Over wrakhout, surfplanken en ‘Lucy’s Laatste Licht’


 

[Fragment uit Lucy’s Laatste Licht]
“…Gisteren besloot ik dat het vandaag gewoon moest gebeuren: de aarde zou zich in een enkel, haast terloops gebaar vernieuwen of vernietigen. Want waarom zou dat niet op vrijdag 21 december 2012 gebeuren? Dan zijn we er eindelijk van af. Hoe naïef. Gaat het vuurwerk waar ik -en zo velen met mij- op wacht niet al sinds jaren onverminderd af? Niemand verwondert zich er nog echt over want we zijn murw geslagen door onophoudelijke knallen terwijl we wachten op een soort fonkelende lichtshow die ons de stilte terugbrengt. De eindtijd bestaat omdat tijd immers ook ooit begonnen moet zijn, dat weet ik zeker, maar is het omstreden einde van de Mayakalender misschien niets anders dan een van de vele golven die ten lange lesten de kust heeft bereikt? Ik bevind me daarentegen nog midden op zee, zo voelt het tenminste en de golven zullen gewoon blijven volgen, de een na de ander terwijl de mensheid zich vastklampt aan het wrakhout van haar bestaan...”

‘Nog drie weken’ galmt het vanbinnen in weerwil van mijzelf. Een beetje wakker mens weet inmiddels dat de eindtijden dan wel ‘in full swing’ zijn, maar dat de zo gehypete datum 21 december 2012 waarschijnlijk een hoax is waarvan het ware doel zich laat raden. Toen mij een goed jaar geleden gevraagd werd samen met elf andere auteurs deel te nemen aan een verhalenbundel getiteld ‘21 december 2012 - Het aftellen is begonnen’, met als twee belangrijkste stelregels dat het verhaal op de bewuste dag diende plaats te vinden en dat het de ware gedachten van de schrijver moest vertegenwoordigen (en wat vond ik het als sciencefictionliefhebber jammer dat het disclosure scenario daar voor mij persoonlijk niet toe behoorde), kwam ik mezelf hard tegen want wat bleek? Ondanks mijn behoorlijk obsessief geworden info-inname van de alternatieve media –zowel alle bagger van de new-age-indoctrinatie als de serieuze, onderbouwde en goed doordachte artikelen zoals bijvoorbeeld hier op wijwordenwakker.org- had ik nog nooit een eigen perspectief gevormd op wat zich gevoelsmatig zo duidelijk aandient: een kentering, keerpunt, climax dan wel het Einde en dus een mogelijk nieuw begin! En nu had ik toegezegd in een kortverhaal mijn waarheid, mijn perspectief te verwoorden, enkel om erachter te komen dat ik al die tijd waarin ik meewarig glimlachte naar allerlei mensen die zich bezighielden met hun kleine, mooi afgebakende leventjes, zelf stil op de bank had gezeten. Ik dacht kaderloos en goed op de hoogte te zijn maar ik had ondertussen geen enkele notie van het illusoire gevoel van vrijheid waarin ikzelf verzeild geraakt was. Ik zat namelijk gewoon te wachten. Te wachten op het einde en via het laptopscherm te kijken wie van al die elkaar tegensprekende mensen uit al die verschillende circuits ‘The Voice of the Universe’ zou winnen. Alle reclames erbij inbegrepen. 

 schilderij van Hanny Hopman

Voor het schrijven van het kortverhaal Lucy’s Laatste Licht spoelde ik vooruit naar vrijdag 21 december 2012 en zette ik de (lees: mijn) wereld op pauze. Ik ging de dialoog aan met mijzelf en liet mijn ware emoties toe. Te lang was ik vanuit mijn veilige huiskamer als de eerste de beste ramptoerist ondergedompeld geweest in de kolkende nieuwsbronnen van de wereld, volledig verstoken van de bron in mijzelf. Moeizaam kwam ik onder de chemtrails in mijn achtertuin weer in contact met mijzelf en schreef op wat ik steeds niet had willen weten: ik was bang dat er helemaal niets zou gebeuren. Bang voor teleurstelling. Bang erachter te komen dat ik alle zaken die ik moeilijk vind in mijn leven op 22 december 2012 zonder hoop opnieuw het hoofd zou moeten bieden. Want, en in zoverre heeft de hoax van de mayakalender bij mij prima gewerkt, de gedachte dat de wereld in een oogwenk compleet zou kunnen veranderen, gaf mij hoop. Dat niet alleen, het gaf me het gevoel dat ik Nu niets hoefde te doen want ‘het’ zou vanzelf gebeuren.

