Avatar en de planeet Pandora


In de film Avatar reizen aardebewoners naar een verre uithoek van het heelal om daar op de planeet Pandora het uiterst kostbare Unobtanium te delven. Dit gegeven roept associaties op met wat Sitchin schreef over de bewoners van de planeet Nibiru, die op de Aarde goud delfden om hun planeet van de ondergang te redden. Dat de schrijver van het script van Avatar niet zomaar heeft gekozen voor Pandora als naam van de planeet waarnaar de aardebewoners reizen blijkt uit het volgende.

De naam Pandora betekent zowel schenkster van alle gaven als albegaafde.  Zij werd door Zeus, de Griekse oppergod aan de stervelingen volgens de Griekse mythologie als straf gezonden om onheil over hen te brengen, nadat Prometheus vuur uit de hemel gestolen had, met het doel om de mensen uit hun ongelukkige toestand te verlossen.

Prometheus en zijn broer Epimetheus hadden van Zeus de opdracht gekregen om de mens te maken. Maar omdat de mens ongelukkig was, stal Prometheus een brandende toorts uit Olympus en schonk de mensheid het vuur. Zeus vond dit verraad zo erg dat hij de mensheid wilde straffen. Zeus deed een poging om Pandora aan Prometheus te koppelen, maar deze wist dat een geschenk van de goden niet zonder gevolgen blijft en weigerde haar. Hij raadde zijn broer aan hetzelfde te doen. Niettegenstaande de waarschuwingen van Prometheus nam zijn broer haar wel tot vrouw. Zeus schonk het paar als huwelijksgeschenk een pithos (vat), waarin alle ongelukken zaten opgesloten. Zolang het vat gesloten bleef, zou het ongeluk niemand treffen. Pandora kon haar nieuwsgierigheid echter niet bedwingen en opende het vat. Daarop kwamen alle rampen, ziekten en zorgen tevoorschijn en verspreidden zich over de aarde. Aan het kommerloze bestaan van de mensen was een einde gekomen. Pandora wilde nog gauw het deksel dichtklappen, maar alleen de hoop zat nog in het vat toen het weer gesloten werd. Vandaar dat zelfs bij de hevigste rampen die de mensen op aarde teisteren de hoop nog altijd over blijft.

De Griekse mythologie heeft een nogal zwaar karakter. Het noodlot, ongeluk, rampspoed, onontkoombaarheid van het ergst denkbare passen er in. Toch is Pandora de albegaafde, de draagster van alle gaven. Dus alleen daarom al klopt de uitleg die aan deze mythe werd gegeven niet. Want waarom zouden rampen, ziekten en zorgen een gift voor de mensheid zijn? Dat zijn ze gewoon niet. Ook al wordt er gezegd dat het karma er door wordt uitgewist of dat er boete gedaan wordt voor de zonde. Het is niet noodzakelijk dat de mensheid door veel ellende heeft moeten gaan en nog zal gaan om tot inzicht te komen. Dit is niet meer dan een van de vele conditioneringen die wij ons hebben laten aanleunen. En het wordt hoog tijd dat we er ons van losmaken.

Het verhaal van Pandora gaat er in feite over, dat op basis van het vrouwelijke de zoektocht wordt ingezet naar autonomie, naar het werkelijk van het jezelf zijn. In de realiteit waarin wij leven stuiten we bij deze zoektocht voortdurend op de dualiteit. Dat is de tegenstelling tussen goed en kwaad, liefde en haat, oorlog en vrede, dag en nacht, warm en koud enzovoort. De spanning die de dualiteit in ons teweeg brengt heeft zorgen, rampen en ziekten tot gevolg. Waarom is dat zo? Omdat we de dualiteit niet begrijpen. En hoe komt het dat wij de dualiteit niet begrijpen?

Daarvoor ga ik terug naar de mythe. Prometheus stal het vuur uit de hemel. Dit betekent, dat het mannelijke de drager is van kennis. Kennis is echter onvruchtbaar, dor, als het niet gevoed wordt door het hart. De vrouwelijke energie, het hart,  heeft het vermogen om zich met het leven te verbinden. Gesymboliseerd door Pandora is het vrouwelijke de draagster van alle gaven, dus de bron van bezieling. Dit betekent dat het mannelijke denken bezield wordt door het vrouwelijke en alleen daardoor scheppend en vruchtbaar kan worden.

We hebben nu al duizenden jaren achter de rug waarin het mannelijke zich heeft afgekeerd van het vrouwelijke. En het vrouwelijke door de ontkenning en uit verdriet en verbittering haar gaven aan het mannelijke is gaan onthouden.  Daarom bleef en blijft tot op de dag van vandaag alle kennis die door het mannelijke denken is voortgebracht onvruchtbaar. Het heeft geresulteerd in het patriarchaat van kerk en wetenschap. Waardoor een maatschappij is gecreëerd, die gekenmerkt wordt door structuur, regels en wetgeving. En waarin bezieling en creativiteit nauwelijks aan bod komen. Je zou kunnen zeggen dat de zoektocht die door het vrouwelijke is ingezet, om door de dualiteit heen tot eenheid te komen tot dusver is geblokkeerd door het mannelijke denken. Daarom is er in de afgelopen eeuwen zoveel ellende geweest. Want het leven laat zich niet tegenhouden. Het breekt steeds door de bedachte structuren heen, zoals het opkomende water door een zandkasteel aan de vloedlijn.

We leven nu in het jaar 2010. Ik zie hierin de symboliek van de twee die tot een kunnen gaan worden. Daarvoor is het hoog tijd dat de vrouwelijke bezieling zich gaat verbinden met het mannelijke denken. Wij komen als mens en mensheid alleen dan verder, wanneer we gaan zoeken naar wat ons met elkaar verbindt in plaats van te blijven strijden over wat ons van elkaar scheidt.

Als we op de oude voet met elkaar doorgaan dan heeft dat een wereld tot gevolg waarin onze kinderen niet kunnen leven. Een wereld waarin regels, structuur en wetgeving zo verstikkend gaan worden dat er geen sprake meer KAN zijn van bezieling.

Ons Zelf heeft door de lange tijd heen al heel veel levens op aarde gekend. Levens, die zowel vrouwelijk als mannelijk van vorm zijn geweest. Wij zijn daardoor heel goed in staat om boven de vele verschillen gevoed door boosheid, verdriet en onbegrip uit te stijgen. Als het mannelijke en vrouwelijke in ons zelf tot eenheid gaan komen dan kunnen wij met elkaar een wereld scheppen waarin Liefde met een grote L de inspirerende kracht is.

Laten we op zoek gaan naar die eenheid, zowel met elkaar als in onszelf.
 



Auteur: © Ad Broere