Het gevaar van een oorlog tussen China en Japan



Global Research, 29 januari 2014

Het hoofdartikel van de Financial Times van vorige week ging over de groeiende ongerustheid over het conflict over een aantal rotsen in de zee tussen China en Japan. De twee regeringen doen niets om het conflict op te lossen. Het artikel focust op een uitspraak van Japans eerste minister Shinzo Abe tijdens het Wereld Economische Forum in 2014; hij vergelijkt de huidige situatie van Japan en China met de rivaliteit tussen Groot-Brittannië en Duitsland voorafgaand aan de Eerste Wereldoorlog.

Het territoriale geschil gaat over ‘Senkaku’ (in Japan) of ‘Diaoyu’ (in China) in de Oost-Chinese Zee. Maar de belangrijkste verantwoordelijkheid voor het aanwakkeren van dit conflict ligt bij het beleid van de Amerikaanse regering, het is gericht op het economisch en diplomatiek isoleren en militair omcirkelen van China.

Washington verklaart hypocriet neutraal te staan tegenover het territoriale geschil, tegelijkertijd is herhaaldelijk meegedeeld dat in het geval van oorlog de VS aan de zijde van Japan zal staan. De Obama regering is onderwijl bezig met de herstructurering van militaire bases in Japan en stimuleert Japan om verder te militariseren.

Huidig Azië heeft inderdaad een ijzingwekkende gelijkenis met Europa in 1914. De Eerste Wereldoorlog ontstond tussen de grote mogendheden en ging om de macht van verschillende invloedssferen. Lenin en Trotsky, de grote Marxisten uit die periode, markeerden het jaar als het beginpunt van het imperialisme en de verschrikkingen van het kapitalistische tijdperk. De wereldwijde financiële crisis (2008), de economische malaise en stijgende geopolitieke spanningen maken duidelijk dat het kapitalisme geen fundamentele tegenstellingen heeft opgelost die de grondslag vormden voor de oorlog van eeuw geleden.

In het afgelopen decennium heeft het imperialisme van de VS het land ondergedompeld in de ene na de andere oorlog, Afghanistan, Irak en Libië; tal van intriges en provocaties moeten de economische achteruitgang compenseren door militair overwicht. In Amerika is men bezorgd dat de focus op het Midden-Oosten van de regering Bush de Amerikaanse hegemonie in Azië heeft ondermijnd. Waaronder ook de toegang tot goedkope arbeidskrachten (China), zo belangrijk voor het behalen van bedrijfswinsten.

Amerika heeft bondgenoten als Japan en de Filippijnen aangemaand een assertieve houding aan te nemen in conflicten met China. 60% van de Amerikaanse lucht- en zeestrijdkrachten zijn inmiddels naar de Indo-Pacific regio verplaatst. Amerika maakt op dit moment afspraken over nieuwe bases in Australië en andere Aziatisch-Pacific landen.

In Japan heeft het beleid van de VS bijgedragen aan de opkomst van de rechtse Abe regering, die in één jaar het militaire budget spekte en de Japanse grondwet wil herzien die de omvang van zijn leger beperkt. Abe bracht vorige maand een provocerend bezoek aan de beruchte Yasukuni-tempel, een monument voor de gevallenen in oorlogen, een krachtig symbool van het Japanse militarisme uit de jaren 1930 en 1940.

Abe wordt gedreven door de belangen van Japan en is niet bereid om haar positie als leidende macht in Azië af te staan. In zijn toespraak tijdens het Wereld Economische Forum in Davos maakt Abe schampere opmerkingen over hen die ‘Japan het land van de ondergaande zon noemen en verklaren dat het tijd is voor een nieuwe dageraad’. In zijn toespraak vermomt hij zijn kritiek op China nauwelijks en hij uit de wil om Japan een van de meest bedrijfsvriendelijke plaatsen ter wereld te maken.

Door China te vergelijken met Duitsland in 1914 portretteert Abe Beijing als een gevaarlijke nieuwe dreiging. Maar, in tegenstelling tot Duitsland, China is geen imperialistische macht. Ondanks de omvang van de economie van China blijft het land functioneren als een goedkoop-arbeidskrachtenland, afhankelijk van buitenlandse bedrijfsinvesteringen en buitenlandse technologie. Op militair gebied heeft de VS wereldwijd een overweldigend overwicht en een netwerk van bases en allianties dat de Chinese belangen overal de baas is.

