Bespiegelingen bij maanlicht

 

…het scheen mij op zulke ogenblikken altijd toe alsof wij drieën, de natuur, de Maan en ik, één en hetzelfde waren.

 (Tolstoi, uit: Jongelingschap)

Al de nodige decennia geleden heeft de exploratie van de Maan haar aanvang genomen, toch zijn er nog altijd meer vragen dan antwoorden omtrent het ware karakter van onze naaste buur. Sommige wetenschappers zijn zelfs van mening dat de maan er eigenlijk helemaal niet hoort te zijn.

Moonjunk? Kosmisch afval? Feit is dat ze er is, en wel precies op haar plaats, die heel wat minder toevallig is dan ze op het eerste gezicht lijkt. Iedere nacht staat zij onafgebroken aan het firmament, toont ons altijd haar zelfde Koninklijke zijde maar straalt toch met een telkens wisselend aangezicht op ons neer.
In de Perzisch-soefische traditie is de Maan hét symbool voor goddelijke schoonheid. Haar reine, blanke uitstraling bezit iets mysterieus en met haar lichtende sluier geeft de Maan te kennen dat er heel wat geheimen achter het uitspansel schuil gaan. En inderdaad, wie de Maan aan een nauwkeuriger onderzoek onderwerpt wordt al gauw met de nodige vragen geconfronteerd.

De afmetingen van het hemellichaam in vergelijking met die van de Aarde zijn vanuit natuurwetenschappelijk oogpunt onwaarschijnlijk groot, haar dichtheid is veel te klein in verhouding tot haar volume en geen enkele theorie omtrent het ontstaan van de Maan snijdt, - zelfs volgens de bedenkers ervan -, werkelijk hout.

Precieze positionering          

           In de hemel is het huwelijksfeest van de volle Maan,
           de sterren strooien en strooien.

           (Rumi, uit: Diwan, Ghazal F.1092)

Dat de rotatie van de Maan zelf exact gelijk is aan haar omlooptijd rond de Aarde, mag een klein wonder heten. Het wordt nog wonderbaarlijker wanneer we bedenken dat de Maan exact 400 keer kleiner is dan de Zon en zich tevens exact 400 maal dichterbij bevindt dan de Zon.*1) Een mooi rond getal, en op 2-voudige wijze resulteert dit ‘verhoudingstoeval’ in nog een derde wonder; het fenomeen van een zonsverduistering, een geometrisch perfect kosmisch schouwspel. Was de Maan bijvoorbeeld geen 400 x kleiner maar 402 x kleiner dan de Zon, dan zouden enkel ringvormige zonsverduisteringen te zien zijn, maar nooit een totale eclips waarbij de schemering plots inzet, dieren zich opmaken voor de nacht en het opeens een stuk kouder wordt. Perfect passende cirkels van licht en donker schuiven als een kosmisch staaltje van heilige geometrie langzaam in elkaar om de wereld gedurende enkele ogenblikken in het duister te hullen waarbij het gigantische auraveld van de zonneatmosfeer, de corona, in alle luister zichtbaar wordt. Door vele getuigen aangemerkt als een van de mooiste natuurverschijnselen welke onze planeet rijk is. Een natuurverschijnsel dat al eonen lang plaatsvindt maar dat afhankelijk is van uiterst precieze positionering en onderlinge verhouding van de hemellichamen. 

De Zon, brenger en onderhouder van alle leven op Aarde en hoogste bewustzijnsvorm van dit stelsel (we spreken terecht van zonnestelsel, waarin letterlijk en figuurlijk alles rond de Zon draait), - een bewustzijn dat altijd licht en leven schenkt, zonder ophouden, en daar niets voor terug vraagt, dat enkel zichzelf al lichtende wegschenkt -, is dat niet de belichaming van een zuivere, goddelijke liefdeskracht? Niet voor niets schreef Mani zijn beroemde Lichtschat en zien we hoe in alle tijden en culturen de Zon een centrale en heilige betekenis vervulde. Het licht dat de grens markeert tussen de zichtbare en onzichtbare werelden, symbool van bewustzijn zelf, laat met het indrukwekkende natuurverschijnsel van een zonsverduistering haar wijder gelaat zien, - dánkzij de Maan. 

Getallen

In de tijd dat een mens één keer heeft in- en uitgeademd is de Aarde 200 kilometer verder in haar baan rond de Zon. Is de snelheid van onze planeet met zo’n 30 km per seconde al haast niet voor te stellen, de Zon neemt ons en alle planeten mee op een tocht rond de melkweg met een snelheid van bijna 230 km/sec. Het complete melkwegstelsel op haar beurt zoeft met 90 km/sec. richting het naburige sterrenstelsel, de Andromedanevel,…en zo voort! Dit om slechts aan te geven dat de perfecte getalsverhoudingen waarvan in de kosmos sprake is, geen statisch plaatje betreft, maar eerder als momentopnames gezien moeten worden binnen een onvoorstelbaar dynamische samenhang van levende harmonische resonanties.

Genoemd is de magische verhouding tussen afstand en grootte van Zon en Maan, resulterend in de unieke mogelijkheid van zonsverduisteringen. Maar er is meer. De doorsnede van de Zon bedraagt ongeveer 1.392.000 kilometer. Die van de Aarde 12.742 km. Delen we die twee door elkaar dan blijkt daaruit dat er 109,245 Aardes naast elkaar kunnen worden gelegd langs de diameter van de zonneschijf. Ogenschijnlijk geen bijzonder getal, maar wanneer we de grootste afstand tussen Aarde en Zon, - het aphelium -, delen door de diameter van de Zon, komen we op praktisch hetzelfde getal uit: 152.103.000 km gedeeld door 1.392.000 km = 109,269. Toeval?
Toch merkwaardig dat er evenveel doorsneden van de Aarde in de doorsnee van de Zon passen als er doorsneden van de Zon tussen de Aarde en de Zon zijn. Ook het getal van 109,245 correspondeert heel ‘toevallig’ nog eens met de omtrek van de Maan van 10.920,8 kilometer. Ook draait de Maan langs z’n evenaar precies met één kilometer per seconde rond. Ai, wat een toeval allemaal!

