Samenvatting van het rapport 'Tumoren in laboratoriumknaagdieren en honden veroorzaakt door microchip:
Een overzicht van de literatuur 1990-2006' 
 
Dit document is een samenvatting van het rapport ‘Tumoren in laboratoriumknaagdieren en –honden, veroorzaakt door implantatie van een microchip: een overzicht van de literatuur 1990 – 2006’. Het volledige rapport van 48 pagina’s verschaft u een gedetailleerd overzicht van gepubliceerde literatuur in toxicologie en pathologische verslagen die de link aantonen tussen geïmplanteerde chips (RFID transponders) en kanker bij knaagdieren en honden in laboratoria-onderzoeken. Dit rapport kwam tot stand als gevolg van de gebeurtenissen bij Leon, de Franse bulldog, die een tumor kreeg als gevolg van het implanteren van een chip. Leons eigenaren hebben heldhaftige pogingen gedaan Leons verhaal in de publiciteit te krijgen om daarmee hetzelfde noodlot bij andere honden te helpen voorkomen. Hun verhaal werd door Associated Press journalist Todd Lewas naar buiten gebracht in een uitgebreid artikel in september 2007. Onthullingen van door microchips veroorzaakte tumoren bij dieren hebben sindsdien een breed publiek bereikt. Deze zijn verontrustend voor wat betreft de veiligheid van geïmplanteerde microchips die worden gebruikt bij dieren en mensen. Dit rapport is bedoeld om informatie te verstrekken met een gedetailleerde analyse van de betreffende dierstudies.
 
Kanker bij dieren
Tussen 1990 en 2006 zijn elf artikelen gepubliceerd die weefselreacties beschreven bij laboratoriumdieren en -honden als gevolg van geïmplanteerde microchips. In zes van de artikelen werd gerapporteerd dat 0,8 % tot 10,2 % van de laboratoriummuizen en -ratten kwaadaardige tumoren ontwikkelde rond de chip of in aangrenzend weefsel. Nog twee artikelen rapporteerden over honden die tumoren hadden ontwikkeld als gevolg van geïmplanteerde microchips.
Een beknopt overzicht van deze bevindingen is in onderstaande tabel te vinden.
Auteur(s)
Soort dieren
Aantal dieren
Duur implantaat
Ontwikkelde kanker
Le Calvez
2006
muizen
1.260
2 jaar
4,1 %
Vascellari
2006
hond (9 jr)
1
7 maanden
1
Vascellari
2004
hond (11 jr)
1
18 maanden
1
Elcock 2001
ratten
1.040
2 jaar
0.8 %
Blanchard 1999
muizen
177
6 maanden
10.2 %
Palmer 1998
muizen
800
2 jaar
2.0 %
Tillmann 1997
muizen
4.279
levenslang
0.8 %
Johnson 1996
muizen
2.000
2 jaar
< 1,0 %
 
In bijna alle gevallen groeiden de kwaadaardige tumoren, typische zachtweefseltumoren, rond en volledig aangrenzend aan het implantaat. In verschillende gevallen waren er uitzaaiingen naar andere delen van het lichaam van de dieren. De tumoren verschenen in het algemeen in het tweede jaar van de studies als de dieren de middelbare of oudere leeftijd hadden bereikt. De uitzondering hierop was een onderzoek met genetisch gemanipuleerde muizen, waarvan 10,2% snelgroeiende tumoren ontwikkelde voordat de muizen zes maanden oud waren.
 
