Dierenleed voorkomen, wordt vegetariër 

 

Het dierenleed veroorzaakt door onze voedingsindustrie is ongelooflijk groot.

Al is het in Nederland misschien een beetje meer gereguleerd, uw karbonade of biefstuk kan overal vandaan komen. Het is een geweldige bijdrage aan het verminderen van geweld en leed op de wereld wanneer ook u vegetarisch gaat eten.

Onder de video’s vind u de column van Bob Smalhout over de dierenindustrie

Meet your meat:


Bron: http://youtu.be/ykTH_b-cXyE

Kuikens en hun verzorging
Geen kloek die hen beschermd en voedt.
Op weg naar de plofkip?


Bron: http://youtu.be/yhhsIwLZkJ4

Een vieze bio-bijsmaak

24 november 2012
De meeste Nederlanders beseffen het niet. En voor velen zal het ze worst wezen. Maar wie, bijvoorbeeld via Google, eens kennisneemt van de achtergronden van de zogenaamde bio-industrie, vergaat iedere eetlust.

Ruim zestig jaar geleden had ons land nog een uitgesproken agrarisch karakter. Ongeveer dertig procent van de beroepsbevolking werkte in de landbouw, in de veeteelt of de visserij. Even buiten de steden begon al het zogenaamde platteland met vele weiden, fraaie akkers en duizenden, vaak zeer mooie, boerderijen. Het waren ook de boeren die ons land in de loop der eeuwen vorm en kleur hadden gegeven. De gemiddelde boer had tussen de tien en de twintig melkkoeien, die hij allemaal persoonlijk kende alsof het huisdieren waren. Bovendien hadden boerenfamilies vaak geiten, enkele varkens en tientallen kippen.

Mechanisatie
Op hun akkers verbouwden zij allerlei graansoorten, voederbieten en soms ook suikerbieten. Ze voorzagen in hun eigen groente en hun eigen levensmiddelen. De stallen leverden de mest. Het was een vertrouwd beeld uit de boekjes van Ot en Sien, het klassieke leesplankje en de honderden zogenaamde plattelandsromans. Die vorm van voedselproductie was eigenlijk een gesloten systeem, dat zuinig omging met het milieu, al bestond het begrip toen nog eigenlijk niet. Maar na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde zich in een razend tempo de mechanisatie waar sinds de jaren tachtig nog de elektronica bijkwam. Dat alles leidde tot een enorme schaalvergroting waarbij de boer veranderde in een agrarisch manager die niet meer met klompen tussen z’n koeien rondliep, maar de computer in de gaten hield.

Neeltje 2 of Bertha 3 staat thans vaak in megastallen met nog honderd andere koeien en ze krijgen geneesmiddelen om infectieziekten te voorkomen. Erger nog is het lot van kippen en varkens. Kippen en slachtkuikens worden vaak gehouden in gigantische stallen waar nooit daglicht in doordringt en waar iedere kip of vleeskuiken slechts een vloeroppervlak ter grootte van een A4’tje heeft (dat is ongeveer 30 x 24 cm). In Nederland zijn zulke kippenpakhuizen verboden. Dat is vooral te danken aan de acties van ’Wakker Dier’, een initiatief van de Partij voor de Dieren van Marianne Thieme.

Plofkip
Het was ook diezelfde actiegroep die de publieke aandacht vestigde op het afschuwelijke leven van de zogenaamde plofkip. Dat zijn vleeskuikens die via allerlei technieken in 52 dagen (dus ruim anderhalve maand) een gewicht bereiken van bijna 2,5 kilo! De dieren kunnen dan hun eigen gewicht niet meer dragen en zakken door de poten. Het is pure dierenkwelling. De pluimveemanagers rekenen thans met het vleesgewicht per vierkante meter. Zo ’oogstte’ men vroeger (circa vijftien jaar geleden) 15 à 16 kilogram kip per m². Dat is nu reeds 42 à 48 kg op dezelfde oppervlakte. Volgens een onderzoekrapport van het Wetenschappelijk Comité van de EU mag dit slechts 25 kg kip per m² zijn. Boven de 30 kg ontstaan er ernstige veterinaire problemen.