"...Ach, Lucy, weet ik veel… Ik wil zo graag dat er iets verandert vandaag. Onthulling van buitenaardse wezens, de rode planeet die de wereld ondersteboven keert. Of dat Jezus eindelijk weer neerdaalt op aarde om de mensen die nog oprecht durven liefhebben te belonen met een betere wereld waarin pijn, wreedheid, oorlog en lijden niet langer bestaan… Ik wilde vandaag wakker worden zonder al die vragen. Gewoon; verlicht, wijs en volmaakt gelukkig…”

“…Ach gut, en precies vandaag gebeurt er niets? Behalve dan misschien al die dingen die je opnoemt. Maar jij ligt hier bij mij op bed. Het gebeurt niet jou…”

Langzaam begon ik te beseffen dat je niet verroeren, kijken en afwachten je niet dichter bij een kentering brengen. Je kunt verwarring, chaos en teleurstelling niet vermijden enkel door de gordijnen te sluiten. Het was tijd uit de verst(r)ikking te geraken van de afzondering. Ik moest naar buiten, bewegen. Als kind hoorde ik de wind fluisteren, de bomen neuriën en sprak ik vrijuit met dieren op een manier die de gezonde, kinderlijke fantasie nog oversteeg. Ik moest terug naar de bron die zich in mijn kindertijd verankerde en die ik ondanks al mijn latere pogingen tot zelfdestructie nooit geheel heb kunnen verloochenen. Ik heb als kind altijd sterk gevoeld in de kern als een kristal te zijn met alle facetten van de universa in zich, al wil mijn volwassen hoofd dit vaak vergeten. Durfde ik nu echt niet eens meer een boom te beklimmen omdat het een beetje waaide?

“…Ik denk dat het hoog tijd wordt dat jij weer droomt zoals je deed toen je een kind was. Ooit zag ook jij alle kleuren van het prisma. Voel je dat kristal, precies wat je in wezen bent!…“

Het valt echter niet mee om in balans te blijven in het huidige moment. Met zoveel obsceniteiten om je heen, veelal erger dan je met dat kleine perverse stukje dat ieder mens bezit, kunt voorstellen, is het moeilijk om zorgeloos als een kind vrijuit te spelen. Dat is in deze tijden zelfs voor onze kinderen niet makkelijk meer. Ik snap heel goed dat veel mensen weigeren te geloven of te leren dat het nog veel erger is (geen superlatief past hier) dan we vanuit onze donkerste kant kunnen bedenken. Dat ‘het’ – en hiermee bedoel ik de geraffineerde hedendaagse machtsstrijd -  de spuigaten uitloopt is meer dan een understatement. De gruwelijke machinerie die ons bestaan vanuit de diepste krochten heeft vergiftigd, bestaat en ook ik zou het liever niet willen weten. Teveel weten zou je doen verdrinken in een zee van rottend, bloederig pus, gevormd uit stinkende wonden die door een helaas niet zo kleine elitegroep medemensen (!) op masochistische wijze steeds opnieuw worden toegebracht. Maar… dat zijn… medemensen? En… wij zijn toch allen één? Hoe kan ik mijzelf verenigen met de bloederige, harde waarheid?

 schilderij van Hanny Hopman

“…Bloeddorst en passie zijn kleuren van hetzelfde prisma, mens, dat weet je toch wel?... “

“…Ik had je verteld van de extatische vlucht die ik onderging in mijn dans met een Ander, en hoe ik een orgasme bevleugelde op het moment dat ik, met mijn tanden diep in zijn huid verzonken, iets voelde knappen waarna zijn levenselixer zich voorgoed met het mijne mengde…”

Excessen zijn er in deze tijd volop, en moeten nu misschien ook bestaan om dat centrum, dat midden, dat zowel witte als zwarte gat terug te kunnen vinden. Bloeddorst heerst alom maar enkel wanneer zo weinigen daar hun ware passie, hun Zelf tegenover durven stellen blijft de wereld nog lang een hellend vlak en blijft de aarde daar met al haar krachten tegen vechten om haar plaats, haar centrum – in haarzelf maar ook in relatie tot andere sterren en planeten, van stelsels binnen stelsels - niet te verliezen. Zelf het midden vinden en belichamen heeft altijd met zowel het duister als het licht van doen. Ook met jóuw duister, en jóuw licht. Alles wat er om je heen gebeurt is in zekere zin een afspiegeling van wat er in jou gebeurt.

