Zonder Oordeel
 
 
Kijk met je hart
Naar alle kleuren
Ruik met je hart
De vele geuren
Proef met je hart
De talloze smaken
Tast met je hart
Al wat je kunt raken
Hoor met je hart
Zovele tonen
En zie
Je kunt overal wonen
 
Het hart verzacht
Het hart verstilt
Het hart verwarmt
Het hart maakt mild
De vorst ontdooit
‘t Gezicht ontplooit
De storm bedaart
Vrij zijn de ketens van huis en haard
 
Verdriet, frustratie en pijn
Lossen op in de golven van Zijn
Waarin kalm en sereen
Plaats is voor alles en iedereen
 
Daar is eb noch vloed
Kwaad noch goed
Daar is plus noch min
Zinloosheid noch zin
Daar is ik noch jij
Daar is elk mens vrij
 
Terug bij de bron
In de eenheid van schaduw en zon
 
 
© Marian Gilissen




 
Dansen naar het licht
 
 
Geboren worden
Uit licht
In aarde
Gewiegd
Gewogen
En geschat
Op waarde
 
Wat voor taak
Rust op de schouders
Van een kind van licht
 
In de stroom van het leven
Dobbert
Nog open eerst
Niets vermoedend
Het ik
Dat zich
Meer en meer
Verankert
In wat het ziet
Stug volhardend
Zich vastbijtend
In materie
Om het niet
 
De Golfbreker echter
Breekt het ritme
Het ik gaat kopje onder
Snakt
Naar adem
Staat zonder
Anker
Op de bodem
Van wat is
Bevoorrecht is dit mensenkind
Onwetendheid is opgehouden
Het heeft gezien gehoord begrepen:
Handen aan de wieg
Reikten voor hun dood
In even wankele vertwijfeling
Omhoog in barensnood
 
Er is geen vraag meer
Naar een taak
Het ego is gezwicht
Er is alleen maar
Dansen
Van aarde
Naar het licht
 
 
© Marian Gilissen 
maart 2003





Troost


In de wirwar van de dingen
Zoek ik mijn weg
In mijn dans
Ontbreekt vreugde
Het zonlicht troost
Verwisselt het tijdelijke
Voor het onnoembare eeuwige


© Marian Gilissen
januari 2008
 
 
 

 
Vertrouwen
 
 
Ik verlang naar een sprankje
Lichtheid
Een vogel die onbezorgd fluit
Herkenning uit verleden tijd
Het bestaat
Want ik herinner


© Marian Gilissen
januari 2008





Inkeer
 

 Hier sta ik dan
Sterrenkind uit een ver
verleden
 
Heb ik gedaan
Wat ik moest doen
Ben ik toegekomen
Aan de taak
Waarvoor ik kwam
Kan ik zeggen:
Het is goed
Het is volbracht
Ben ook ik niet
onbewust
Van de zin
Van mijn bestaan
En onnodig
Op eigen kracht
Mijn weg gegaan
Langs paden van
Zinloosheid
En vermaak
 
De aarde en de mens
Staan voor een keerpunt
Dus ook mij wordt
Mogelijk gevraagd
Gegrond
Of niet gegrond
Naar menselijke maat
Te transformeren
Ik realiseer me
In dit ogenblik
Dat het er eigenlijk
Niet toe doet
Wat ik deed
Miste
Of doorstond
 
Ik ben hier
Zoals ik ben
Zonder verwachting
Zonder droom
Zonder doel
Zonder schroom
 
In afwachting
Deemoedig en
Vol ontzag
Licht van binnen
Buiten
Om me heen
Ik geef me over
En vergeef mezelf 

 
© Marian Gilissen
oktober 2008





Moeder Aarde


Gaia is vermoeid
Haar oude ogen, nog steeds scherp ziend
Staan bezorgd
 
Haar land is lang niet meer zo vast als vroeger
Het schudt soms hevig heen en weer 
Vele  bewoners rennen doelloos rond
Ze legt er zich nog niet bij neer
Maar in tsunami’s weent ze haar bedroefde tranen
En in vulkanen slaat haar woede wond op wond
 