Het is slechts een greep uit een lange reeks van niet willekeurig uitziende getallen, die weliswaar afzonderlijk gezien op toeval zouden kunnen berusten. Tenslotte zijn vanuit wetenschappelijk oogpunt alle waardes, alle getallen, even valide, maar mag een hele reeks van ‘toevallige’ correspondenties nog wel toevallig worden genoemd? Hier zij bovendien opgemerkt dat een van de grondgebreken binnen het klassieke, ‘verlichte’ wetenschappelijk denken er m.i. uit bestaat om een getal uitsluitend als cijfer te zien, als een neutrale en inwisselbare waarde, in plaats van als een specifieke toonhoogte binnen toonreeksen, als een specifieke maat binnen maatverhoudingen, een trilling binnen harmonisch gerelateerde frequenties, kortom; in onderlinge relatie tot z’n (getals)omgeving, maar bovenal: als levende drager van betekenis! Iets waarvan de astronoom Johannes Kepler ons al lang geleden vergeefs trachtte te overtuigen. De geschiedenis besliste wat dit betreft negatief over zijn visie. De moderne onderzoekers Christopher Knight en Alan Butler stuitten in hun studie naar de Maan en het zonnestelsel echter op een hele lijst van “niet willekeurig uitziende waarden die tezamen iets creëren wat anders de meest onwaarschijnlijke reeks toevallige gebeurtenissen in de geschiedenis van het heelal zou zijn”*2) In het kader van dit artikel te omvattend om hier dieper op in te kunnen gaan, maar waarnaar ik de lezer gaarne doorverwijs is de Nederlandse vertaling van hun omvangrijke studie: Het Mysterie van de Maan, C.Knight en A.Butler, 2006, uitgeverij Tirion. Ook kan ik hier slechts summier wijzen op het feit hoe de verhoudingen tussen Aarde en Maan ook in de beroemde Vitruviusman van Leonardo da Vinci terug gevonden kunnen worden, evenals hun onderlinge mathematische relatie met die van de grote piramide van Cheops.*3)

Maanziek

Bekend is dat de Maan niet altijd een even heilzame uitwerking op de mens heeft. In het Engels is zelfs sprake van het begrip lunatic ter aanduiding van iemand die niet meer helemaal bij de pinken is. Wij kennen het woord ‘maanziek’, hoewel daar tegenover staat dat de liefde extra romantisch schijnt te zijn bij volle Maan. De idee dat de volle Maan zorgde voor mentale stoornissen en vreemd gedrag was met name in de Middeleeuwen wijd verbreid, (zonder overigens hiermee de liefde als een ‘vreemd soort’ gedrag aan te willen merken). In oude tijden waren boeren gewoon te zaaien en te oogsten bij bepaalde maanstanden, hetgeen nog zichtbaar is op sommige middeleeuwse geïllustreerde kalenders, en iets wat ook vandaag de dag in de biologisch-dynamische tuinbouw nog steeds wordt toegepast. Zo zou ook het gunstiger zijn plannen te ontwerpen tijdens een periode van wassende Maan dan gedurende afnemende Maan, en volgens de hindoestaanse traditie is er zelfs sprake van gunstige en ongunstige momenten om te sterven overeenkomstig specifieke maanfasen. Voor de moderne verlichte geest klinkt dit alles in de oren als dom bijgeloof en volkslegendes. Is er eigenlijk enig wetenschappelijk bewijs voor de invloed van de Maan op het bewustzijn? Een medisch team in Bradford onderzocht tussen 1997 en 1999 of er rond en nabij volle Maan meer gevallen voorkwamen van beten door dieren, door de aantallen per dag met elkaar te vergelijken. Zij concludeerden dat de fase van volle Maan gepaard gaat met een aanzienlijke toename van mensen die door dieren zijn gebeten.*4) Een studie in Florida betrof het menselijk gedrag in plaats van dat van dieren. Ook hier werd een statistisch significante toename geconstateerd van verschillende soorten agressief of gewelddadig gedrag, waaronder zelfs zelfmoorden, in relatie tot het optreden van volle Maan.*5) In de filmdocumentaire ‘What the Bleep do we (K)now?!’ wordt dit fenomeen eveneens erkend, hetgeen in ieder politiedossier van elke gemiddeld grote stad bekend is. Blijkbaar werkt het veld van de volle Maan in het geval van een wankele persoonlijkheid of emotionele onbalans als een soort trigger die gemakkelijk doet ‘door slaan’. 