“…En jij maar in die gordijnen gaan hangen als een domme kitten. Zo boven, zo beneden. Dat weet je toch?…”

Terwijl ik bezig was te bepalen welke heersende mening de meest waarschijnlijke was, vergat mijn hoofd een eigen mening te vormen, mij(n) zelf te omarmen en mijn eigen waarde uit te stralen. Ik wilde alleen nog maar weten wat waar was en wat gelogen maar keek niet langer verder dan dat.

“…Al die perspectieven van anderen, van buiten mijzelf, ze zullen ondoorgrondelijk blijven en hoe ik het ook wend of keer, ze lijken met mij persoonlijk niets te maken te hebben...”

Pas toen ik losbrak uit de verstarring, in beweging kwam en de ware stilte in mezelf hervond door mijn duister, mijn angsten te benoemen, kon ik horen wat mijn eigen perspectief me te bieden had. ‘The Voice of the Universe’, dat ben je zelf.

“…De desinformatie en de informatie hebben elkaar eindelijk opgeheven, zoals twee identieke geluidsgolven elkaar opheffen wanneer ze met dezelfde kracht tegen elkaar in stromen... “ 

Betekent dit dat ik na het schrijven van Lucy’s Laatste Licht dan tot verlichting ben gekomen? Of dat ik nu weet hoe het einde der tijden zich ontvouwen zal? Nee, want in weerwil van mijzelf galmt het nog altijd door mijn hoofd: nog drie weken en dan zal ik weten of er waarheid schuilt in de wellicht verkeerd uitgelegde kalender van de Maya’s. Maar het geeft niet. Ik mag van mijzelf weer geloven dat àlles mogelijk is. Zowel in de wereld om mij heen, als in de wereld binnenin mij.

 schilderij van Hanny Hopman

“…Het is allemaal waar, ook als het gelogen is. De som der delen blijft gelijk, ongeacht of je in de afzonderlijke delen kunt geloven of niet…”

Ik begrijp nu dat wat de een het einde noemt, de ander het begin vindt. Dat is de magie van de dualiteit. En door die magie opnieuw te omarmen, voel ik me weer in staat passie te voelen voor elke volgende dag. Ook wanneer deze eindtijd slechts een van de vele golven betreft die ten langen lesten de kust bereikt, ik kan in dat stuk wrakhout weer een glimmende surfplank zien waarmee ik met het juiste evenwicht en in volledig contact met de elementen de volgende golf met passie kan leven. En wanneer ik toch weer  een keer kopje onderga, droom ik gewoon een mooi stukje strand om een nieuw kortverhaal te vormen van een inhoud die ik allang in me draag. Ook als je uit de nacht komt, breng je zelf het licht met je mee.

“…Juist omdat het allemaal klinkt zoals de fantastische literatuur, omdat je het als schrijver zou kunnen, misschien wel zou willen bedenken, omdat het pure sciencefiction is, een gruwelijk drama, een epos en een roman in een, juist daarom of misschien desondanks, is het waar…”

 

door Samantha Kraak 

Samantha schrijft weinig maar intens. Wat ze schrijft, wordt gepubliceerd: in literaire e-zines, in literaire tijdschriften, in een flitsboekje ('Utopia is ver-lopen'), in een boekpresentje ('De Poort'), in de verhalenbundel 'Bericht uit Bloemrijk'. En nu in de bundel ‘21 december 2012 – Het aftellen is begonnen’.

Elk van die verhalen is geschreven vanuit een persoonlijke drive; elk van die verhalen laat een deel van Samantha('s) zelf zien. Wie de schrijfster Samantha wil leren kennen, leze haar verhalen. En wanneer u op straat een vrouw tegenkomt met een jonge dochter aan haar ene hand, en een partner aan haar andere, bedenk dan, dat dat ook Samantha zou kunnen zijn.

De gecursiveerde fragmenten in bovenstaand artikel komen uit het kortverhaal ‘Lucy’s Laatste Licht’, gepubliceerd in de verhalenbundel ’21 december 2012 – Het aftellen is begonnen’, door Uitgeverij PMA
Meer informatie over de bundel

Link naar het werk van hanny Hopman: www.hannyhopman.nl