezondheid, - zien we dat het aantal diagnostiseringen alsmaar toeneemt, terwijl oplossingen en werkelijke gezondheid uitblijven. Ieder afwijkend gedrag ten opzichte van uiterst twijfelachtige normeringen lijkt te kunnen worden bestempeld als een probleem of zelfs als een ziekte, wanneer wij de ‘deskundigen’ blijven geloven. Paradoxaal genoeg neemt ondanks de vooruitgang in medische kennis het aantal zieke mensen wereldwijd dramatisch toe.*5) Ongetwijfeld mede te wijten aan zuiver technologisch en stoffelijk denken, hoewel de met deze materialistische visie samenhangende faktor van wat een enorme big bussiness genoemd mag worden, niet mag worden onderschat; wereldwijd wordt per slot van rekening het meeste geld verdient aan gezondheidszorg.*6) 

2. De remedie: stilte binnen het cranium

Giordano Bruno en het stilzetten van de tijd
.  
 

Yogas citta-vrtti-nirodhah.
(Yoga is het stilzetten van de wijzigingen van het denken)

(Yoga Sutra’s, Patanjali. Dl1, sutra 2)

Is het mogelijk voor een mens om de waarheid in zichzelf te vinden? Schuilt de echte wijsheid niet gewoon in het binnenste van eigen huis, het innerlijk sanctum? Na alle fragmentatie in het denken, manipulatie van kennis, leugens binnen de wereld van media en politiek, na de meeste oorlogen ooit, gevoerd in deze tijd (…), zou het mogelijk zijn om onszelf weer enigszins bijEen te vegen? Of durft niemand hier meer openlijk in geloven? Is het überhaupt een geloof om te beweren dat alles Een is?

Tijd voor integratie, reïntegratie dan wel herintegratie? Wellicht een synergetische heroriëntatie dan? Het doelloos rondzingen moet nu maar eens afgelopen zijn. Laat de wanklanken en holle echo’s van de huidige wancultuur voor eens en voor altijd verstommen. Lal en bral niet langer mee met eeuwig dezelfde gekopieerde riedeltjes, Menig mens heeft weinig meer dan een flinke kater over gehouden aan deze dolgedraaide wereld. Ontwikkel je hoogst eigen geluid, je unieke toon. Hoogste tijd voor het stilzetten van een dolgedraaide tijdklok, die allang niet synchroon meer loopt met de harmoniewetten van de kosmos. De golfstroom in de Golf van Mexico is al stilgevallen, wanneer volgen wij? Het kan en mag zo niet langer doorgaan op deze planeet. ‘Genoeg is genoeg!’, zo sprak reeds een van de grootste revolutionaire leiders aller tijden, beter bekend als ‘de’ Boeddha. Volgens de Verhevene lijdt de mensheid maar aan één ziekte; die van onwetendheid (avijja). Is een grondige Umwertung aller Werte in deze tijd nog mogelijk? Van een 'terra pestifera' (Aarde van pestilentie) naar een 'terra lucida' (Aarde in licht hersteld). Wat mij betreft: let’s roll!
 

Want zoals de mens die het Ene niet begrijpt, niets begrijpt,
zo begrijpt diegene alles die het Ene waarachtig begrijpt;
en wie de kennis van het Ene nadert, nadert de kennis van alles.

Zo eenvoudig kan het dus ook. Op hermetische wijze en met een haast ontstellende  logica nadert de 16e eeuwse filosoof, kosmoloog en mysticus Giordano Bruno de onloochenbare waarheid dat alles Een is. Mystiek wordt hier van alle mistigheid ontdaan.
 

Want indien je spreken wilt van een deel van het oneindige,
dan moet je dat bestempelen als oneindig, en als het oneindig is,
valt het één zijn samen met het Al;
en dus is het universum één, oneindig en ondeelbaar.

Binnen het oneindige is er geen sprake van een groter of kleiner deel,
want willekeurig welk groter deel benadert de afmeting van het oneindige niet meer
dan willekeurig welk kleiner deel.

Je kunt de proportie, gelijkenis, eenheid en identiteit van het oneindige
niet dichter benaderen als mens dan als mier, als ster niet meer dan als mens,
want men benadert dit zijn niet meer als maan of als ster dan als mens of mier,
aangezien er in het oneindige geen verschil is tussen deze dingen.