Het ondermaanse

Ten tijde van de renaissance (lett: wedergeboorte) vond een opleving plaats van een vóór-Romeins denken en voelen. Grote geesten als Pico della Mirandola, Ficino Gallileï, Copernicus en Bruno vonden de dwingende kleingeestigheid van de onverbiddelijke geestelijkheid tegenover zich. Toch was de rector magnificus (lett: schitterende stuurman) toendertijd tevens hoogleraar in de astrologie. In de oudste tijden waren astrologie en astronomie innig met elkaar verweven, vormden zelfs een onlosmakelijke eenheid, en beslist geen belediging voor elkaar. Pas met de herhaaldelijke intrede van een zuiver stoffelijk en mechanistisch denken maakte de astronomie zich meer en meer los van haar broertje, onder indrukwekkend vertoon van steeds weer nieuwe resultaten en verregaande ontdekkingen, dankzij de voortschrijdende techniek van steeds groter en verfijnder telescopen. Toch duurde het nog tot 1920 voordat er sterrenstelsels buiten het eigen melkwegstelsel als zodanig erkend werden! Tot die tijd werden alle hemelobjecten officieel verondersteld tot één en dezelfde galaxis te behoren. De moderne astronomie is wat dat betreft, zoals eigenlijk alles van de ‘modernste tijd’ nog zó jong, en heeft sindsdien een explosieve expansie ondergaan, parallel aan de alsmaar verruimde opvattingen van een schier grenzeloos expansief universum, of zelfs universa. Vandaag de dag wordt de kosmos meer en meer als een letterlijk grenzeloos mysterie opgevat, met daarin zaken als een mysterieuze Grote Aantrekker, parallelle Universa, wormgaten, en wat al dies meer zij. Kortom als één gigantisch, onvoorstelbaar gecompliceerd majestueus krachtenspel.

Traditioneel bestaat binnen de hermetica, de alchemie en diverse esoterische tradities  de gedachte van een wezenlijk verschil tussen het onder- en bovenmaanse gebied. Voor hen gold de maansfeer als een grens tussen twee werelden. Volgens de boeddhisten belandt de geest van een overledene in de zgn. petrisfeer, - een bardostaat, d.w.z. een tussenstaat van bewustzijn -, gelegen in de astrale domeinen tussen de Maan en de Aarde. Na verloop van tijd en onder invloed van karmische processen wordt de ziel weer aangetrokken om opnieuw te reïncarneren in een menselijk lichaam. Ook in de christelijke, gnostieke traditie is de reïncarnatie-gedachte gebruikelijk, ondanks de verwoede pogingen van de katholica om deze ondermijning van haar gezag, - dat tenslotte grotendeels gestoeld was op de angst voor een eeuwige hel en verdoemenis -, uit te bannen. 

Alle hemellichamen in de kosmos vertegenwoordigen bepaalde specifieke krachten en elementen, bepaalde werkingen en invloedssferen. De sterren dringen, maar dwingen niet, zo luidt het gezegde. Sinds een Romeins rationalisme de wereld der sferen is gaan onderverdelen volgens het spatium et extensio [(tussen)ruimte en uitgebreidheid], denkt de mens het heelal met een duimstok te kunnen meten en kwam dan ook geleidelijk aan steeds meer tot de onrustbarende inschatting dat het heelal wel heel erg groot is en alles daarin voor de mens héél erg onbereikbaar ver weg moest zijn. Van schrik kromp de mens ineen en voelde zich nietig, betekenisloos. Dit oude denken heeft diepe sporen door de tijd getrokken en een onuitwisbare indruk achtergelaten tot op de dag van vandaag.*6) 

De sterren verloren tijdelijk aan betekenis, golden soms zelfs uitsluitend nog ter positiebepaling als louter punten binnen een mathematisch raamwerk van coördinaten, en de astronomie was lange tijd vanuit politiek oogpunt met name van belang voor de zeevaart en de verovering van nieuwe terra nova, lebensraum en koloniën. Voor de wat meer mystiek ingestelde mens, - en daarvoor is geen poëtische inslag vereist in weerwil van het vooroordeel -, is de kosmos echter nooit ver weg geweest, voor sommigen zelfs nader dan handen en voeten. Volgens de oudste mystieke teksten, waaronder de chandogya upanishaden, woont Brachman in de holte van het hart, huist de ganse kosmos in onszelf, en de 13e eeuwse Perziche dichter-mysticus Rumi stelde reeds onomwonden: “qua vorm ben je de microkosmos, in werkelijkheid de macrokosmos”.
 

Als de melkweg niet in mij was,
hoe kon ik hem dan ooit zien en horen?

(Kahlil Gibran)

13 maanden in het jaar

Algemeen bekend is de opvallende overeenkomst qua duur, - niet in synchroniciteit -, tussen de 28-daagse cyclus van de vrouw en de sinodische maand (Maan-maand).
De Maan mag dan in onze tijd ogenschijnlijk aan betekenis hebben ingeboet, - een tijd van LED-verlichting langs de snelwegen -, voor alle oude volkeren heeft zij altijd een cruciale rol gespeeld. Maandag en de maanden van het jaar danken hun naam aan onze naaste buur. Van de natuurlijke tijdsindeling zoals die bij de Maya op fenomenale wijze werd toegepast, met een accuratesse die de modernste systemen evenaart, is in de Gregoriaanse kalender weinig terug te vinden. Op een abrupte en marginale aanpassing na, - w.o. die van het schrappen van 10 hele dagen om weer ‘gelijk te lopen’ met de kosmische klok -, is dit kalendersysteem volledig op Romeinse leest geschoeid. Voor de Romeinen was tijd in wezen eenvoudigweg geld, zoals dat overigens voor sommigen nog steeds het geval is. Het woord kalender getuigt daar bovendien zelf van; het Latijnse woord calculare betekent rekenen. De welbekende keizer Julius liet volgaarne de mooie zomermaand naar zichzelf vernoemen. De latere Augustus wilde vanzelfsprekend niet voor de eeuwigheid onderdoen, griste daarbij nog gauw een paar dagen van februari weg en schiep zo zijn hoogst ‘eigen’ maand augustus. Dat is dan ook de enige reden waarom zowel de maand juli als augustus beiden 31 dagen bestrijken; vanwege de bezitterigheid van een paar oude caesars die nu nóg onze agenda c.q. levens (Lat: agens=levendig) trachten te beheersen.