Wie weet hoe Gaia lijdt
Hoe zij het moede hoofd
Liefst neervlijt
In de schoot van het heelal
Wachtend op wat komen zal
 
Nee,  moeder Gaia geeft niet op
Dat niet, voorlopig
Hoort haar eigen hartenklop
En tracht het snelle ritme wanhopig
Af te stemmen op dat van de mens
Die haar zo dierbaar is
Maar die, verblind geraakt
Zich richtte op verdoemenis
 
‘O, lieve mens’, smeekt ze
‘Mijn levenskracht neemt af
‘k Haal nog maar amper adem
Keer toch in hemelsnaam
Uw blik naar binnen
Het binnenste van uw hart
En besef
Dat alleen daar uw Oorsprong ligt
De Liefde en de Trouw
De Schoonheid en de Warmte
De Waarheid, die u mist’
 
Dan in de diepste twijfel
De grootste woestenij
Neemt zij een heel klein lichtje waar
Dat vol vertrouwen, wankelvrij
Op en neer danst en de aandacht vraagt
 
Er komen kleuren in het licht
Die naar de hemel reiken
En die in felle en in zachte tinten
Langs de aardkorst strijken
 
Tegelijkertijd hoort zij nu stemmen
Die vriendelijk en oprecht
Met elke kleurschakering
Een verbond aangaan
Een liefdeskring
Van in elkaar geslagen handen
 
Een mandalafiguur van mensen
Zo vol van kracht
Zo mooi
Zo puur
 
Totaalbewust
 
Gaia buigt in dank het hoofd
En is gerust


© Marian Gilissen


Tekening: © Marianne van den Dungen





Ik hoef alleen maar
 
 
Er is een kracht
Die mij de weg wijst
Die mij beschermt en voedt
Er is een kracht die mij met zorg omringt
Die mij voorziet van moed
 
Ik hoef alleen maar
Stil te zijn
Te luisteren naar een kind
Mijzelf te openen voor het woord
Van de regen en de wind
De zon, de maan, de sterren
De bomen en het gras
Ik hoef me alleen maar
Te herinneren
Hoe Licht het altijd was
 
 
© Marian Gilissen

 


Tekening: © Marianne van den Dungen





De stilte in


Stilte
Niet doen
Niet willen
Zijn
Adem
 
In de luwte
Drijf ik
Dobberend op de golven
Zonder baken
 
Terwijl ik mezelf niet meer ben
Doe ik de leegte graag teniet
Wil ik het niet-doen nog ontvluchten
En weer worden die ik ken
 
Het wordt donker
Ik heb slecht zicht
Er schijnt geen avond
En geen morgen
Er is amper licht
 
Ik voel dat mijn huid te dun wordt
Voor de koude om mij heen
Had ik maar een vuur om mij te warmen
Dan was ik niet meer zo alleen
 
Is er echt geen andere manier
Dan los te weken uit mijn schil
Het doet zo’n pijn
Dat ik dit eigenlijk niet wil
Ja, ik snak naar het bekende
Buiten mij vandaan
Tot ik besef dat de weg
Naar binnen
De enige is
Die ik nog zal gaan
 
Ik geef me over aan de stroom
Span me niet meer in
Om het tij te keren
Naar die valse droom
 
Ik geef me over aan de lucht
Die als adem in mij leeft
Die mijn longen geduldig vult
En mij kracht van leven geeft
 
Ik geef me over aan de wind
Weet niet meer waarheen ik vaar
Word in een blind vertrouwen
Redding licht gewaar
 
Zachtjes klotsen nu de golven
Tegen de zijkant van mijn vlot
Ik sluit mijn ogen en zie
Schoonheid
Voel de Wil van God
 
“Niet mijn wil”
Klinkt het zachtjes binnenin
’t Was maar één stap
De stilte in
 
 
© Marian Gilissen





Tekening: © Marianne van den Dungen