En als deze dingen in het oneindige niet van elkaar verschillen,
niet anders zijn en geen soorten zijn, dan volgt daar noodzakelijkerwijs uit
dat ze geen aantal hebben en dat het universum dus, nogmaals,
één en onbeweeglijk is.

(Giordano Bruno. Over de oorzaak, het beginsel en het Ene.
In: Italiaanse Dialogen, Ambo, Amsterdam 2000, pp102-103)

De hoogste tijd om deze Italiaanse denker uit de renaissance, - door de filosoof Hegel vergeleken met een komeet die over Europa raasde -, bij de staart te grijpen en bovenal toe te passen in ons eigen leven en denken. Bruno schenkt met zijn denken aan een ieder diens goddelijke kernkracht terug, welke de mens toendertijd ontstolen was door de Kerk, en vandaag de dag ook door wetenschap, media, politiek, opvoeding en andere mindcontrol mechanismes. Aangezien alles Eén is, huist de goddelijke potentie voor alles in onszelf. Er bestaat niet zoiets als de helft van de oneindigheid. Iedere denkbeeldige helft zou eveneens volstrekt oneindig zijn. ‘Men kan geen millimeter van oneindigheid afhalen en zelfs die millimeter zou dan oneindig zijn, want er is maar één oneindigheid.’*7) Zelfs het kleinste stukje oneindigheid is en blijft oneindig!

Het is door de werking van kenprocessen van het bewustzijn dat de veelvuldigheid en veelvormigheid werkzaam wordt, omdat wij nu eenmaal 3-dimensionaal denken met onze hersenen, maar oneindigheid zelf is geen verschijnsel. Oneindigheid is iets absoluuts. Oneindigheid is de oer-grond of ongrond (Ungrund). Anders geformuleerd: oneindigheid is God. 
 

God, Eeuwigheid, Kosmos, tijd, wording en vergankelijkheid.
God brengt de Eeuwigheid voort. De Eeuwigheid de Kosmos.
De Kosmos de tijd. De tijd wording en vergankelijkheid (…)
Zo is dan de Eeuwigheid in God, de Kosmos in de Eeuwigheid,
de tijd in de Kosmos, de wording in de tijd.(…)
De bron dan nu van alle dingen is God.

 
(Hermes Trismegistos, Corpus Hermeticum, H.1: De Geest spreekt tot Hermes)

Indien alles oneindig is, is de oneindigheid letterlijk over-al. Hoewel de oneindigheid noodzakelijkerwijs geen middelpunt kent, kun je met evenveel recht stellen dat het middelpunt overal is. Dit is het werkelijk revolutionaire van Bruno: 'ergens ben ik nergens, ergens ben ik overal'.*8)
 

De eerste vrede, die het belangrijkst is,
is de vrede die neerdaalt in het hart van de mensen
als zij zich hun verbondenheid realiseren,
hun één zijn met het universum en alle kosmische krachten,
en als zij beseffen dat in het middelpunt van dat universum
Wakan-Tanka (het Grote Mysterie) woont
en dat dit middelpunt werkelijk overal is;
het is in ons allemaal te vinden.

(Black Elk, Oglala Sioux, Dakota, 1948)