Studies die geen kanker aantoonden
Er zijn drie studies geweest waarin geen kanker werd geconstateerd. Deze bevatten twee eerdere studies die in 1990 en 1991 zijn gedaan toen geïmplanteerde microchips werden geïntroduceerd en een studie van 2003, waarbij negen honden waren betrokken. Deze studies zijn echter misleidend. Waar in andere studies duizenden dieren over een meerjarige periode zijn gevolgd, gaat het hier maar om een zeer klein aantal dieren en een hele korte tijd van blootstelling aan de geïmplanteerde microchip. Studies die klein zijn opgezet, missen goede voorspellende informatie omdat het onwaarschijnlijk is dat de tumoren in een kort tijdsbestek ontstaan. Voor kleine effecten zijn grote hoeveelheden testmateriaal nodig om aan juiste statistieke gegevens te komen. Met andere woorden: om te concluderen dat een geïmplanteerde microchip geen kanker veroorzaakt, moeten honderden of duizenden dieren worden gebruikt, waarbij wordt aangetoond dat deze geen kanker ontwikkelen. Zoals statistici zeggen: ‘Afwezigheid van bewijs is geen bewijs van afwezigheid.’
 
De duur van de blootstelling aan een geïmplanteerde chip en de leeftijd van het dier blijken van groot belang te zijn voor de ontwikkeling van tumoren als gevolg van het implanteren van een chip. In muizen- en rattenstudies ontstonden de eerste tekenen van tumoren in het tweede jaar na implantatie, als de dieren op middelbare leeftijd en ouder waren. Van jongere dieren die slechts kort aan de chip werden blootgesteld, zoals in deze onderzoeken is gebeurd, is niet te verwachten dat ze kanker ontwikkelen. Een samenvatting van de onderzoeken vindt u hieronder in tabel 2. Details over de onderzoeken kunt u vinden in het volledige (Engelstalige) rapport.
 
Auteur
Soort dier
aantal dieren
duur blootstelling
ontwikkelde kanker
Murasugi 2003
honden
2
3 dagen
0
 
 
2
3 maanden
0
 
 
2
1 jaar
0
 
 
2
3 jaren
0
 
 
1
6 jaren
0
Ball 1991
ratten
10
2 weken
0
 
 
10
3 maanden
0
 
 
10
6 maanden
0
 
 
10
1 jaar
0
Rao & Edmondson 1990
muizen
10
3 maanden
0
 
 
10
15 maanden
0
 
 
74
2 jaar
0
 
 
39
< 2 jaar
0
 
 
Details van de studies
Een 1 tot 3 pagina’s lang verslag over elk van de 11 studies is opgenomen in het volledige rapport.
 
Gebruikte dieren en microchips in onderzoek
Tijdens de knaagdierenstudies zijn de gebruikelijke laboratiummuizen en -ratten gebruikt. Ze zijn nader geïdentificeerd in het volledig rapport. Slechts in één studie zijn genetisch gemanipuleerde muizen gebruikt, de zogenaamde p53+/- muis, die een verhoogde gevoeligheid heeft voor kankerontwikkeling als gevolg van gengiffen (genotoxins) of andere substanties die het genetisch materiaal beschadigen. De snelle kankerontwikkeling in deze muizen (10,2%) suggereert dat geïmplanteerde microchips mogelijk genetische schade aanrichten in de genen van de gastheer.
 
In minstens 10 van de 11 studies zijn standaardchips gebruikt: passieve implanteerbare RFID chips met een speciale coating, die migratie van de chip moet voorkomen. De geïmplanteerde chips zijn speciaal ontwikkeld om te reageren met uitzenden van een code als de chip wordt geactiveerd door een chipreader. De microchips zijn gefabriceerd door BioMedic Data Systems, Inc., Destrond Fearing, and Merial.
 
Uitleg over de tumoren
·      De volgende tumoren worden in het volledige rapport gebruikt:
Lichaamsvreemde tumor: de aanwezigheid van een microchip, een lichaamsvreemd object, kan op celniveau veranderingen veroorzaken waaruit kanker ontstaat.
·      Tumor als gevolg van injecteren van de chip: ontstekingsreacties als gevolg van het injecteren van de chip kunnen veranderingen op celniveau veroorzaken waaruit kanker ontstaat.
·      Mogelijk toxische eigenschappen van de geïmplanteerde chip: De glazen capsule of het polypropylene hulsel kan toxische eigenschappen hebben. De aanwezigheid van één van deze stoffen in een lichaam kan de kans op aanmaak van toxische bijproducten veroorzaken die tot kanker leiden.
·      Radiofrequente energie/straling van de chip of chipreader: de straling van de chip kan op een of andere manier bijdragen tot het vormen van kanker.
 