De afgelopen vier jaar stond China met de rug tegen de muur. Chinese leiders deden aan de grote Westerse machten economische concessies, terwijl intern militaire uitgaven werden gestimuleerd en vorderingen werden gedaan in de wateren direct grenzend aan het Chinese vasteland. Het regime in Beijing zweept het anti-Japanse chauvinisme op om haar militaire opbouw te rechtvaardigen en om de aandacht af te leiden van de extreme sociale spanningen die door drie decennia van de kapitalistische restauratie zijn ontstaan.

In het hoofdartikel wordt de aandacht gevestigd op het toenemende gevaar van een oorlog tussen China en Japan, maar de Financial Times geeft geen oplossingen. Het is een oproep voor beide partijen om het rammelen der sabels te stoppen en te beginnen met het gesprek.

Het feit dat de VS het conflict heeft opgestookt wordt genegeerd. De redactie doet een beroep op Washington om als de stem van (v)rede op te treden. De conclusie is dat zowel Abe als de Chinese president Xi Jinping  op zoek moeten naar het pad dat wegleidt van Armageddon voordat het te laat is.

Maar drijvende krachten achter oorlog worden (net als in 1914) gevoed door de inherente tegenstellingen van het kapitalisme, tussen de wereldeconomie en het verouderde landensysteem; tussen privé-eigendom en de sociale maatschappij; tegenstellingen die met volle kracht duidelijk zijn geworden in het kielzog van de wereldwijde recessie van 2008.

Het enige middel om de ramp af te wenden is de afschaffing van het failliete kapitalistische systeem dat drijft op winst maken. Het is tijd dat de economische en sociale behoeften van de grote meerderheid van de mensheid worden vervuld, niet alleen die van de superrijke elite. De noodzaak om alle vormen van nationalisme en patriottisme te verwerpen is duidelijk. Er zou een verenigde internationale anti-oorlogsbeweging moeten worden opgericht in China, Japan, de VS en de rest van de wereld om deze taak uit te voeren.



Door Peter Symonds , Copyright © 2014 Global Research

Bron: http://www.globalresearch.ca/the-danger-of-war-in-asia/5366633

 


 

 Het gevaar van een oorlog tussen China en Japan



Global Research, 29 januari 2014

Het hoofdartikel van de Financial Times van vorige week ging over de groeiende ongerustheid over het conflict over een aantal rotsen in de zee tussen China en Japan. De twee regeringen doen niets om het conflict op te lossen. Het artikel focust op een uitspraak van Japans eerste minister Shinzo Abe tijdens het Wereld Economische Forum in 2014; hij vergelijkt de huidige situatie van Japan en China met de rivaliteit tussen Groot-Brittannië en Duitsland voorafgaand aan de Eerste Wereldoorlog.

Het territoriale geschil gaat over ‘Senkaku’ (in Japan) of ‘Diaoyu’ (in China) in de Oost-Chinese Zee. Maar de belangrijkste verantwoordelijkheid voor het aanwakkeren van dit conflict ligt bij het beleid van de Amerikaanse regering, het is gericht op het economisch en diplomatiek isoleren en militair omcirkelen van China.

Washington verklaart hypocriet neutraal te staan tegenover het territoriale geschil, tegelijkertijd is herhaaldelijk meegedeeld dat in het geval van oorlog de VS aan de zijde van Japan zal staan. De Obama regering is onderwijl bezig met de herstructurering van militaire bases in Japan en stimuleert Japan om verder te militariseren.

Huidig Azië heeft inderdaad een ijzingwekkende gelijkenis met Europa in 1914. De Eerste Wereldoorlog ontstond tussen de grote mogendheden en ging om de macht van verschillende invloedssferen. Lenin en Trotsky, de grote Marxisten uit die periode, markeerden het jaar als het beginpunt van het imperialisme en de verschrikkingen van het kapitalistische tijdperk. De wereldwijde financiële crisis (2008), de economische malaise en stijgende geopolitieke spanningen maken duidelijk dat het kapitalisme geen fundamentele tegenstellingen heeft opgelost die de grondslag vormden voor de oorlog van eeuw geleden.