En dat dit middelpunt werkelijk overal is… Giordano Bruno is een van de grote vertolkers van de enig werkelijke revolutie, nl. de weg naar volledige innerlijke souvereiniteit en bevrijding van alle machtsstructuren. En dat geldt niet voor Nicolaus Copernicus, wiens werk De Revolutionibus Orbium Coelestium – over de cirkelbewegingen der hemellichamen - enkele jaren voor Bruno’s geboorte in 1543 was verschenen. De ideeën van Copernicus betreffen nog altijd een eindig universum, d.w.z. een universum met een middelpunt. Niet zozeer een revolutie dus maar een verschuiving van het ene centrisme naar het andere, nl. van geocentrisme naar heliocentrisme (geo= aarde, helios=zon) Hoewel schokkend genoeg voor die tijd, en het is een wonder dat Copernicus het er levend vanaf heeft gebracht, ondanks het gegeven dat hij zijn werk pas postuum liet publiceren.
Overigens was de opvatting dat de planeten om de zon draaien al meer dan 4000 jaar vóór hem gemeen goed. In tegenstelling tot wat algemeen wordt aangenomen, heeft er wel degelijk een degeneratie van kennis plaatsgevonden en is veel oude wijsheid en kennis in vergetelheid geraakt en verloren gegaan, om pas eeuwen of millennia later te worden herontdekt. Zo is bekend dat Pythagoras (van pytha-goras: slangen-wijsheid of slangen-leraar), stichter van een van de oudste der Griekse wijsheidsscholen, veel van zijn kennis uit Egypte ontving. Solon (6e eeuw v. Chr.), historicus en Griekse geleerde waarover Plato in zijn Critias verhaalt, stelde dat de Grieken nog zo jong zijn, en dat er zeker zo’n 8000 jaar geschiedenis reeds op hen neerkeek. Diverse onderzoekers hebben herhaaldelijk melding gemaakt van hun sterke vermoedens dat de grote piramide van Cheops alsmede de Sfinx mogelijk zo’n 15.000 jaar oud zouden zijn. Er zijn nogal wat redenen die vragen om nader onderzoek en een mogelijk grondig herschrijven van de geschiedenisboekjes.*9) 
 

A paradigm-shift does not happen because scientists change their minds,
but because the old scientists die out. 

(Ervin Lazslo)

Een ander voorbeeld betreft de Soemerische kleitabletten. Zo is op een tablet met het catalogusnummer VA1243 van het Staatliches Museum te Berlijn ons zonnestelsel volledig correct en op schaal afgebeeld. In het midden de zon, met daaromheen – in de juiste volgorde en grootte – de planeten. Er is zelfs nóg een planeet weergegeven op het tablet, waarover in deze tijd nogal wat te doen is. Mogelijk is het nog slechts een korte tijdspanne van afwachten, voordat we hier allemaal meer kennis van kunnen nemen. Binnen het kader van dit artikel volstaat echter de notie van herontdekte kennis na een intermezzo van bijna 5000 jaar. 

De verschuiving van geocentrisme naar heliocentrisme ten tijde van de Italiaanse Renaissance was dus allerminst een nieuw idee. Bovendien lijdt de Copernicaanse gedachte zoals we zagen nog altijd aan het euvel om iets centraal te willen stellen in dit universum. In de kern nog altijd een verkapt egocentrisme. Vergelijk voor de grap de woorden ego en geo. Zij lijken toch verdacht veel op elkaar. Een egocentrisme dat de moderne wereld haar dramatisch uiterlijk heeft verleend en nog altijd werkzaam is, ondanks de explosie richting het nihilisme sinds Nietsche’s Umwertung aller Werte. Ook dat bleek geen ware revolutie, maar een verschuiving naar een andere vorm van negatief zelf-geloof, een negatieve vorm van egocentrisme. De eerdere vorm was het overbekende zonde- en schuldbesef, levend onder een toornige God. Door Nietsche, en met hem door de latere existentie-filosofie kwam daar geleidelijk een ander negatief geloof voor in de plaats, dat vrij baan heeft gegeven aan de opmars van wetenschap en de daaruit voortvloeiende technologie. De mens als (hopeloos) stofje in een doelloos heelal bestaande uit louter toevalligheden.
Een fenomenaal recept voor gewetenloos en onverantwoord gedrag en daarmee voor planetaire vernietiging. Ecce homo et quod erat demonstrandum, en al dat soort dingen; de mens heeft het weer eens prachtig aan zichzelf bewezen. 

Wat eeuwig is, is nooit geboren en kan nooit sterven

Bruno werd niet verstaan, wel gehoord en verhoord en uiteindelijk geëxecuteerd.
Het opblazen van het ego, - hetgeen de onbetwistbare implicatie is van zijn denken-, is iets wat binnen het huidig wereldbewustzijn langzaam begint te ontwaken. Pas met de positieve omvorming: ik ben het Al (alles), het Tat Tvam Asi of Dát Zijt Gij, waarvan de 4000 jaar oude Veda’s al gewag maken,- doch niet naar naam en vorm (nama-rupa) maar wel als onveranderlijke bewustzijnskern, - pas dan wordt de mens boven zichzelf uitgetild richting Hoger Bewustzijn.
 