Zoals reeds opgemerkt stonden de Maya’s aanzienlijk harmonischer in de natuurlijke orde geworteld met 13 gelijke maanden van 28 dagen plus één dag buiten de tijd gedurende het volle kalenderjaar. Hier vinden we tevens één van de belangrijkste redenen waarom het getal 13 zo’n prominente rol speelt bij de Maya’s. 13 is ook de precieze afstand tussen de verschillende octaven; de 13e toon is telkens de daarop volgende boventoon. Parallellen welke we overal aantreffen in de kosmos, de muziek, de geometrie, de biologie etc. en die dan ook nooit met een dooddoenertje als ‘toeval’ zouden mogen worden afgedaan. 

Een rol van betekenis   
 

Komt de grote koning van het oosten,
de zon van het geloof, uit Tabriz,
dan verbleken de Maan en sterren van schaamte. 

(Rumi, uit: Diwan, Ghazal F.323)

Ten opzichte van de kracht van de Zon, - hierboven gebruikt als symbool van het lichtend bewustzijn, geboortelijk uit het oosten, de richting van het licht, van de aankondiging, van de nieuwe dag -, ten opzichte van die kracht zou de Maan toch haar bescheiden plaats moeten kennen met een middellijn van slechts 3467 kilometer. De middellijn van de Zon bedraagt tenslotte een slordige 1,4 miljoen kilometer. Ook al is de Maan in verhouding tot de Zon een onbetekenend speldenprikje, zij schijnt wel degelijk voor onze planeet en al het leven daarop een onmisbare rol van betekenis te vervullen waar het gaat om getijdenkrachten, een regelmatige en dynamische waterverdeling, waaronder het in grote mate in vloeibare staat houden van de watermassa op Aarde. Bovendien heeft de Maan een stabiliserende werking op de baanhelling van de Aarde, en daarmee op de seizoenen en het magnetisch veld dat ons beschermt.*7) Waarom zeggen onderzoekers dan dat zij er eigenlijk helemaal niet hoort te zijn? Dat zij niet op haar plaats is? Is de Maan een anomalie, een vergissing van de natuur? Of is zij zelfs niet helemaal natuurlijk te noemen? Een anomaluna zogezegd? 

Anomaluna
 

Hij is de zee, wij zijn een wolk,
hij is de schat, wij zijn een bouwval,
voor het licht van de Zon zijn wij als stofjes.
 
Ik ben verbijsterd, het zij me vergeven,
laat me een windbuil zijn –
met het licht van Mostafa doorklief ik de Maan.
 
(Rumi, uit: Diwan, Ghazal F.2967)

Voordat we ons aan een antwoord op deze vraag wagen, wil ik de lezer eerst nog kennis laten maken met een aantal in het oog springende kwesties en onbeantwoord gebleven vragen welke het vele maanonderzoek na zes maanlandingen en honderdenexperimenten zoal hebben opgeleverd. Een kleine opsomming:

  1. De leeftijd van de Maan: De Maan zou aanzienlijk ouder zijn dan voorheen gedacht, mogelijk zelfs ouder dan de Aarde. De oudste leeftijd van de Aarde wordt geschat op 4,6 miljard jaar. Maangesteente is gedateerd op 5,3 miljard jaar oud. Maanstof, op het gesteente aanwezig wordt echter nog een miljard jaar ouder geschat. Dus veel ouder dan het gesteente zelf!
  2. Oorsprong van het gesteente: De chemische samenstelling van het stof op het maangesteente verschilt aanzienlijk van die van het gesteente zelf. Ook werd Uranium-236 en Neptunium-237 aangetroffen, - elementen welke tot dusverre onbekend waren in de natuur. Russen troffen bovendien volkomen roestvrijstalen deeltjes in enkele maanstenen aan, iets wat in de natuur tot dusverre onbekend was en de huidige menselijke technologie te boven gaat.
  3. Zwaardere elementen aan het oppervlak: Normaal gesproken begeven zich bij een hemellichaam de zwaardere elementen richting kern, en de lichtere richting het oppervlak. De overvloedige aanwezigheid van titanium op het maanoppervlak correspondeert hier absoluut niet mee. Het bleek voor astronauten schier onmogelijk om maanboringen te verrichten dieper dan enkele luttele centimers!
  4. Ondanks de gangbare opvatting dat er geen water op de Maan aanwezig is, registreerden maaninstrumenten op 7 maart 1971 een wolk waterdamp welke langzaam over het maanoppervlak dreef. De wolk werd gedurende 14 uur geregistreerd en  besloeg een oppervlakte van ongeveer 160 vierkante kilometer. Ondanks dat er geen watermoleculen in maangesteente is aangetroffen vonden astronauten van de Apollo 16 stenen waarin sporen geroest ijzer aanwezig is. Aangezien oxidatie zuurstof en vrije waterstof veronderstelt, zou er water op de Maan aanwezig moeten zijn, waarschijnlijk op aanzienlijke diepte.
  5. Magnetisme: Maanstenen bleken gemagnetiseerd, niet sterk genoeg om een paperclip mee op te lichten, maar desalniettemin magnetisch. Daar de Maan echter zelf geen magnetisch veld heeft rijst de vraag: waar komt dit magnetisme vandaan?
  6. De zgn. ‘mascons’ ofwel massaconcentraties: cirkelvormige zwaartekrachtsgebieden op ~30 tot 60 kilometer onder het maanoppervlak met zeer grote dichtheid. Zij bevinden zich uitsluitend onder de zgn. ‘maria’, de vlakkere, donkere gebieden en werden ontdekt omdat zij grote zwaartekrachtsafwijkingen in de baan van Apollo-modules veroorzaakten. Aard en oorsprong van de ‘mascons’ zijn onbekend. De theorie dat het hier om residu’s van meteoriet-inslagen zou kunnen gaan is zeer onwaarschijnlijk, aangezien zware meteorieten vanwege hun enorme snelheden ogenblikkelijk ‘verdampen’ bij een inslag.
  7. Seismische activiteit: ieder jaar worden honderden ‘maanbevingen’ geregistreerd welke niet aan meteoriet-inslagen kunnen worden toegeschreven. In november 1958 fotografeerde de Russische astronooom Nikolay A.Kozyrev voor het eerst een gasvormige eruptie nabij de krater Alphonsus. Hij detecteerde ook een rode gloed die voor meer dan een uur aanhield. Latere observaties hebben dezelfde fenomenen bevestigd (Lowell Observatory, 1963) als regelmatig en periodiek  optredend tijdens de periodes van de grootste toenadering tussen de Aarde en de Maan.
  8. Maan-echo’s: de Maan resoneert als een enorme bel bij ‘experimenten’ met inslagen van afgedankte raketonderdelen. Dit werd voor het eerst geregistreerd op 20 november 1969 tijdens de Apollo 12 missie en herhaald gedurende de Apollo 13 vlucht. Gevoelige seismische apparatuur registreerde vibraties gedurende een periode van bijna 3½ uur.*8)     