Bijkomende nadelige consequenties
Niet alleen het ontstaan van kwaadaardige tumoren als gevolg van geïmplanteerde chips is beschreven door de onderzoeker maar ook de migratie van de chip, het naar buiten werken van de chip door het lichaam, het niet functioneren van chips en incorrecte implantatie zijn bestudeerd.
 
Deze bijkomende nadelige gevolgen kwamen voor in studies waarin wel en waarin geen kanker werd ontwikkeld. De migratiekwestie in het bijzonder was onverwacht omdat de chips waren voorzien van een speciale coating die dit moest tegengaan. De chips die op de rug van muizen werden ingebracht, werden teruggevonden op andere plekken waar zich tumoren vormden. In één studie was 19% van de chips gemigreerd. Deze chips werden teruggevonden in ledematen, magen en koppen van de muizen.
 
Relevantie voor mensen
Het feit dat knaagdieren en honden tumoren ontwikkelen als gevolg van de geïmplanteerde chip betekent niet dat dit ook bij mensen zal voorkomen. Echter, eerder onderzoek heeft aangetoond dat bij mensen zeer kwaadaardige tumoren kunnen voorkomen rond pacemakers en andere implantaten. De meeste kwaadaardige tumoren die door chips werden veroorzaakt, waren de klassieke sarcoma’s – tumoren in zacht weefsel. Hoewel zachtweefseltumoren zelden voorkomen bij mensen, zijn ze verantwoordelijk voor meer doden dan teelbalkanker, ziekte van Hodgkins en schildklierkanker samen. Ze zijn berucht vanwege het terugkerende karakter en uitzaaiingen, vaak met desastreuze gevolgen. Omdat de microchip pas sinds 2001 bij een handjevol mensen is geïmplanteerd en er geen vervolgonderzoeken zijn geweest in de meeste gevallen is er maar weinig bekend over de langetermijngevolgen van geïmplanteerde chips bij mensen.
 
Relevantie voor huisdieren
Tumoren als gevolg van het inbrengen van lichaamsvreemde objecten kunnen serieuze gezondheidsrisico’s met zich meebrengen. Onderzoekers rapporteren dat de meeste tumoren die verschijnen als gevolg van implantaten, kwaadaardig zijn, zeer snel groeien en een dier binnen een aantal weken kunnen doden. Veel van de gebruikte laboratoriumdieren met chip-gerelateerde tumoren stierven voortijdig als gevolg van de massa tumorweefsel. Veel van de tumoren veroorzaakten uitzaaiingen elders in het lichaam: in longen, lever, maag, alvleesklier en andere organen. Verder onderzoek is nodig om te bepalen hoe en in hoeverre de geïmplanteerde microchips kanker in huisdieren veroorzaken.
 
Aanbeveling voor mensen
De volgende aanbevelingen zijn gericht aan beleidsmakers, artsen en patiënten n.a.v. de onderzoeksresultaten:
·        Het implanteren van microchips in mensen moet worden stopgezet.
·        Mensen die reeds zijn gechipt moeten schriftelijk worden geïnformeerd over de gevaren en een aanbod krijgen om de microchip te verwijderen
·        Mensen die er voor kiezen de chip te behouden moeten routinematig worden onderzocht op abnormaliteiten.
 