Wat eeuwig is, is nooit geboren en kan nooit sterven.
We verwarren verschijnselen met de werkelijkheid.
Verschijnselen zijn per definitie eindig.
Wat is het dat steeds opnieuw verschijnt?
Als je het niet kunt vinden, geef je dan onvoorwaardelijk over
aan dat wat aan alle verschijnselen ten grondslag ligt,
- dan blijft alleen de werkelijkheid over.
 
(Ramana Maharshi)

Waarom hebben we daar toch zo’n moeite mee? Hoe komt het dat de meesten onder ons zo sterk vast houden aan een (veelal) niet al te positief zelfbeeld? Want onder alle bravour van de wereld, onder alle vertoon, imago, status en positie schuilt juist de diepe overtuiging van het tegendeel. Het gevoel niet genoeg te zijn, zoals je bent. Niet van voldoende waarde, niet sterk genoeg, niet goed genoeg of niet mooi genoeg. Met een schier oneindig aantal varianten op dit centrale thema van een negatief zelfgeloof.

Negatief zelfgeloof en negatieve conditionering – niet meer in het goede geloven, noch in jezelf, noch bij een ander, noch ten aanzien van de wereld -, hangen vanzelfsprekend nauw met elkaar samen. De meeste mensen op deze planeet lijden op de een of andere manier en op heel diep nivo aan een gevoel van fundamentele zelfafwijzing, hoewel dit in meeste gevallen volledig onbewust plaats vindt.
Als een klein kind staat te springen van enthousiasme (en-theos= in-god), en inderdaad nog volop ‘hemelt’, het ego nog slechts in geringe mate gestalte heeft gekregen, dan is dit kind niet in staat om onderscheid te maken tussen rondspringen door de kamer (wordt met plezier ontvangen door de ouders) en rondspringen bovenop het gloednieuwe bankstel van Ikea (opeens vinden pappa en mamma het helemáál niet zo leuk meer) Vanuit oogpunt van het kind een volslagen onbegrijpelijke situatie, waarbij het de afwijzing in al zijn verwarring volledig op zichzelf zal toepassen. Het is voor het kind niet mogelijk onderscheid te maken tussen wat het doet en wat het is. Zelfafwijzing is het gevolg. *10)

Zie hier de geboorte van ogenschijnlijk volkomen ‘onschuldige’ trauma’s, die echter grote gevolgen hebben. Afgezien van expliciet traumatische ervaringen, machtsmisbruik van ouders, leraren of instituties, onverwerkte ervaringen uit vorige levens, de eindeloze doorwerkingen van reeds gestreden oorlogen en talloze andere mogelijke factoren die de mens in een gevoel van isolement, verlorenheid en afgescheidenheid werpen, ontkomt bijna niemand in zijn of haar jonge leven aan dergelijke gebeurtenissen als in bovenstaand scenario van het kind en de bank werd beschreven.

De innerlijke parel   

In een maatschappij waarin de macht zodanig abstract is geworden dat het niet meer overwonnen
kan worden, een maatschappij waarin de grootste angst die door mensen gevoeld wordt
eenzaamheid is, en niet vervreemding, daar wordt het zich conformeren aan de geldende norm
ervaren als het genieten van het ‘erbij horen’.

(Jaques Attali, Noise: The Political Economy of Music, 1985.
Oorspronkelijke tekst uit 1977.
Uit: Anonymous, De komst van de transitie, 2009, pp 63-64)

Jaques Attali was de belangrijkste adviseur van de voormalige Franse president Francois Mitterand en tevens oprichter van de ‘European Bank for Reconstruction and Development’. Een politiek top-adviseur die meer dan dertig jaar geleden de menselijke psychologie (en manipuleerbaarheid) kristalhelder doorzag en er nog openlijk over schreef ook. Eenzaamheid, zo stelt hij, is wat de mens het meeste vreest, en niet vervreemding. Op alle nivo’s tracht de mens aan de gruwelijke eenzaamheid te ontsnappen welke in essentie het gevolg is van één fundamentele misvatting; de illusie van een eigen, onafhankelijke identiteit. Ook de Amerikaanse filosoof en historicus Richard Tarnas spreekt herhaaldelijk over het gevaar dat verlies van verbinding met een bezielde totaliteit onherroepelijk met zich meebrengt.