Holle maan

Breng alleen de echte feiten over, en niet de overdreven termen, dan maak je de meeste kans om het er goed af te brengen (…) Woorden zijn als wind op de golven (…) Bedenk dat de wind gemakkelijk de golven kan doen zwellen.

(Zhuang Zi, H4:2)

Volgens veel astronomen lijkt het duo Aarde-Maan meer op een bi-planetair systeem, dan op een planeet-met-maan. Alle theoriën omtrent het ontstaan van onze Maan vertonen zulke grote tekortkomingen, dat er eigenlijk geen aannemelijke verklaring voor haar aanwezigheid voorhanden is. Een netelige positie voor de wetenschap, die toch verondersteld wordt van alles te weten, maar op dit punt nog altijd een beetje met de mond vol tanden staat. Noch de grote inslag-theorie, noch de idee dat de Maan door de Aarde zou zijn ‘ingevangen’ lijken ook maar in enigerlei mate plausibel. Er is een te groot verschil in leeftijd en chemische samenstelling tussen Aarde en Maan om uit elkaar of gelijktijdig te zijn ontstaan. Bovendien is de Maan veel te groot om door de Aarde ingevangen te kunnen zijn en bevindt zij zich veel te dichtbij, waarbij hier dan nog niets gezegd is over de vele ‘toevalligheden’ die deze ‘perfect goal’ met zich mee brengt zoals de bijna-exact statische positie ten opzichte van de Aarde, waardoor de Maan altijd met dezelfde zijde naar de Aarde gericht is, aangezien zij een exact gelijke omlooptijd maakt rond haar eigen as alswel in haar baan rond de Aarde. Met andere woorden: de eigen rotatieperiode is exact gelijk aan die van haar baan rond de Aarde. Bovendien is zij ook nog eens dermate evenwichtig gepositioneerd om ons haar verrukkelijke periodieke toevalligheden te schenken in de vorm van majestueus optredende zonsverduisteringen.
Wat een hoop toevalligheden toch telkens met die Maan! 

Maar laat ik vooral de woorden van Zhuang Zi indachtig blijven en alleen de strikte feiten vermelden. Hoewel op het eerste gezicht misschien ogend als een wat naiëf aandoende fantasie, postuleren verschillende onderzoekers, waaronder Jim Marrs, David Icke en ook de twee Russische wetenschappers Mikhail Vasin en Alexander Shcherbakov heel serieus de mogelijkheid van de Maan als een soort ‘geparkeerd ruimteschip’. Vele van de eerder genoemde ‘anomaliën’ vormen mogelijke indicaties dat, - hoewel in wezen een natuurlijk hemellichaam-, de huidige locatie van de Maan in dit deel van het universum weleens heel wat minder natuurlijk zou kunnen zijn. Mikhail Vasin en Alexander Shcherbakov presenteerden al in 1970 hun ideeën in een artikel onder de titel: “Is the Moon the Creation of Intelligence?” *9). Hierin brengen zij de gedachte naar voren dat een planetoïde mogelijk eonen geleden werd uitgehold middels superieure, geavanceerde technologiën, en pas veel later in een baan rond de Aarde werd gestationeerd. Dat nucleaire technieken bestaan waarvan machten ‘achter de schermen’ zich ook daadwerkelijk weten te bedienen en waarmee in ‘no time’ gigantische hoeveelheden rots kunnen worden ‘weggesmolten’, tunnels en onderaardse (in dit geval dus mogelijk ondermaanse) ‘schuilsteden’ kunnen worden gefabriceerd, meldde David Icke de wereld reeds jaren geleden. De mogelijkheid van natuurlijke holtes of van een natuurlijke holle Maan is daarmee echter nog geenszins van deelname aan verdere discussie buitengesloten. Aan natuurwetten en natuurwetenschappelijke axioma’s over wat wel of niet mogelijk is, bleek al vaker een steekje los. Jawel, beste lezer, ik spreek volstrekt feitelijke taal! Inmiddels is een zodanige hoeveelheid aanwijzingen voorhanden, en misschien mogen we rustig zeggen: meer dan voldoende bewijsmateriaal, - dat de Maan geenszins de woeste, onbewoonbare en ontoegankelijke plaats is, die ze veelal verondersteld wordt te zijn. Er is vrijwel zekerheid omtrent de aanwezigheid van water op grotere diepte. Zecharia Sitchin, die een theorie van de buitenaardse menselijke oorsprong voorstaat, stelde in zijn werk Aan Genesis voorbij dat holle planetoïden uitstekende mogelijkheden bieden voor kolonisatie en een vrijwel onopgemerkt verblijf verschaffen voor leven in de ruimte. Hoe we er ook over willen denken, de theorie van een holle Maan ruimt vrijwel alle wetenschappelijke ongerijmdheden omtrent haar eigenschappen en gedragingen keurig netjes op.   