Aanbeveling voor dieren
De volgende aanbevelingen zijn gericht aan beleidsmakers, huisdiereigenaren en dierfaculteiten:
·        In het licht van de onderzoeken die het verband aantonen tussen tumoren en microchips, zouden beleidsmakers het verplichte chippen moeten stoppen.
·        Dierenartsen moeten zich op de hoogte stellen van de uitkomsten van deze onderzoeken. Ze moeten zich de nadelen terdege realiseren en niet lichtzinnig dieren chippen.
·        Huisdiereneigenaren die hun dieren willen chippen, moeten worden voorgelicht over de uitkomsten van deze onderzoeken.
·        Huisdiereneigenaren met een gechipt dier moeten hun dier regelmatig onderzoeken in de omgeving waar de chip is geplaatst en onmiddellijk een dierenarts inschakelen als zich onregelmatigheden in dat gebied voordoen.
·        Er mogen geen vaccins of andere injecties in de directe omgeving van de chip worden ingebracht.
·        Een chip verwijderen is waarschijnlijk erg kostbaar en kan veel schade aanrichten. Daarom kan het beter zijn de geïmplanteerde chip met rust te laten, tenzij zich specifieke problemen voordoen.
·        Ongechipte dieren zouden een geschikte halsband moeten dragen met een zichtbare penning waarop staat hoe men met de eigenaar in contact kan komen.
 
Aanbeveling voor onderzoekers
·      Er moet een nationaal register of nationale databank komen waarin de negatieve gevolgen van geïmplanteerde chips worden bijgehouden.
·      Er moet nader onderzoek worden gedaan naar de gevolgen van het chippen.
 
 
Conclusie
 
De onderzoeken die in dit rapport zijn beschreven, laten duidelijk het verband zien tussen geïmplanteerde microchips en kanker in muizen en ratten. Het is ook gebleken dat microchips kanker kunnen veroorzaken in honden, zoals in tenminste één geval is gebeurd en waarschijnlijk in twee. Deze bevindingen zijn alarmerend met het oog op het gebruik van microchips in honden en mensen.
 
Zoals de Associated Press beschreef, bestaat er bij Amerika’s meest gerespecteerde kankeronderzoekers bezorgdheid over de veiligheid van het implanteren van microchips. ‘Nu ik dit heb gelezen zou ik absoluut nooit zo’n chip geïmplanteerd willen hebben en dat zou ik ook niet willen bij één van de familieleden’, zei Dr. Rovert Benezra, hoofd van het Cancer Biology Genetics Program aan het Memorial Sloan-Kettering Cancer Center in New York. Hij voegde daaraan toe: ‘Met de gegevens zoals die nu voor ons liggen, lijkt me dat er zeer zeker reden tot ongerustheid is.’
Dr. George Demetri, directeur van het Center for Sarcoma and Bone Oncoogy in het Dana-Farber Cancer Institute in Boston, onderschreef deze mening. ‘Zelfs met een redelijk kleine kans op het ontstaan van tumoren laten deze onderzoeken zien dat er wel degelijk een risico is met het implanteren van microchips. En dan te weten dat deze ontstane tumoren ongelooflijk agressief zijn en mensen kunnen doden binnen 3 tot 6 maanden.’
Dr. Chand Khanna, een dierenarts gespecialiseerd in kanker en werkzaam bij het National Cancer Institute, zei dat het bewijs ‘suggereert dat er aanleiding is tot ongerustheid voor wat betreft tumorgroei.’ Alle kankerspecialisten zijn het erover eens dat alle gegevens van de gedane onderzoeken bij dieren aangeboden moeten worden aan mensen die overwegen een chip te implanteren. Gezien de onderzoeksresultaten is het raadzaam voor artsen, patiënten, dierenartsen en huisdiereneigenaren een chip te vermijden in verband met het potentiële gezondheidsrisico dat implantatie van een microchip met zich meebrengt. De auteurs zijn van mening dat het implanteren van microchips in mensen en dieren onmiddellijk gestopt moet worden.
 
 
 
 
Auteur: © Katherine Albrecht, Ed.D.