In het afgelopen decennium heeft het imperialisme van de VS het land ondergedompeld in de ene na de andere oorlog, Afghanistan, Irak en Libië; tal van intriges en provocaties moeten de economische achteruitgang compenseren door militair overwicht. In Amerika is men bezorgd dat de focus op het Midden-Oosten van de regering Bush de Amerikaanse hegemonie in Azië heeft ondermijnd. Waaronder ook de toegang tot goedkope arbeidskrachten (China), zo belangrijk voor het behalen van bedrijfswinsten.

Amerika heeft bondgenoten als Japan en de Filippijnen aangemaand een assertieve houding aan te nemen in conflicten met China. 60% van de Amerikaanse lucht- en zeestrijdkrachten zijn inmiddels naar de Indo-Pacific regio verplaatst. Amerika maakt op dit moment afspraken over nieuwe bases in Australië en andere Aziatisch-Pacific landen.

In Japan heeft het beleid van de VS bijgedragen aan de opkomst van de rechtse Abe regering, die in één jaar het militaire budget spekte en de Japanse grondwet wil herzien die de omvang van zijn leger beperkt. Abe bracht vorige maand een provocerend bezoek aan de beruchte Yasukuni-tempel, een monument voor de gevallenen in oorlogen, een krachtig symbool van het Japanse militarisme uit de jaren 1930 en 1940.

Abe wordt gedreven door de belangen van Japan en is niet bereid om haar positie als leidende macht in Azië af te staan. In zijn toespraak tijdens het Wereld Economische Forum in Davos maakt Abe schampere opmerkingen over hen die ‘Japan het land van de ondergaande zon noemen en verklaren dat het tijd is voor een nieuwe dageraad’. In zijn toespraak vermomt hij zijn kritiek op China nauwelijks en hij uit de wil om Japan een van de meest bedrijfsvriendelijke plaatsen ter wereld te maken.

Door China te vergelijken met Duitsland in 1914 portretteert Abe Beijing als een gevaarlijke nieuwe dreiging. Maar, in tegenstelling tot Duitsland, China is geen imperialistische macht. Ondanks de omvang van de economie van China blijft het land functioneren als een goedkoop-arbeidskrachtenland, afhankelijk van buitenlandse bedrijfsinvesteringen en buitenlandse technologie. Op militair gebied heeft de VS wereldwijd een overweldigend overwicht en een netwerk van bases en allianties dat de Chinese belangen overal de baas is.

De afgelopen vier jaar stond China met de rug tegen de muur. Chinese leiders deden aan de grote Westerse machten economische concessies, terwijl intern militaire uitgaven werden gestimuleerd en vorderingen werden gedaan in de wateren direct grenzend aan het Chinese vasteland. Het regime in Beijing zweept het anti-Japanse chauvinisme op om haar militaire opbouw te rechtvaardigen en om de aandacht af te leiden van de extreme sociale spanningen die door drie decennia van de kapitalistische restauratie zijn ontstaan.

In het hoofdartikel wordt de aandacht gevestigd op het toenemende gevaar van een oorlog tussen China en Japan, maar de Financial Times geeft geen oplossingen. Het is een oproep voor beide partijen om het rammelen der sabels te stoppen en te beginnen met het gesprek.

Het feit dat de VS het conflict heeft opgestookt wordt genegeerd. De redactie doet een beroep op Washington om als de stem van (v)rede op te treden. De conclusie is dat zowel Abe als de Chinese president Xi Jinping  op zoek moeten naar het pad dat wegleidt van Armageddon voordat het te laat is.

Maar drijvende krachten achter oorlog worden (net als in 1914) gevoed door de inherente tegenstellingen van het kapitalisme, tussen de wereldeconomie en het verouderde landensysteem; tussen privé-eigendom en de sociale maatschappij; tegenstellingen die met volle kracht duidelijk zijn geworden in het kielzog van de wereldwijde recessie van 2008.

Het enige middel om de ramp af te wenden is de afschaffing van het failliete kapitalistische systeem dat drijft op winst maken. Het is tijd dat de economische en sociale behoeften van de grote meerderheid van de mensheid worden vervuld, niet alleen die van de superrijke elite. De noodzaak om alle vormen van nationalisme en patriottisme te verwerpen is duidelijk. Er zou een verenigde internationale anti-oorlogsbeweging moeten worden opgericht in China, Japan, de VS en de rest van de wereld om deze taak uit te voeren.



Door Peter Symonds , Copyright © 2014 Global Research

Bron: http://www.globalresearch.ca/the-danger-of-war-in-asia/5366633