Diis ignotis (onbekende goden)

Aangezien het adagium “loop naam de Maan” om zelf eens de proef op de som te kunnen nemen voor de meesten onder ons, ondanks het ambitieuze Virgin ruimteveer, nog altijd onbereikbare toekomstmuziek is, - miljardair of geen miljardair -, en slechts een heel klein groepje van in totaal 12 astronauten tot nu toe officieel voet op de Maan hebben gezet, en aangezien tevens wijdverbreide spontane vermogens tot remote viewing onder de massa nog wel even zullen uitblijven, is het laatste over de Maan voorlopig nog niet gezegd. Toch werd in 1975 in opdracht van de CIA remote viewing, - d.w.z. ‘telepathisch kijken-op-afstand’ -, daadwerkelijk op de Maan toegepast door Ingo Swann. Swann werd gevraagd zijn geest te richten op specifieke coördinaatpunten op de Maan. Aanvankelijk was hij in de veronderstelling een onbekende plaats op Aarde telepathisch te observeren aangezien hij ‘aardse’ verschijnselen waarnam zoals een soort tractorsporen, buitengewoon grote torens, een groene mist en zelfs mensachtige wezens.*10) 

Welkom voer voor sceptische geesten natuurlijk, en voor aanverwante zielen die niets willen geloven,- al is het maar onder voorbehoud -, wat hun gangbare opvattingen geweld zou kunnen aandoen. Educatie en common sense hebben ons een strak omlijnd pakket waardes en ideeën toegemeten omtrent wat waar is en wat niet. Ieder mens zal zich telkens opnieuw van deze besmetting moeten trachten te bevrijden. Laat ons vooral niet vergeten dat om het ondenkbare te denken, grote innerlijke moed vereist is, en dat voor het ego slechts het eigen beperkte inzicht als enig aanvaardbare en onaantastbare maatstaf geldt. 
 

De blinde is niet in staat prachtige motieven te zien, noch is de dove bij machte iets van klokken- en trommelspel te begrijpen. En een dergelijk onbegrip is heus niet alleen weggelegd voor blinden en doven: het verstand kent het ook, getuige wat je daarnet hebt gezegd!

(Zhuang Zi, Innerlijke geschriften 1-3)

In het boek Het huis op de rots gebouwd van vergelijkend godsdienstwetenschapper en cultureel antropoloog Marcel Messing vinden we een interessante passage onder het hoofdstukje “Zonen van de goden: de annunaki”, waarover ook al eerder door diverse internationale auteurs het nodige is gepubliceerd. (o.a. door Michael Tsarion in Atlantis, Aliën Visitation and Genetic Manipulation, 2002). Deze passage maakt duidelijk dat er in talloze historische bronnen en teksten aanwijzingen te vinden zijn van historische visitaties van buitenaardsen. In een aantal gevallen gaat het niet slechts om aanwijzingen maar zelfs directe uitspraken over hoe archonten, gevallen wachters of gevallen engelen landden op Aarde (o.a. boek van Enoch). Messing sluit aan op Sitchin die ons attendeert op de letterlijke betekenis van het Soemerische begrip annunaki: zij die van boven neerdalen. (An betekent Hemel, en Ki staat voor Aarde). Evenals het Hebreeuwse Bene Cha Elohim. Het is ronduit absurdistisch om te veronderstellen dat wij de enige intelligentie in het universum zouden zijn, net zomin als de veronderstelling dat ons technologisch ‘beschavingpeil’ kosmisch gezien heel wat voor zou stellen nog stand kan houden te midden van een gigantische database aan UFO-spottings. Ondanks alle verwoede pogingen om iedere serieuze overweging rond deze thematiek zover mogelijk van ons af te houden, zelfs zo veel mogelijk in diskrediet te brengen, blijkt, als de deur eenmaal op een kier gaat de mogelijkheid van naaste kosmische buurtjes eigenlijk helemaal niet meer zo absurd en schaamtewekkend als ze voorheen misschien leek. De kosmos wemelt van leven, zichtbaar en onzichtbaar. Diverse grote wereldleraren hebben zelf aangegeven van andere stelsels afkomstig te zijn, met als bedoeling het bewustzijn op Aarde naar een hoger peil te trekken. Het Sanskriet begrip avatar, wil letterlijk zeggen: hij die nederdaalt. Hollywood maakt er liever goedkope films over, die, hoe kan het ook anders, steevast slecht aflopen. Toch raken steeds meer mensen zich er van bewust dat álles bewustzijn is, en dus leven. Niet alleen het ons bekende biologische leven, maar talloos veel andere levensvormen, op geheel andere leest geschoeid en ook op heel andere basis dan koolstof en waarvoor het heelal miljarden jaren de tijd heeft gehad om het te ontwikkelen. Als eenmaal de gedachte van buitenaards leven wordt geaccepteerd, dan gaat mettertijd de deur van ons bewustzijn vanzelf wagenwijd open. Alles in de schepping is een manifestatie van trillingsenergiën, waargenomen als ‘vorm’. De wijze waarop wij mensen dat ervaren, is maar één deelfrequentie, beslaat maar één bandbreedte van golflengtes. En net zoals wij allemaal van waak- naar droomwereld kunnen ‘hip-hoppen’, en weer terug, zo zijn er ook energiën (lees:entiteiten) die van frequentie naar frequentie kunnen shape-shiften. Wanneer we de oude bronnen eens een tikkeltje minder mythologisch zouden interpreteren, en tevens wat meer afstand van de eigen mythevorming zouden willen nemen, dan zouden de diis ignotis, - de onbekende goden -,  vanzelf hun aangezicht terug kunnen krijgen binnen een ruimdenkend bewustzijn op Aarde. Dat betekent geenszins een terugkeer naar religies en aanbidding, naar manipulatie en onderhorigheid, -integendeel! -, maar wel eenvoudigweg een erkenning van wat de kosmos rijk is. Blijkbaar spelen er nogal wat ‘goden’ onder één hoedje met elkaar en denken zij meer te bereiken wanneer wij onwetend van hen blijven. Zekere diis ignotis blijven liever onbekend. Maar waarom zou de gedachte aan mensen en mensachtigen in andere, misschien zelfs zeer nabije regionen van de kosmos ons angst in moeten boezemen? Alle leven is één. En als er soms bepaalde ‘goden’ het spoor bijster zijn, laten wij op onze beurt hen dan tegemoet komen en de weg wijzen door eigen voorbeeld, levend vanuit eigen innerlijke soevereiniteit en met respect voor alle leven, zonder angst, levend vanuit het besef dat de basis en essentie van alles licht en liefde is. Maar misschien zijn we ál te diep doordrongen van de negatieve invloeden van Hollywood, science-fiction en TV? Denken wij onszelf werkelijk nog altijd liever klein en onmachtig? Gaan wij dan echt liever angstig en gebukt voort? Gebukt onder de angst voor de ‘goden’, in welke gedaante dan ook (pensioen, paus of politiek)?
Maar nog belangrijker is het wellicht om onszelf eens heel serieus de vraag te stellen: waar denkt u eigenlijk dat wij zelf vandaan komen?   