De innerlijke parel, welke vanzelf glinstert in de vorm van spontaniteit, grenzeloos vertrouwen, liefde, enthousiasme en creativiteit, raakt bedolven en ingekapseld in een negatieve identiteit. De oorspronkelijke Boeddha-natuur, het Christusbewustzijn of goddelijke essentie wordt daarmee onbereikbaar en ongekend.

Als de mensen tegen jullie zeggen;
‘Waar komen jullie vandaan?’
Zegt tegen hen:
‘Wij zijn gekomen uit het licht
Daar waar het licht uit zichzelf geboren is’.
 
(Evangelie van Thomas, logion 50)

Deze eerste laag van het ego bedekt dus de goddelijke vonk, de lichtkiem of het innerlijke licht, maar vanwege de onverdraaglijkheid van de zware last van dit negatieve zelfbeeld, deze fundamentele zelfafwijzing worden daar tegelijkertijd nieuwe, positiever bedekkingen overheen gelegd. Uit pure wanhoop zou je kunnen zeggen. Een van die lagen bestaat bijvoorbeeld uit imago; de continue vernuftigheid en alertheid van het ego dat bewaakt hoe je bij anderen overkomt. Zie ik er wel goed uit? Als ik maar aardig, slim, goed of mooi gevonden wordt. Of met wat voor soort substantie dan ook je jezelf aan meet, om ervoor te zorgen dat je een goed gevoel over je zelf kunt behouden. Een andere bedekking die ook heel goed helpt is bijvoorbeeld projektie. Niet jij hebt het gedaan, maar de ander krijgt de schuld. Niet jij bent slecht, maar de hele wereld is slecht. Dat laatste werkt gegarandeerd altijd.

Wat de mens dikwijls het meeste vreest is zijn eigen licht. We zijn bang voor onze eigen grootheid.*11)
De reden is omdat we wel degelijk op een bepaald niveau ons eigen ego doorzien, en hij boezemt vrees in, omdat we hem niet begrijpen. We begrijpen het ego niet zolang het ons in de ban houdt. Hoewel het niets meer is dan een zeepbel, is de illusie van de Matrix (ego, de illusie een eigen, onafhankelijke identiteit te zijn) buitengewoon geraffineerd en subtiel. Bovendien is ze tot op zekere hoogte noodzakelijk om in de stof te kunnen leven en handelen en zelfs noodzakelijk voor het biologisch organisme om veilig te kunnen overleven, hoewel dit laatste vaak schromelijk wordt overschat en survival of the fittest nooit mag worden vertaald in survival of the strongest, zoals sociaal-Darwinisten dat doen waarbij deze toch al wankele idee regelrecht in een grove leugen ontaard. De natuur zit vol met altruïstisch gedrag, zowel bij dieren als bij mensen, zoals blijkt uit talloze studies naar gedrag in noodsituaties.

Heel, heel diep van binnen, weten we allemaal wel degelijk wat we waard zijn. Van onschatbare waarde. Niets meer maar ook niets minder.
Als het eenmaal zover is, spat het ego vanzelf onherroepelijk uiteen. Zie, de tijd maakt alles rond.

Ik heb een kracht in mijn ziel
die helemaal ontvankelijk is voor God.
Ik ben er zo zeker van als ik leef
dat niets mij zo nabij is als God.
God is mij nader dan ik mijzelf ben.
 

(Meister Eckhart, 1260-1328)
 

Ontwikkelt u tot een mateloze grootheid,
Ontstijgt aan alle lichamen,
Verheft u boven alle tijd, wordt eeuwigheid.
Dan zult u God begrijpen.
Doordringt u van de gedachte dat niets onmogelijk is.
Beschouwt uzelf onsterfelijk en in staat alles te begrijpen,
Alle kunst, alle wetenschap, de aard van al wat leeft.
Wordt hoger dan alle hoogten en dieper dan alle diepten…
…dan kunt u God begrijpen.
 

(Hermes Trismegistus, Corpus Hermeticum, hfdst. 11)
 

(…)
Er is licht
Binnen een lichtend wezen
En het verlicht de ganse wereld.

