Wekkertje

‘Met een kluitje in het riet’

De heer Broere had een briefwisseling via e-mail met mevrouw Vloerbergh, onderzoeker waterdistributie, over de kwaliteit van het Amsterdamse kraanwater en de gang van zaken met betrekking tot informatieverstrekking door instanties, die zich bezighouden met ons leidingwater.
Hij verzocht ‘Kraanwater Nu’om hem de gegevens betreffende de chemische samenstelling van het Amsterdamse kraanwater toe te sturen, nadat ‘Kraanwater Nu’ beweerd had dat het (Amsterdamse) leidingwater zuiver is en geen (bio)chemische verontreinigingen bevat. Leidingwater zou zelfs beter zijn dan gebotteld bronwater en ook zelf filtreren van het kraanwater zou overbodig , zelfs af te raden zijn. Als antwoord op zijn vraag werd de heer Broere doorverwezen naar andere instanties, zoals ‘KWR Water’, vervolgens naar het ‘Waterlaboratorium’ en het ‘RIVM’.
Bij navraag kreeg de heer Broere van Mevrouw Vloerbergh via de mail te horen dat ‘KWR’ geen analyses uitvoert voor particulieren. Hij werd voor verdere informatie doorverwezen naar ‘Het Waterlaboratorium’ of het ‘RIVM’, die wellicht gegevens over het Amsterdamse leidingwater zouden kunnen verschaffen. Ook kreeg de heer Broere van beide instanties de e-mailadressen (respectievelijk het waterlaboratorium en RIVM ).
Conclusie: Je wordt als particulier van het kastje naar de muur gestuurd. Bovendien weet de heer Broere nu nog niet hoe het is gesteld met de kwaliteit van het Amsterdamse leidingwater.

Het meest recente rapport over de kwaliteit van het drinkwater in Nederland is hier te vinden.

‘t Schrijverscollectief 
 


Wekkertje

Wist u dat jaarlijks naar schatting achthonderdduizend Nederlanders een depressie doormaken?

De New England journal of Medicine publiceerde in 2007 een onderzoek waaruit bleek dat depressiesymptomen niet verminderden door het gebruik van antidepressiva.
Bovendien werd door de Amerikaanse overheid verplicht gesteld op de verpakking en in de bijsluiter van antidepressiva melding te maken van het gegeven dat het innemen van deze middelen door mensen tussen de 18 en 24 jaar het risico op suïcidesymptomen doet toenemen.

Uit steeds meer onderzoeken blijkt dat met voedingsmaatregelen het ziektebeeld depressie zeer goed te behandelen is. Omgekeerd kun je zelfs zeggen dat depressies vaak voortkomen uit één of meer tekorten aan voedingsstoffen. Voorbeelden van deze voedingsstoffen zijn: omega3-vetzuren (in visolie), de B-vitamines, vooral B12, foliumzuur en vitamine D.
Met betrekking tot het verband tussen depressie en vitamine D heeft professor Hoogendijk onderzoek gedaan. Dit onderzoek bracht opzienbarende bevindingen aan het licht. Ook werkte Hoogendijk mee aan een Nederlands onderzoek, waarin het effect van helderlichttherapie en melatonine als supplement op dementie werd onderzocht. Een eenvoudige maatregel als verhoging van de lichtsterkte verbeterde in een verpleegtehuis symptomen van verstoorde stemming en gedrag en zorgde ervoor dat men langer doorsliep en een kortere inslaapperiode nodig had dan voorheen.
Hoogleraar Trudy Dehue bestudeerde de claims van de biopsychiatrie en zij analyseerde de commercialisering van het psychiatrisch onderzoek.

Voeding en voedingssupplementen vormen een integraal onderdeel van alle levensprocessen. De hersenen zijn niet anders dan andere organen. Ook zij zijn voor hun werking afhankelijk van de toevoer van de juiste voeding. Deze is daarom bij een totaalaanpak van lichaam en geest onontbeerlijk.
Het gebruik van de juiste voeding en van geschikte voedingssupplementen heeft een grote invloed op de hersenen en daarmee op het psychisch functioneren.

Bron: Gert Schuitemaker, ‘Voeding is hét medicijn bij depressie’ in Spiegelbeeld, oktober 2008

‘t Schrijverscollectief
 
 


Wekkertje

Eindelijk komen er nieuwe geldstromen beschikbaar voor medisch klinisch onderzoek naar alternatieve behandelingen die werkelijk hoop bieden bij kanker.

Dr. Andrew Vickers beweerde in 2004 dat alternatieve behandelingen van kanker niet werken en dat daar bewijs voor bestaat.
Nieuwe onderzoeken, inclusief die van hemzelf, hebben deze conclusie weer in twijfel getrokken. Daaruit blijkt dat er kankerbehandelingen zijn die wel degelijk een genezend effect hebben en een goed alternatief bieden voor de reguliere opties van chemotherapie, bestraling en chirurgie.
Een voorbeeld hiervan is de behandeling met vitamine C (in hoge concentraties), die intraveneus moet worden toegediend, omdat deze anders niet kan worden opgenomen.

Van oudsher is het onderzoek naar kanker altijd gefinancierd door de farmaceutische industrie ofwel instanties die afhankelijk zijn van het publiek, zoals het Nederlands Kanker Instituut ofwel KWF Kankerbestrijding. Deze instanties financieren gewoonlijk alleen onderzoek naar reguliere behandelingen.
Nu er nieuwe geldstromen gevonden worden, gaat er direct geld naar onderzoek met alternatieve behandelingen. Voorbeeld: Het Carol Ann Schwartz Cancer Education Fund sponsort klinische trials aan de Colombia University in New York met drie verschillende behandelingen:
de anti-neoplastontherapie;
het voedingsprogramma van dr. Nicholas Gonzalez voor alvleesklierkanker;
de behandeling van dr. Charles Simone met haaienkraakbeen voor kanker van longen, borsten, dikke darm en rectum (endeldarm), prostaat , blaas, hersenen en lymfeweefsel.

Na de publicatie van Vickers in 2004 zijn er nog andere onderzoeken geweest die al in het laboratorium hun effect hebben bewezen. Een volgende stap is die naar onderzoek bij menselijke proefpersonen. Een aantal van de genoemde behandelingen is reeds in klinische trials succesvol gebleken bij kankerpatiënten. Zie voor deze behandelingen en voor meer uitgebreide informatie onderstaande bron.

Bron:Bryan Hubbard, ‘Kanker: de alternatieven die werken’in Medisch Dossier

‘t Schrijverscollectief