Thunderbirds Are Go

De laatste stuiptrekkingen van de oppermachtigheid van de ‘goden’ op Aarde blijkt niet alleen uit wantoestanden binnen corrupte religies, eindeloze oorlogsmachineriën en het failliet van de democratie. Hun verborgen aanwezigheid blijkt op ieder terrein waar geen openheid van zaken heerst en waarin menig mens nog dagelijks wordt meegesleurd. Toch kunnen wij de schuld niet zonder meer aan de ‘goden’ geven, want we dragen zelf een eigen verantwoordelijkheid hoe we hen ‘ontvangen’. Ieder moment opnieuw. Lopen we mee met de ‘stroom’ (grijze massa), of kiezen we zelf? Verkopen we onze ziel aan een mooie positie en een goed salaris, of volgen we ons geweten? Vragen die voor iedereen, op ieder nivo spelen.  
Zo ook ten aanzien van de ruimtevaart. Welke houding nemen we aan ten opzichte van alle goedkope en stoere beloftes van de ruimtevaartpropaganda? Is het niet mensonterend om zelfs maar één cent belastinggeld aan ruimtevluchten te spenderen zolang we de zaken hier op Aarde nog niet op orde hebben gebracht, dagelijks bijna 100.000 mensen sterven als gevolg van onvoldoende voedsel en gebrek aan drinkwater? Thunderbirds…are go!

Operation Moonblink

De Engelse documentairemaker Chris Everard stelt de vraag waarom na de Apollo missies van eind jaren zestig, begin jaren zeventig er nooit verdere vluchten naar de Maan zijn geweest. Tenslotte heeft de propaganda machine toen goed gewerkt! Volgens zijn zeggen kennen een aantal deskundigen bij de NASA wel degelijk het antwoord op deze vraag: de Maan wordt reeds gedurende zeer lange tijd bewoond! Er zijn over een lange periode talloze waarnemingen gedaan van lichtverschijnselen en structuren op de maan, reden voor de NASA om in 1965 Operation Moonblink in het leven te roepen. Doel van operatie Moonblink was om vóór de uitvoering van een eigenlijke missie richting Maan meer gegevens te verzamelen omtrent letterlijk al eeuwen lang gerapporteerde verschijnselen, waaronder ook bijvoorbeeld de al eerder genoemde observaties van Kozyrev. Het onderaan dit artikel gevoegde fragment van een van Everard’s documentaires*11) is kwa filmische enscenering weliswaar een artistieke ramp, - vaak kan men het beeld dan ook evengoed of wellicht zelfs beter uit laten -, ook de opdringerige en zenuwbelastende ‘muziek’ verleent aan het geheel een voorkomen dat zowel de verstaanbaarheid als kwaliteit beslist niet ten goede komt. Tóch brengt de documentaire inhoudelijk wel degelijk veel belangwekkends te berde, en bevindt zich tussen de nodige overtollige beeldflarden beslist een aantal indrukwekkende authentieke beelden welke voor de intuïtieve kijker en luisteraar boekdelen spreken. Everard meldt dat verschillende astronauten de aanwezigheid van ‘aliëns’ op de Maan hebben bevestigd. Niet verder bij name genoemde ‘deskundigen’ zouden hebben gezegd dat de NASA in feite gewaarschuwd is om maar niet meer terug te keren richting het maanoppervlak. Of dat ook zo is, kan ik noch bevestigen, noch ontkennen. Naar hetgeen zich mogelijk aan de donkere zijde van de Maan afspeelt kan men hooguit gissen, benevens de inzichten die Ingo Swann er reeds voor ons opdeed. Ook naar de werkelijke bestedingen en bestemmingen van ruim 90% van het grotendeels geheime en militaire ruimtevaartprogramma van de NASA kan men alleen maar raden, nog afgezien van alle  geheimenissen rondom Area 51 en aanverwante secret bases. Maar dat er bepaalde private connecties zijn tussen ‘zo boven en zo beneden’ zal toch eigenlijk niemand kunnen ontgaan die deze materie enigzins heeft bestudeerd.