(Evangelie van Thomas, logion 24)


 


©Wido Blokland, 2010 www.opklimmen-in-bewustzijn.nl

Noten:
 
*1) Opgenomen in: Giordano Bruno, symposionreeks nr. 11, Rozekruis Pers, 2002
*2) Soren Kierkegaard. Wijsgerige Kruimels en het begrip Angst.
*3) Wido Blokland, Ashley; de digitale engelbewaarder: http://www.wijwordenwakker.org/content.asp?m=M6&s=M85&ss=P1064&l=NL
*4) Christopher Knight, Alan Butler, Het Mysterie van de Maan, 2006, Tirion, pp. 219-221
*5) Wido Blokland, Een universum zo laat:
http://www.opklimmen-in-bewustzijn.nl/Eenuniversum.html
*6) http://www.worldometers.info/nl/
*7 Erich Kaniok, De Grote Ruimte, opgenomen in Giordano Bruno, Rozekruis Pers, 2002
*8) BvdB, Paradise Lost – Spiegel van een verloren paradijs, 2005
 http://www.opklimmen-in-bewustzijn.nl/Paradise.html
*9) In ieder geval staat onomstotelijk vast dat de Grote Piramide nooit een farao-graf is geweest, al was het alleen al vanwege de simpele reden dat de ‘sarcofaag’ met geen mogelijkheid door de ingang van de ‘koningskamer’ past, en de piramide er dus in zekere zin letterlijk omheen gebouwd moet zijn. Ook het gegeven dat er nooit schatten, relikwieën of inscripties zijn aangetroffen zou de wenkbrauwen moeten doen fronsen ten aanzien van de gangbare theoriën. De ‘sarcofaag’ bevat geen deksel en is gemaakt uit een enkel stuk massief graniet met een duizelingwekkende precisie die sterk te denken geeft, om maar enkele details te noemen waar het gangbare verhaal nogal wat hiaten en stroefheden vertoont. Misschien wordt het tijd om de gedachte te accepteren dat de Grote Piramide drager is van kosmische informatie en gedurende lange tijd een van de belangrijkste inwijdingtempels was van waaruit de inwijdeling een ‘tocht der sterren’ kon maken, -in geen enkel opzicht te vergelijken met een bijna-dood-ervaring.
Zie ook het gedegen onderzoek in:
Graham Hancock, Fingerprints of the Gods, 1995
Graham Hancock en Robert Bauval, De boodschap van de Sfinx, 1997
Graham Hancock en Santha Faiia, Spiegel van de Hemel, 1998
*10) Jan Geurtz, Verslaafd aan liefde,- De weg naar zelfacceptatie en geluk in relaties, 2009
*11) De oorspronkelijke, hieronder weergegeven tekst waarnaar verwezen wordt is van Marianne Williamson, doch wordt veelal abusievelijk toegeschreven aan Nelson Mandela. 

Onze diepste angst is niet dat we ontoereikend zijn.
Onze diepste angst is dat we oneindig machtig zijn.
Het is ons licht, niet onze duisternis
waar we het allerbangst voor zijn.
We vragen ons af:
Wie ben ik dat ik briljant, buitengewoon aantrekkelijk, getalenteerd en geweldig zou zijn?
Maar waarom eigenlijk niet?
Je bent toch een kind van God?
Je moet je niet kleiner voordoen dan je bent
opdat de mensen om je heen zich vooral niet onzeker zouden gaan voelen.
We zijn geboren om de luister van God uit te dragen die in ons woont.
Niet slechts in enkelen van ons, maar in ons allemaal.
Als wij ons licht laten schijnen, geven we anderen onbewust toestemming om dat ook te doen.
Als wij bevrijd zijn van onze eigen angst, bevrijdt onze aanwezigheid automatisch anderen.

(Uit: Marianne Williamson, A Return to Love, 1992, pp.190-191)

Ik heb geen huis
ik heb huizen. Amen
Ik heb geen plaats,
ik heb plaatsen. Amen
Een tempel heb ik niet
En ik heb tempels. Amen
Licht ben ik voor u
Die me ziet. Amen
Een spiegel ben ik voor u
die me kent. Amen
Een deur ben ik voor u
Die bij me aanklopt. Amen
Een weg ben ik voor u
Die rondzwerft. Amen

(Handelingen van Johannes, hfdst. 95 In:
Apocriefen van het Nieuwe Testament (1985), dl. 2, pp 27-28)