Door dit soort voorschriften vluchtten de grote kippen- en kalfsfokkers naar het buitenland, waar de compassie met dieren veel minder of zelfs totaal afwezig is. Zeer geliefd zijn landen in Oost-Europa zoals Roemenië, Bosnië, Hongarije, Rusland en Tsjechië, waar met behulp van miljoenen euro’s subsidies vanuit Nederland en de EU megastallen worden gebouwd die wel 200.000 (!) kippen kunnen bevatten. Zo kan bijvoorbeeld de grote Nederlandse kippenslachterij Plukon in één week tijd 7 miljoen kuikens voor de consumptie slachten.

Met de varkens is het minstens even droevig gesteld. Die worden ook in megastallen gehouden, in metalen hokken zonder stro waarin ze zich zelfs niet eens kunnen omdraaien. Bovendien worden de beklagenswaardige dieren vaak nog in volgestouwde vrachtauto’s over zeer grote afstanden vervoerd waarbij ze wel 17 à 20 uur onderweg zijn zonder voedsel, zonder verwarming of zonder koeling, zonder bewegingsruimte en zonder voedsel en drinken. Nederland, dat zichzelf altijd op de borst klopt als het gaat om het handhaven van ethische principes, ondersteunt die winstgevende handel met miljoenen aan subsidies. Daarvan gaat nog vaak een deel indirect in de zakken van veemiljonairs, zoals van de Russische miljardair Roman Abramovich (met een eigen vermogen van ruim 23 miljard euro).



Productie
Wij hebben het begrip ’diervriendelijkheid’ uitgevonden. Wij geven sterren en cijfers aan producten die milieubewust en diervriendelijk zijn verkregen. Maar onze nobele inborst vergeten wij als we over de landsgrenzen met ’goedkope landen’ zaken gaan doen. Dat blijkt onder meer uit het rapport ’DE MEGASTAL ALS EXPORTPRODUCT’ van de stichting ’Wakker Dier’. Daarin staat onder meer dat megastallen niets meer met landbouw te maken hebben. Het is gewoon ’productie draaien’. En alle Nederlanders betalen via de belasting mee aan de bouw van megastallen in landen waar dieren soms notoir slecht worden behandeld.

Een bijkomende factor is nog dat in die Oost-Europese landen de oorspronkelijke kleinschalige boerenbedrijven worden vermoord door de concurrentie en daarmee ook een vaak eeuwenoude volkscultuur. Henk Bleker, tot voor kort staatssecretaris van Landbouw, Economische Zaken en Innovatie, werd op 7 oktober in de uitzending ’Vroege Vogels’ uitgeroepen tot winnaar van de ’Vieze 50’-verkiezingen. Men vond hem de grootste tegenkracht van ’verduurzaming’ in 2012. Die onlineverkiezingen waren uitgeschreven door Greenpeace, Joop.nl, VARA’s Vroege Vogels en Wise, onder de vijftig meest ’vervuilende’ politici, belangenbehartigers en topmanagers van Nederland.

Viezerik
Bleker kreeg die slechte beoordeling (als grootste viezerik) omdat hij zijn (en onze) nobele principes heeft verkocht aan de grootschalige en meedogenloze bioindustrie. Als u met de aanstaande feestdagen in december erover denkt een lekkere kipfilet, een varkenshaasje of een kalfsschnitzel te consumeren, denkt u dan eens aan de vleesgeworden ellende die op uw bord ligt en die mogelijk met behulp van ons eigen belastinggeld en de EU-subsidies via Roemenië, Kazachstan of Kroatië op uw tafel is terechtgekomen.


Prof.Smalhout
Column uit de Telegraaf van 24 november 2012