‘We always airbrush these out…’

In de documentaire van Everard wordt oorspronkelijk beeldmateriaal van de NASA getoond van cirkelvormige lichtverschijnselen in de nabijheid van maanmodules en boven het maanoppervlak. Op talloze gedetailleerde foto’s zijn vagelijk structuren te zien die zouden wijzen op architecturale bouwwerken, evenals dat bij de planeet Mars het geval is. Soms zelfs van enorme omvang; torens, bruggen of enorme structuren met een reflecterend oppervlak. De bekendste namen zijn ‘The Shard’, ‘Lunar Bridge’ en ‘The Tower’, namen welke al aangeven dat voor de verschillende structuren geen natuurlijke verklaring voorhanden is. Voor de geïnteresseerde lezer verwijs ik naar het boek “Dark Mission – The Secret History of NASA” van Richard.C. Hoagland en Mike Bara dat een uitgebreide database aan gedetailleerde informatie verschaft. Maar wie een glanzende kleurenfolder van onze Maanvrienden in hoge printresolutie verwacht, moet ik toch een klein beetje teleurstellen. Om dit in de woorden van een oud NASA-medewerker enigszins te verduidelijken citeer ik: “We always airbrush these out, before we sell them to the public”. Met een luchtkwast voor onze neus weggekaapt. De gewone Aardling zal het voorlopig nog moeten stellen met wat NASA foto’s waarop doelbewust met Photoshop al het moois aan onweerlegbaar bewijsmateriaal prachtig selectief is weg gesmudged. Zelfs zó overduidelijk, dat de ruimtevaartorganisatie met een knipoog lijkt te hebben willen zeggen: “Ik zie ik zie, wat jij niet ziet…”.
- We laten ze maar in die waan.


© Wido Blokland, 2011

Noten:
*1) Emile Borel (1871-1956), een deskundige op het gebied van waarschijnlijkheid en kansberekening, beweerde dat verschijnselen met een zeer geringe waarschijnlijkheid zich niet voordoen.
*2) C.Knight, A.Butler; Het Mysterie van de Maan, 2006, pp. 141 -143.
Zie ook: Planeten zeichnen kosmische Mandalas, in: Raum und Zeit, 2007.
*3) Jan Wicherink, Ontheemde zielen ontwaken, H.5, Herstel van een oude wetenschap, pp. 69 – 71.
Zie ook: Drunvalo Melchizedek, Geometrie van de Schepping – een herinnering aan ons verre verleden, dl.1 en dl.2, 1990.
*4) C.Bhattacharjee; Do animals bite more during a full moon? Retrospective observational analysis, Brittish Medical Journal, 23 december 2000.
*5) A.L. Lieber; Human aggression ande the lunar synodic cycle, Journal of Clinical Psychiatry, mei 1978.
*6) Martin Heidegger; Vorträge und Aufzätze, 1956.
*7) Zie voor uitgebreide informatie hieromtrent C.Knight en A.Butler.
*8) Jim Marrs, Who Parked our Moon?, Nexus Magazine dec. 2010.
Zie ook Ronald Regehr: www.informantnews.com/starshipgamma/lunar/moon2.html
en : http://www.argusoog.org/2010/12/abnormaan-–-deel-1-afwijkende-eigenschappen-van-de-maan/ 
*9) M.Vasin en A.Shcherbakov, in het Russische tijdschrift “Sputnik”, juli 1970
*10) http://www.argusoog.org/2010/12/abnormaan-%e2%80%93-deel-2-waarom-we-de-maan-verlaten-hebben/
*11) Chris Everard, enigmaTV.com http://www.youtube.com/watch?v=lMg9E0HGizo&feature=player_embedded   

Literatuur:

Christopher Knight, Alan Butler, Het Mysterie van de Maan, 2006, Tirion, ISBN 90-4390-806-1
Richard C. Hoagland, Mike Bara, Dark Mission - The Secret History of NASA, 2007, Feral House, ISBN 978-1-932595-26-0  
Marcel Messing, Het huis op de rots gebouwd – over de parables van Jezus deel 3, 2010,
Altamira, ISBN 978 90 6963 9185
Michael Tsarion, Atlantis, Alien Visitation and Genetic Manipulation, 2002, Angels at Work Publishing.
Mark Carlotto, The Cydonia Controversy: The History, Science, and Implications of the Discovery of Artificial Structures on Mars, 2002.
Andreas von Retyi, Geheimbasis Area 51 – Die Rätsel von “Dreamland”.
 

Het uur is nabij en de Maan is gespleten.
En wanneer zij een teken zien,
dan wenden zij zich af en zeggen:
“Allemaal tovenarij.”
 
(Koran: Soera al-Qamar, 54:1-2)